logo
Inleiding
Een definitief besluit hadden we eigenlijk nooit genomen. We hadden er over gespeculeerd en onder het genot van een biertje in het café meermaals gezegd dat het een goed idee zou zijn. Dan zouden we naar Kroatië gaan! Tot we ergens in April ongeveer met de glazen naar elkaar proostten en definitief gingen.

Een vergelijking met vorig jaar is snel gemaakt. Belangrijkste verschillen: andere bestemming, andere reisgenoot. Bij de 25 cd's van vorig jaar kwamen er nog eens 25. De tent maakte plaats voor een grotere tent. De koelbox voor een electrische variant. En bovenal: naast een pot pasta ging er ook een pot pindakaas mee.

Vrijdagavond haalde ik Peter op. Met de inpak-ervaring van vorig jaar lukte het ook dit jaar weer moeiteloos om alle spullen in de auto te stoppen. Met de auto ingepakt voor de voordeur gingen we de laatste nacht in een heerlijk zacht bed in.
Dag 1: Frankfurt
Bereid je voor op gelijk een lang stuk tekst en veel foto's! De wekker ging om zes uur. We wilden vroeg wegrijden want voor vandaag stond het eerste hoogtepunt van de vakantie al op de planning. Klokslag zeven uur reden we daadwerkelijk de straat uit. Nog éénmaal omkijken, nog éénmaal zwaaien. Dag familie! Het weer was prima en de snelheid zat er al goed in. We vertrokken in oostelijke richting. De A15 warmde langzaam op onder de zon. De vakantie lag aan de horizon te wachten.

Shit. Zo'n drie kwartier op weg bedacht ik me dat ik mijn telefoon vergeten was. Tien jaar geleden hadden we hem niet nodig, nu is hij onmisbaar. We keerden om en rond half negen stonden we weer in Krimpen voor de deur. Met telefoon op zak reden we nogmaals de inmiddels drukkere A15 uit. Na de grens kon de snelheid er pas écht op: Autobahn! Niederlände, auf wiedersehen! Met Frankfurt in het vizier speelden de weergoden ons ineens parten. Hoosbuien en een laag water op het asfalt. We zochten een camping uit zo'n 30 km van Frankfurt en sloegen ons kamp daar voor het eerst op. We stonden onder de appelbomen en dus hoorden we af en toe een appel op de tent vallen. Eenmaal opgebouwd begon het weer te druppelen en dus bleven we tot het droog was bij de tent.





Onze eerste kampeerstek, met uitzich top een mooi dal. De tent onder de appelbomen

Frankfurt am Main


Wat het eerst opvalt als je Frankfurt nadert is de imposante skyline. Met de twee hoogste wolkenkrabbers van de Europese Unie kun je Frankfurt een metropool noemen. De stad is de vijfde van Duitsland maar de economische hoofdstad. Onder andere de Europese Centrale Bank is in dit belangrijke financiële centrum (922 banen per 1000 inwoners) gevestigd. Net als veel steden met moderne architectuur heeft Frankfurt haar hoogbouw te 'danken' aan een bombardement. In de tweede wereldoorlog is het middeleeuwse centrum van Frankfurt vernietigd, om plaats te maken voor flats.

We parkeerden de auto onder de "MesseTurn", tot 1997 het hoogste gebouw van Europa. Toen ingehaald door de "Commerzbank", een eindje verderop in de stad. Van daar uit liepen we naar het station. Een imposant kopstation, gevuld met stralende ICE's. We wandelden nog verder door de stad en liepen met open mond te kijken. We waren gewaarschuwd dat het misschien een saaie stad was, niets is minder waar! Een bruisende stad!




De MesseTurn, het één-na-hoogste gebouw van de Europese Unie





Indrukken van Frankfurt en één van de vele Starbucks

Maar natuurlijk wás er wel nog een stukje Altstadt! En vanzelfsprekend bezochten we ook dit en klikten de oude gebouwen ook op de foto.



Ook oudere gebouwen ontbreken niet in Frankfurt

Daarna was het tijd voor een momentje van rust. We streken neer op een grasveld langs de Main en tuurden over het water naar de skyline.



Voetjes over elkaar, liggend in het gras.

Na alle indrukken van deze dag en een McDonalds menu'tje was het tijd om terug te keren naar de tent. Daar viel de avond over het dal.


Dag 2: Frankfurt - Westendorf
De nacht was behoorlijk fris en aardig nat. Bij het ochtendgloren bleek de tent nog flink nat te zijn en dus konden we hem niet inpakken. Los over de spullen op de achterbank gooien was onze enige optie. Zoals te verwachten was alles eronder daardoor ook nat. We vertrokken in zuidelijke richting. Nog eenmaal kregen we op de snelweg zicht op de imponerende skyline van Frankfurt. Daarna snel weer verder.. of toch niet?

In Duitsland waren talloze wegwerkzaamheden. Elke mogelijke route kende meerdere wegwerkzaamheden. Van Frankfurt tot Nürnberg schoot het daarom absoluut niet op. Eén van de weghelften was telkens afgesloten en van de andere 3 stroken maakten ze er 4 (twee in beide richtingen). Snelheidslimieten van 60 km/h werden absoluut niet gehaald. Met 30 km/h mochten we heel blij zijn. Op de radio hoorden we dat er 50 km file (stau!) stond op onze weg.

Toen we München voorbij reden naderde het einde van de middag al. Daar reden we langs een bekend Discovery Channel fenomeen: de Allianz Arena. De wanden van dit stadion bestaan uit luchtkussens waarin een kleine overdruk heerst. Elk membraam is in verschillende kleuren te belichten. Klik hier voor een nachtelijk plaatje.




De Allianz Arena in München

Voorbij München reden we dan eindelijk de bergen in. Het slechtere weer echter ook. Tegen de bergen aan hingen donkere wolken. Met een Oostenrijks autobahnvignet tegen de voorruit geplakt reden we het noodlot tegemoet. In de buurt van Kitzbühel gingen we op zoek naar een camping.

Westendorf


Te dure campings, volle campings, onvindbare campings en zelfs een camping zonder receptie zorgden ervoor dat we uiteindelijk in Westendorf terecht konden. Westendorf is een zeer bekend wintersportgebied dat vooral bekend staat om de vele Nederlanders. We zetten de in regen onze nog natte tent weer op. Het uitzicht was gelukkig wel prachtig.







De groene Alpencamping

We kookten en leefden de avond in de tent. Buiten wilde het weer nog altijd niet meewerken. Binnen werd het helaas ook steeds vochtiger. Helemaal waterdicht was de tent niet.. een wederom natte en koude nacht volgde.
Dag 3: Westendorf - Istrië
In een plas regenwater werd ik wakker. De tent had zijn best gedaan, maar de overvloed aan water had hij niet geheel buiten kunnen houden. Wederom drijfnat legden we hem bovenop de spullen op de achterbank. Deuren van caravans bleven dicht, ondanks dat de bewoners thuis waren, schuilend voor de regen. Doorweekt stapten we in de auto. Verwarming op de hoogste stand.

Gisteren waren we een eindje voor de Alpen de snelweg afgegaan. Ook vandaag stond een binnendoor route op het programma. Pas in Italië zouden we weer de snelweg op gaan draaien. Ondanks de regenwolken die tegen de bergen hingen hadden we prachtige uitzichten. We hadden zeker geen spijt van onze binnendoor route. Op de bergtoppen spotten we eeuwige sneeuw.



Wolken ontsieren het beeld

Vrij snel naderden we de Felbertauerntunnel. Op een hoogte van ruim 1600 meter en met een lengte van 5,3 km doorboort deze tunnel het bergmassief Hohe Tauern. Dit bergmassief is het hoogste van Oostenrijk met toppen boven de 3000 meter.




Een mysterieus gezicht in de Felbertauerntunnel

Aan de andere kant van de tunnel gloorde hoop. De lucht was open gebroken en zonnestralen verwarmden de bergen. Dat was de 10 euro tol voor de tunnel meer dan waard! Een prachtige rit omlaag naar Lienz volgde. Coldplay knalde uit de speakers: Viva la Vida!

Na Lienz volgde nog een laatste pas: de Plöckenpas. Op het hoogste punt van de berg ligt de grens met Italië. Vooral aan de Italiaanse kant een behoorlijk smalle weg. Tegenliggers passeren kon knap lastig zijn. Opvallend was dat de tunnels in de weg breder waren dan de gewone stukken weg.


Puzzel: Zoek de auto! Wie hem vindt krijgt een gratis PDF versie van het reisverslag

Eenmaal uit de Alpen reden we al vrij snel de snelweg weer op tot aan Triëste. Daar kochten we voor 35 euro een Slovenië vignet. Met 20 km doortocht in Slovenië kost dat heen en terug bijna een euro per kilometer. En verwacht dan geen goede wegen. Gelukkig waren we hier al op voorbereid en hadden we er vrede mee. Kroatië lag slechts een paar heuvels verder!

Umag

In Kroatië gingen we direct in het noorden van Istrië op zoek naar een camping. Deze vonden we in Umag. Zoals alle campings in Kroatië een tamelijk grote camping. Alleen door de kustweg en een vakantiepark gescheiden van de zee. We stonden in een bos met vrije plaatsen. Gelukkig veel beschutting om rustig aan de zon te kunnen wennen. Helaas was de zon zelf de eerste dag nog niet uitgebreid aanwezig. Nog altijd was de hemel niet wolkenvrij. Bij het uitpakken van de auto bleek ik de helft van de inhoud van mijn tas weg te kunnen gooien. Puzzelboekjes en tijdschriften waren doorweekt van het water dat uit de tent in mijn tas was gedropen in de auto.




Het tentenveld van de camping in Umag

Na het eten liepen we een eindje langs de zee. De kust was rotsachtig. Om het de vakantiegangers wat comfortabeler te maken waren er betonplaten langs het water gelegd. Zo kon je nog een beetje liggen en de zee in komen.



Een blik op de Adriatische Zee. Hier waren we voor gekomen

Al zoveel gezien en toch begon de vakantie nu pas écht. Vermoeid van drie dagen reizen begon de eerste nacht met eindelijk aangename temperaturen.
Dag 4: Umag
Na drie vermoeiende dagen hadden we vandaag een beetje een relax-dag. Even bijkomen en de Kroaatse kust waar we voor gekomen waren in ons opnemen. 's Ochtends liepen we naar Umag. Het dichtstbijzijde dorp. Umag is momenteel vooral bekend vanwege het ATP tennistoernooi dat jaarlijks in het fancy vormgegeven stadion gehouden wordt. Het dorp zelf is begonnen als Romeinse nederzetting op een eiland. Na de welvarende Romeinse tijd werd de stad geteisterd door vele invallen en ziektes als malaria en cholera. Net als de rest van Istrië kwam Umag in de 13e eeuw onder Venetiaans bewind. Vier betere eeuwen volgden. Na de Balkan oorlogen in de jaren negentig is het toerisme pas echt goed op gang gekomen.

We liepen een rondje langs de 'boulevard' en door het dorpje zelf.




Het oude - maar niet erg mooie - centrum van Umag. Op de tweede foto een typisch Venetiaanse kerktoren.

Na het middaguur liepen we terug naar de camping, we kochten bij een supermarkt allebei een luchtbed en brachten de rest van de dag dobberend in de zee door.
Dag 5: Vrsar
Net als gisteren deden we het ook vandaag weer rustig aan. De eerste week van de vakantie betekende vooral ontstressen. En dat hebben we dan ook goed gedaan! We vertrokken uit Umag en zetten koers in zuidelijke richting. Toeristentrekpleister Porec (in het Italiaans Parenzo) was het doel. Slechts een kleine 40 km zuidelijker zochten we naar een camping. In de buurt van Porec waren echter alle campings vol. Flink veel zuidelijker vonden we nabij Vrsar een camping.

Vrsar


De camping lag rond een baai. Een gigantische camping met aan alle kanten strand. Wij stonden aan de rand van de camping en waren in een paar minuten lopen ook op het strand. Omdat ook deze camping ondanks zijn duizenden plaatsen weinig mooie schaduwplekken kende stonden we eigenlijk in de voortuin van een caravan. Gelukkig waren deze mensen afwezig en zouden ze dat ook blijven tot onze laatste dag op de camping.




De camping in Vrsar

Vanaf het strand waren vier eilanden te zien die het geheel een tropisch aanzien gaven. Na het opzetten van de tent bliezen we onze luchtbedden weer op en dobberden wederom de hele middag op het water. Na het eten volgde één van de mooiste zonsondergangen van de vakantie.



Een prachtige zonsondergang, met zicht op schitterende eilanden.

Hieronder een nieuw fotografisch experimentje van me. Het gaat hier om een verticale panoramafoto. Het samenvoegen kostte me aardig wat moeite in Photoshop maar ik ben tevreden met het resultaat. Volgens mij wordt een mooi beeld van de omgeving gevormd op deze manier. Alleen jammer dat het daadwerkelijke horizondeel niet helemaal scherp is.


Verticaal panorama zonsondergang
Dag 6: Porec
De eerste dagen van onze vakantie hadden we voornamelijk op onze luchtbedden in het water gedobberd. Even lekker niets doen. Maar vanaf vandaag komt er langzaam aan iets meer diepgang in de vakantie. Vandaag stond de bekendste toeristentrekpleister van Istrië - Porec - op het programma.

Porec



Porec is gelegen op een schiereiland, 400 meter lang en ongeveer 200 meter breed. Getuige de Romeinse opgravingen was in die tijd dit al een belangrijke stad. Na de Romeinen is ook Porec door verschillende machthebbers ingenomen, waarvan de Franken en de Venetianen de grootste waren. Net als de rest van Istrië was ook Porec tussen de eerste en tweede wereldoorlog Italiaans grondgebied. In de tweede wereldoorlog werd 75% van de gebouwen en monumenten verwoest of beschadigd door geallieerde luchtaanvallen. Daarna behoorde het gebied tot Joegoslavië en uiteindelijk na de Balkan oorlog tot het onafhankelijke Kroatië. In de Joegoslavische tijd kwam het toerisme in Porec op gang. In die tijd werden vele hotels, campings en appartementen gebouwd. Tegenwoordig biedt Porec accomodatie aan een derde van alle vakantiegangers in Istrië.

Wij bezochten Porec met hoge verwachtingen. Dit dorp was toch niet voor niets hét toeristencentrum van Istrië? We parkeerden de auto aan de rand en liepen een rondje door de stad. We begonnen langs een leuke boulevard met souvenirkraampjes, schilders en rondvaartboten. Vervolgens gingen we het centrum in.

Maar nu eerst een stukje stedenbouw: Porec is opgebouwd volgens het Romeinse castra-model, een stadindeling gebaseerd op hun legerkampen. Ze pasten dit model toe op koloniën na de derde eeuw. Uitgangspunt vormt een assenstelsel van een noord-zuidstraat, de Cardo (Latijn voor ‘as’), en een langere oost-weststraat, de Decumanus. Bij het kruispunt van deze straten liggen de markt (Latijn: forum) en andere centrale voorzieningen. Zo ook in Porec. Ze dragen zelfs nog altijd hun oorspronkelijke namen.


De Decumanus en Cardo, duidelijk herkenbaar in Porec


De Decumanus.

Aan het eind van de Decumanus aan de zeezijde bevindt zich een Romeinse ruïne (waarschijnlijk ter ere van Neptunus) en een Venetiaans Palazzo.


Vraag me niet waarom, maar ik heb er zelf geen foto van gemaakt. Bron: Panoramio.


Een vervallen Venetiaans Palazzo.

Het dorp wordt gedomineerd door de Eufrasius basiliek. Dit bekendste bouwwerk van Porec is in de zesde eeuw na Christus gebouwd en vernoemd naar de Byzantijnse bisschop Eufrasius. In 1997 is dit bouwwerk door UNESCO op de Werelderfgoedlijst geplaatst. Toch kan ik er niet warm van worden. Wat mij betreft weinig meer dan een grijs blok steen. Waarbij ik wel moet toegeven dat we de binnenkant van de kerk niet gezien hebben.


De Eufrasius basiliek


Net buiten het schiereiland vinden we nog de Madonna Degli Angel kerk.

Vanuit Porec worden door verschillende bedrijven excursies naar Venetië georganiseerd. Omdat Venetië ons ook erg gaaf leek probeerden we voor morgen een ticket te kopen. Helaas bleek overal dat de excursies van morgen volgeboekt waren. Er werd ons verteld dat we ongeveer 4 dagen van tevoren een ticket moesten kopen. We besloten een ticket te kopen voor zondag vanuit Pula. Plotseling lag voor een paar dagen het verdere verloop van onze vakantie vast. Zondag moesten we in Pula zijn.

Op het forum (kruising van de Decumanus en Cardo) aten we een pizza met de tickets op zak. We konden toch niet voorkomen dat we Porec eigenlijk een beetje vonden tegenvallen. Was dit nu echt het leukste wat Istrië te bieden had? De rest van de middag en avond bleven we op en rond de camping. We aten een pizza op het terras bij de pizzeria op de camping. De vier kazen gingen rap naar binnen, heerlijke pizza's! Dat is weer eens wat anders dan vliegen in de pizza..*

* zie Niek & Marc en de vlieg in de pizza, zomervakantie 2007.
Dag 7: Rovinj
Ook vandaag bleven we op de camping in Vrsar. De enige camping waar we 3 nachten hebben gestaan. Een record! Vandaag dus niet inpakken maar naar Rovinj. Rovinj ligt ten zuiden van Vrsar aan de andere kant van het estuarium van de Lim.

Limski Kanal
Soms wordt dit het Limski Fjord genoemd vanwege de gelijkenis met Scandinavische fjorden. Anderen noemen het het Limski Kanal vanwege de geringe breedte. Vanuit de hele Istrische kust worden boot-excursies georganiseerd naar deze baai, vanwege de prachtige natuur. Vanuit de auto kregen we een aantal keer mooi zicht op de baai maar konden helaas nergens stoppen voor een mooie foto.



Rovinj
Om het kanaal heen kwamen we aan bij Rovinj. In eerste opzicht lijkt Rovinj zeer vergelijkbaar met Porec. Ook het oude centrum van Rovinj bevindt zich op een schiereiland voor de kust en wordt gedomineerd door een kerk. Niets is echter minder waar. Het centrum van Rovinj heeft smalle en steile middeleeuwse steegjes, die allemaal leiden naar de kerk bovenop de heuvel. Dit centrum stamt uit de Venetiaanse tijd tussen de 13e en 18e eeuw. Het was omzoomd door een stadsmuur met 3 poorten. Tot 1763 was dit centrum overigens nog een echt eiland. Pas in dat jaar is het verbonden met het vasteland. In dit gebied ligt nu het bekendste stadsplein: Trg Marsala Tita. Hier ligt ook de hoofdpoort naar het centrum, de Balbiboog.




Rovinj, door velen gezien als het meest schilderachtige dorp van de Adriatische kust


De haven. Hoe de voorste bootjes ooit uit kunnen varen was ons een raadsel.


Trg Marsala Tita, het bekendste stadsplein

Eenmaal door de poort kwamen we in het oude centrum. Aangezien de keien waarmee bestraat is er al honderden jaren liggen en door miljoenen mensen zijn belopen waren ze spekglad. Reisgidsen adviseren stevige schoenen met veel grip aan te trekken.


Spekgladde steegjes leiden je omhoog naar de top van de heuvel. En Spongebobski kennen ze daar ook kennelijk.

Bovenaan de heuvel de Saint Euphemia's basiliek. Oke, hier was inderdaad wel wat meer moeite voor gedaan dan voor de meeste kerken hier maar echt bijzonder was ook dit bouwwerk weer niet. De 60 meter hoge Venetiaanse klokkentoren vertoont grote gelijkenissen met de St. Marks basiliek in Venetië.


Saint Euphemia's basiliek


Het uitzicht vanaf de top van het eiland.


Terug beneden. Geen strand, geen boulevard, zelfs geen smal paadje. De gevels grenzen direct aan het water

We concludeerden dat we Rovinj een stuk leuker vonden dan Porec. Smalle steegjes die in mindere mate door toerisme overgenomen waren. Een dorp met een zekere charme. Maar ook Rovinj was niet groot genoeg om een dag door te brengen. We stapten weer in de auto en maakten een rondrit door het hart van Istrië.



Een leuke rit. Wederom hadden we het dak geopend en dus brandde de zon op onze hoofden. Lekker doorgereden over mooie bochtige wegen. Mede door de vele cypressen doet het binnenland van Istrië een beetje Toscaans aan. Echt heel bijzonder mooi was het niet. Wel leuk om te rijden, zeker met open dak!

Terug op de camping doken we weer met onze luchtbedden de zee in. Op deze laatste avond zagen we eigenlijk voor het eerst hoe massaal onze camping wel niet was. Langs het strand (dat langs een groot deel van de camping liep) lag een pad en daarachter vaste staanplaatsen. Dit zag er allemaal heel verzorgd uit. Langs deze "boulevard" lag ook een barretje. Het zou om 23.00 sluiten. Dat niet wetend liepen wij om 22.55 het terras op, waarna de ober ons iets in het Kroaats duidelijk probeerde te maken. "Ja eh two beers please" antwoordde Peter. En daar zaten we een paar minuten later met 2 biertjes.

Vanavond arriveerden ook de eigenaren van de caravan bij wie we ongeveer op de plek waren gaan staan. Morgen de boel inpakken en verder richting het zuiden!
Dag 8: Pula
Slechts een week geleden waren we vertrokken. Voor ons gevoel hadden we de lage landen echter al minstens een maand verlaten. Ook deze zaterdagochtend begon de zon al vroeg aan zijn belangrijkste taak: de boel flink opwarmen. We zorgden dus dat we op tijd vertrokken. Met een lekker deuntje en helaas voor het eerst sinds tijden weer een dicht dak vertrokken we naar onze meest zuidelijke bestemming van deze vakantie: Pula.

Na een leuke rit kwamen we een kleine 40 kilometer zuidelijker aan op een camping in de buurt van Pula. De zon had het hoogste punt aan de hemel bereikt en onze plek had een groot gebrek aan schaduw. Onder tropische omstandigheden zetten we onze tent weer op, waarna we naar het water liepen. Want ja, ook deze camping lag weer straks langs de zee.




Vanaf de camping hadden we uitzicht op de Brijuni-eilanden

De Brijuni-eilanden liggen voor de kust ter hoogte van Pula. De communistische leider van Joegoslavië na de tweede wereldoorlog Tito had deze eilanden benoemd als zijn persoonlijke zomerverblijf. Na zijn dood zijn de eilanden een nationaal park geworden en vanwege hun schoonheid bekend als vakantie-oord. Op het grootste eiland Veli Brijun is ook een Safari park te vinden.

Pula


Nadat we met onze voeten in het water (in gedachten dan, in werkelijkheid was de steiger net te hoog) een beetje afgekoeld waren gooiden we het dak weer open en reden we naar Pula. Met 62 000 inwoners is dit de grootste stad van Istrië (ter vergelijking: Capelle aan de IJssel heeft ongeveer 65 000 inwoners).

De geschiedenis van Pula gaat ver terug. In een grot zijn menselijke resten gevonden van ongeveer een miljoen jaar oud. Later, in de Griekse en Romeinse tijd bloeide de stad op tot het economische centrum van Istrië. Na een burgeroorlog in 42 voor Christus werd de stad met de grond gelijk gemaakt en later door de Romeinen herbouwd. Zij bouwden grootse werken en een muur rond de stad met 10 poorten. Enkelen daarvan staan nog altijd overeind. De bekendste is de boog van de Sergii, die nu als triomfboog dienst doet.


De boog van de Sergii

Goed. Genoeg cultuur. Tijd voor een terrasje!


Heerlijk in de verkoeling van de bomen op de Giardini

En nog maar één!


Op het Forum, waar we na twee drankjes de rekening kregen. We moesten kennelijk weg?

Vanaf het terras een blik over het Forum. Dit plein, dat bijna aan zee ligt, werd gebouwd vlak voor het begin van onze jaartelling. In die tijd werd het omgeven door tempels voro Jupiter, Juno en Minerva. De tempel van Roma en Augustus bestaat nog steeds, weliswaar in gehavende staat. In de tweede wereldoorlog is deze tempel gebombardeerd en later opnieuw stukje voor stukje weer opgebouwd.


De herbouwde Augustustempel

Slechts enkele honderden meters verder kwamen we bij het bekendste bouwwerk: de Arena. Of zoals ze het daar stug noemen: het amiftheater. Het is de zesde grootste arena ter wereld en nog steeds in gebruik. Er worden regelmatig films gespeeld en concerten gegeven.




De Arena van Pula

Later, in de Venetiaanse tijd ging het iets minder goed met Pula. Door de pest, malaria en de tyfus waren er op zeker moment nog maar zo'n 300 inwoners over. De Venetianen bouwden bovenop de Capitolum (de belangrijkste berg in het midden van de stad) een stervormig fort naar Frans ontwerp. Tegenwoordig huist hierin het historisch museum van Istrië. We liepen er een rondje omheen.


De oude slotgracht


Aan de achterzijde kregen we nog een mooie blik op de Arena


En plotseling lag daar nog een amfitheater!

Bij het amfitheater op de laatste foto was geen kip te bekennen. Helemaal verlaten lag deze tegen de heuvel achter het fort. Iets wat ik dan gelijk veel interessanter vind dan een toeristische arena waar je een aantal euro's moet neertellen om binnen te mogen kijken. Door dit amfitheater konden we vrij rondlopen en even.. even liet ik mijn verbeelding spreken en stond ik als gladiator midden op het veld.

Langzaam maar zeker begon de avond te vallen en gingen we terug naar de camping. Daar maakten we nog een wandeling langs de zee. Op deze avond zagen we talloze vallende sterren, maar ook bliksemschichten op zee. Gelukkig klopten onze voorspellingen en dreven de onweerswolken ons voorbij. We dommelden bij tijds in slaap. Morgen gaat de wekker om half zes.
Dag 9: Venetië
Venice baby! De wekker ging vroeg. Zes uur stonden we voor de tent en om kwart over zes te douchen. Warm water was schaars op deze camping maar om kwart over zes was het nog een soort van aangenaam. Niet veel later stapten we in de auto voor de grootste excursie van deze vakantie: Venetië! Een dag met veel indrukken die ik hier onmogelijk kan beschrijven. En al zou ik het proberen, dan zou het verhaal nooit compleet kunnen zijn.

San Frangisk
Uiterlijk half acht moesten we bij de boot zijn. Bij de gisteren verlaten pier stond nu personeel van Venezia Lines. Ruim op tijd stonden we in de rij en werden onze paspoorten en kaartjes gecontroleerd. Een half uur later voeren we de haven van Pula uit aan boord van de "San Frangisk". Een catamaran met ruimte voor zo'n 300 passagiers. Met 40 knopen (ongeveer 75 km/h) volgens het personeel de snelste schepen van de Adriatische Zee.


De San Frangisk. Plaatje van internet, wij zaten er zelf natuurlijk in!

Aan boord kwamen we erachter dat we niet zomaar een veerboot hadden geboekt. Het bleek te gaan om een complete excursie. De reis was bovendien helemaal volgeboekt door Nederlandse reisorganisaties. Go-Go, BeachMasters, X-Travel.. ze waren er allemaal! Kortom: een boot vol Nederlandse jongeren. Onderweg ging de boot flink tekeer. Natuurlijk volop lol voor de tienermeisjes die over elkaars schoot heen giechelden terwijl ze elkaar ervan overtuigden dat ze écht niet meer wisten dat die foto genomen was gisteravond. De reisbegeleider vertelde intussen tijdens de drie uur durende overtocht wat we verwachten konden in Venetië: mensen, veel mensen. In de zomer bezoeken dagelijks zo'n 100 000 mensen Venetië. Waarvan 80% te vinden is in de straten rond het bekende plein "Piazza San Marco". Venezia Lines had de organisatie verder goed geregeld: we konden deelnemen aan diverse georganiseerde activiteiten. We besloten kaartjes te kopen voor de gezamelijke lunch en de "watertaxi". Het laatste deel van de reis bestond uit zo'n 40 minuten varen door de Lagune van Venetië. Er geldt daar namelijk een snelheidslimiet van 12 knopen (ongeveer 22 km/h). Nog aan boord kregen we de eerste prachtige beelden van Venetië op ons netvlies. Nu al indrukwekkend.




De eerste rondleiding
We kwamen aan aan de "arme" zijde van Venetie: westelijk van het "Canal Grande". Eenmaal aan wal kregen we een rondleiding van één van de reisleidsters. Gelukkig verstond de hele groep Engels en werd de rondleiding alleen in het Engels gegeven. We hoefden dus niet net als op de boot te wachten op de Kroatische, Duitse en Italiaanse vertalingen.


En zo liepen we dan, met een mannetje of 100 door Venetië.

De reisleidster vertelde ons over de grote tijden van het Venetiaans imperium. Leuk detail was dat ze ons vertelde dat de ondergrond uit zand bestond.. en ja dat was natuurlijk niet erg stevig! En wij in Nederland maar snakken naar een stukje zandgrond.. Ze deed het daarbij voorkomen alsof de Venetianen de heikunst hadden uitgevonden. Ons was het niet echt opgevallen, maar in Kroatië en andere landen langs de Adriatische kust zijn weinig oude bomen omdat de Venetianen in die tijd de bomen allemaal naar Venetië transporteerden om als fundering te gebruiken. De exacte getallen weet ik niet meer (en kan ik ook niet op internet vinden) maar er zouden zo'n 600 kerken zijn in Venetië die eens allemaal een klokkentoren hadden. Daar zijn er nu nog zo'n 100 van over. Stuk voor stuk omgevallen door de slechte grondeigenschappen.

We passeerden al snel het Canal Grande over de houten "Ponte dell Academia". Over het kanaal gaan slechts 4 bruggen. Vanaf de brug een prachtig zicht over het Canal Grande en de enorme Palazzo's langs het Canal. Het Canal Grande is de "hoofdweg" van Venetië. Op dit kanaal vind je de belangrijkste busverbindingen, waterbus natuurlijk.


De Ponte dell Academia. Foto geleend van Wikipedia.



Een blik op het Canal Grande in respectievelijk oostelijke en westelijke richting


Koud hadden we het niet op deze snikhete dag tussen duizenden mensen

Ook op de oostelijke - en rijke - helft van het eiland kregen we weer veel leuke informatie van onze reisleidster. We zwierven in een grote groep door smalle steegjes en langs druk bevaren grachten. We eindigden het eerste deel van de rondleiding op het welbekende Piazza San Marco. Ons centraal ontmoetingspunt voor de rest van de dag. We lieten ons vertellen dat een kopje koffie hier 16 euro kost en een cappuciono 20. Alleen al voor het bezet houden van een stoel werd 8 euro gerekend. Na alle waarschuwingen over de drukte viel het ons hier eigenlijk nog alleszins mee. Gedachten dwaalden naar "the Italian Job", een film waarvan het eerste half uur zich grotendeels in Venetië afspeelt. In de sporen van Charlie en John begon hier onze zelfstandige ontdekkingsreis door Venetië.



Het bekendste landmark van Venetië: Piazza San Marco.

De Brug der zuchten
Weg van de duiven op het Piazza San Marco liepen we naar het water. Om de hoek lag de "Brug der zuchten", één van de bekendste bouwwerken van Venetië. De kalkstenen brug verbindt de gevangenis met het Palazzo Ducale (Dogenpaleis), waar de gevangenen werden berecht. Bij het passeren van de brug kregen ze nog één keer zicht op de vrije buitenwereld. Een zucht bij het idee dat deze wereld voorlopig of nooit meer toegankelijk voor hen was.


We bevinden ons inmiddels rechts onderin


Het Palazzo Ducale. Plaatje helaas niet zelf geschoten, dus van internet


En daar is hij dan: de brug der zuchten. Restauratiewerkzaamheden ontsieren het plaatje.

We vervolgden onze weg, zwervend door de straten van Venetië. Slechts twee keer de bocht om en de straten waren leeg. Er was geen mens te bekennen in de hele omgeving. Nu pas werd duidelijk dat de kanaaltjes de échte straten waren van Venetië. Heel veel tijd hadden we niet vóór de lunch en dus bleven we in de buurt. We aten nog een echt Italiaans ijsje dat we toch vonden verbleken bij het ijs uit Kroatië.



Zicht op het eiland San Giorgio Maggiore, met de gelijknamige basiliek

Lunch
We moesten al vrij snel terug naar het Piazzo San Marco Daar verzamelden we voor de lunch. We volgenden de reisleiding naar een restaurant in een verborgen steegje in de buurt van de Rialto brug. Voor 18 euro kregen we een hoofdgerecht (pizza, pasta, vlees of salade), tiramisu en onbeperkt drinken. Een heel redelijk bedrag als je bedenkt dat je op het Piazzo San Marco daar nog geen kopje koffie voor hebt. Onze tafelgenoten bestonden uit 2 dames uit het noorden en 3 dames en 1 heer uit zeeland. Sommigen nog middelbare scholieren, anderen student. Het was erg gezellig aan tafel en wij bleven dan ook als één van de langsten zitten. Tja.. gratis drank hè! Natuurlijk kon ik niet veel drinken want 's avonds zou ik weer terug naar de camping moeten rijden vanuit Pula.


Aan de rechterzijde het restaurant. Links één van de 122 fonteinen in Venetië waar koel drinkwater uit komt.

Rialto
Nu begon het tweede vrije deel van de dag. Na het koele restaurant viel de hitte weer als een deken over ons heen. We liepen in noordwestelijke richting naar het Canal Grande. Daar was de tweede en bekendste van de vier bruggen over het kanaal te vinden: de Ponte di Rialto. Tegenwoordig een belangrijke brug voor toeristen, indertijd voor marktkooplui en marktbezoekers. In dit gedeelte van Venetië waren (en zijn) altijd veel markten te vinden. Zelfs óp de brug één en al commercie. Vanaf de brug weer zicht op de enorme pallazo's.




De wereldberoemde Ponte di Rialto

Vaporetti
Even een kort intermezzo. Mijn aandacht (als transport en planning student) werd gegrepen door het openbaar vervoer systeem van Venetië. Zoals bekend bestaan de belangrijkste straten uit water. En aangezien bussen normaal over de belangrijkste straten rijden varen er dus inderdaad waterbussen (Vaporetti) door de straten van Venetië. Net als in onze bushaltes hangt ook daar een schematische kaart met alle lijnen.




De haltes en de Vaporetti zelf zagen er helaas uit alsof ze hun beste tijd wel gehad hadden. Ook vandaag waren we stuk voor stuk weer helemaal afgeladen.


Zelf helaas geen duidelijke foto. Met wat speurwerk zijn deze stille figuranten wel op andere foto's te vinden in het verslag

En zo varen de bussen dus door Venetië. Maar hoe zien de haltes eruit? Zó!


Bushalte Riva de Biasio

Op digitale panelen werd net als bij ons op luxe bus- of metrostations de reiziger op de hoogte gehouden van de vaartijden. Over 2 minuten zou de Vaporetto naar P. Roma Parisi aanmeren.

We dwaalden nog wat rond, kochten een drankje en verzamelden uiteindelijk weer op het Piazzo San Marco (waar het inmiddels een stuk rustiger was geworden) voor het laatste avontuur van de dag. Het was hoog tijd geworden om Venetië nu zélf vanaf het water te bekijken!

Taxi rondvaart
De reisleiding had een watertaxi georganiseerd van het Piazzo San Marco terug naar de boot, via een toeristische route. Naast de taxichauffeur (of taxischipper?) stond ik voor op de boot. Bij een aantal bruggen brulde hij dat iedereen bukken moest. Een paar tellen later schoven we langzaam enkele tientallen centimeters onder de brug door.


De exacte route weet ik helaas niet meer.. alles lijkt er zo op elkaar. Maar dit was het ongeveer

Door de smalle grachten van het westelijk deel voeren we naar de noordkant van het eiland. Daar staken we over naar het dodeneiland Isola di San Michele, de begraafplaats van Venetië. Lichamen werden met speciale begrafenisgondels naar het eiland gebracht. De begraafplaats is nog steeds in gebruik. Door het gebrek aan ruimte worden de graven echter al na enkele jaren geruimd.


De rijkere straten in het westelijk deel


Isola di San Michele, met haar hoge muren

We vervolgden onze tocht door de armere delen van Venetië. Hier kwamen we langs de huizen van tientallen bekende componisten, schilders en acteurs. We verbaasden ons erover dat je er kennelijk als componist écht niet bij hoorde als je niet in Venetië had gewoond. Begrijpelijk natuurlijk. Als er een stad een onuitputtelijke bron van inspiratie is, dan is het Venetië wel. Helaas waren de batterijen van mijn camera hier leeg en kon ik niet bij mijn tas (waar extra batterijen in zaten) die in de boot zelf lag.


De armere straten van Venetië

Ponte Calatrava
Bijna aan het eind van de taxirit kwamen we nog langs de nieuwe Ponte della Costituzione, beter bekend als de Ponte Calatrava. Santiago Calatrava heeft het ding immers ontworpen. Op het moment dat wij in Venetië waren was hij nog niet helemaal af. Op 11 september 2008 is hij geopend voor het publiek. Hier is een (nogal langdradige) simulatie te vinden van de bouw. Hoe het middendeel de Ponte di Rialto passeert is hier ook te zien.


De Ponte Calatrava in aanbouw. Foto van internet.

We meerden aan in de buurt van de terminal. Nadat alle taxibootjes aangekomen waren gingen we weer aan boord van de San Frangisk. Venetië in een paar steekwoorden: adembenemend, onvergetelijk, warm en druk. Een stad die ik zeker nog eens ga bezoeken om meer op mijn gemak te bekijken. Hoewel.. stad? Voor mijn gevoel was het toch meer een soort attractiepark. We verlieten de fabelachtige wereld en stuiterden vermoeid in 3 uur terug naar Pula. Daar aten we nog wat en genoten voor de laatste keer van het meest zuidelijke puntje van Kroatië. Morgen gaan we weer noordwaarts.



De avond valt over de haven van Pula.

Terug op de camping bleek het in Kroatië die dag geregend te hebben. Gelukkig hadden onze campingburen vriendelijk onze spullen droog onder onze tafel gezet. Wat een contrast met de snikhitte die wij aan de andere kant van de zee hadden meegemaakt. Wat een dag.
Dag 10: Eilandhoppen
Dag 10. Wederom een belangrijke dag in de vakantie. Maar helaas niet op een positieve manier. We stonden vandaag op ons gemak op om ons klaar te maken voor het eerste deel van de terugreis. We zouden vandaag weer naar het noorden gaan trekken. Onze buren op de camping bevestigden wat wij al dachten: de bergachtige oostkust van Istrië was eigenlijk veel mooier dan de toeristische westkust.

Oostkust Istrië
Het weer was weer prima en we vertrokken naar de oostkust. Natuurlijk namen we niet de doorgaande route maar "dat witte weggetje binnendoor". Dat was allemaal leuk en aardig, tót we bij een wegversperring met omleiding kwamen. De omleiding was ons natuurlijk niet helemaal duidelijk en dus kwamen we uiteindelijk toch weer in Pula uit. Nog één keer zwaaien naar de arena dan. Nu écht naar het noorden!

Een eindje uit Pula kwam Peter op het idee om de route eens helemaal om te gooien. Ik zette de auto aan de kant en samen zochten we uit hoe we via de prachtige eilanden ten oosten van Istrië in Rijeka konden komen. Het plan was als volgt:



En zo gezegd zo gedaan. Het plan was om twee keer met een veerpont over te varen. Eerst naar Cres, daarna naar Krk. Onderweg (nog in Istrië) veranderde het landschap om ons heen. Van een mediterraan landschap met dennebossen in bijna Alpenweiden. Groene dalen en haarspeldbochten. Helaas wederom weinig duidelijke foto's.


Groene dalen in Istrië. Een schiereiland met veel verschillende gezichten

Eenmaal aan de oostkust begon het echte haarspelden en bereikten we al snel flinke hoogtes. Hier was het dat Peter ontzettend gefascineerd raakte door een enorme schoorsteen. Het betreft de 340 meter hoge schoorsteen van de kolencentrale "Plomin Power Station" en is daarmee het hoogste bouwwerk van Kroatië. Een stuk mooier werd het beeld toen de zee in zicht kwam.


Eén van de 24 foto's


Vanaf de bergen aan de oostkust van Istrië een blik in zuidelijke richting.

Wie omhoog gaat moet ook ooit weer naar beneden. Zeker als je een veerboot zoekt. Eenmaal bij de boot moesten we even wachten voor we aan boord konden. De overtocht naar Cres duurde een half uur.


Veerboot nummer 1

Cres
Aangekomen op het eiland Cres reden we in een kolonne auto's over de smalle (en enige) weg vanaf de veerboot. Cres is 66 kilometer lang en heeft een heuvelachtig landschap. Het is het grootste eiland van de Adriatische Zee.


Foto van internet van iemand die de moeite heeft genomen naar de top te klimmen. Rood omcirkeld het punt waarvandaan onderstaande foto's zijn genomen.

De weg over de top van de bergen

Zicht op Istrië aan de overkant

Zicht op Krk aan de andere kant

Een adembenemend uitzicht. Maar behalve het prachtige uitzicht rook het er ook nog eens enorm lekker! Het eiland is namelijk begroeid met heerlijk geurende kruiden. We daalden aan de andere kant weer af naar de volgende veerboot. Deze keer naar Krk. Terwijl we op een terras zaten te wachten lazen we dat zelfs vaste Krk-gangers na 20 jaar de naam van dit eiland niet uit kunnen spreken. Een man twee tafeltjes verder amuseerde zich kennelijk met onze pogingen Krk goed uit te spreken.



Veerboot nummer 2

Krk
Krk zelf was een stuk minder interessant dan Cres. Het landschap was saai en ik stoorde me aan het feit dat de Kroaten in dit deel van het land een nog verschrikkelijkere rijvaardigheid hadden. Uiteindelijk verbond een brug Krk weer met het vaste Europese continent.

Rijeka


Hier gingen we op zoek naar een camping. Na een verschrikkelijk slechte camping en een onvindbare camping dwaalden we door Rijeka, de derde stad van Kroatië met ruim 140 000 inwoners. In deze stad bereikte de rijvaardigheid van mijn medeweggebruikers helemaal een historisch dieptepunt. Dit had ik nog nooit meegemaakt. Niet erg op mijn gemak doorkruisten we het centrum van Rijeka om uiteindelijk weer een paar kilometer westelijk daarvan een camping te vinden. Alleen was de ingang nogal raar en was ik er twee keer voorbij gereden.

Een momentje van zwakte... van een kutkroaat
Schreef ik hier vorig jaar dat ik door een eigen stommiteit over een steen reed.. dit jaar verpestte een 19-jarige Kroaat de rest van onze vakantie. Op zoek naar een plaats om om te keren reden we over een 50 km/h-weg. Bij een zijstraat naar links besloot ik af te slaan. Keurig volgens het boekje gaf ik links aan, remde rustig af en keek in mijn spiegels. De weg was vrij dus ik kon linksafslaan.

Piepende remmen en een doffe dreun. De auto zwiepte over de weg en kwam tot stilstand. "Neee neee neee!" riep Peter naast me. Pas toen besefte ik me dat we een flinke klap hadden gemaakt. Er schiet van alles door je heen. Een Kroaat die achter ons reed had mijn knipperlicht niet gezien en was vermoedelijk bezig met een inhaalpoging omdat hij vond dat ik door het afremmen te langzaam reed. Terwijl wij in onze draai linsaf waren had hij ons aan de linkerachterkant geraakt.



Flinke schade.

We stapten uit en gelukkig bleek de jonge Kroaat redelijk Engels te spreken. Hij gaf direct zijn schuld toe. Het bleek dat de schade aan onze auto mee viel in vergelijking met zijn auto. Toch kreeg onze vakantie in enkele seconden een hele andere wending. Een bus stond te toeteren dat de auto's van de weg moesten. Zijn auto startte niet meer en werd dus aan de kant geduwd. Tot overmaat van ramp begon het ook nog eens te regenen. Gelukkig zette dit niet door. De Kroaat belde direct de politie en die kwam dan ook snel.. niet dus. Ruim drie uur (!!!) hebben we moeten wachten op de sterke Kroaatse arm der wet. Enkele telefoontjes van onze vrolijke vriend ("Shit Happens") naar het politibureau leerden ons dat er nog een aantal ongelukken waren gebeurd waaronder een ernstig ongeluk (verrassend!!) en dat die even voorrang kregen. Er was immers maar één politiewagen in de stad die kon assisteren bij ongelukken. Het was al aan het eind van de middag en de honger sloeg toe. Of we nog konden rijden of niet was onbekend. Of we een slaapplaats zouden vinden was onbekend. Hoe zou alles verder gaan? Wat een klote situatie.

De politie arriveerde en begon een gezellig Slavisch theekransje met onze Kroaat. Natuurlijk verstaan wij geen woord Kroaats en vroegen of het gesprek in het Engels kon. De agent vertelde ons dat we zo aan de beurt waren en onze mond moesten houden. Niet blij met de situatie, maar een agent ga je ook niet tegenspreken. We moesten hem maar te vriend houden. Na een tijdje kwam er het voorstel dat wij met onze Kroaat naar zijn verzekering zouden gaan, dan zou alles zonder de politie geregeld worden. Wij hielden onze poot stijf en wilden persé de politie erbij. Alles moest en zou zwart op wit komen voor de verzekering. Een chagerijnig kijkende agent nam vervolgens een alcoholcontrole af (het toegestane promillage in Kroatië is 0,0). Gelukkig waren we allebei 100% nuchter. Alle (wederom Kroaatse) formulieren werden ingevuld. Wat zij met de meisjesnaam van mijn moeder moesten is me nog steeds onduidelijk. Rare Kroaten. Het schadeformulier wilden ze ook niet invullen. Ook hier hielden wij onze poot stijf en uiteindelijk hebben zij het voor de helft ingevuld. Beter dan niets.

We namen afscheid en bedankten onze Kroaat voor zijn medewerking. Er werd ons verteld dat we morgen naar zijn verzekeringskantoor moesten gaan, waar we het adres van meekregen. We knipten met een schaar het binnenspatbord van de auto weg en probeerden of we konden rijden. Dit bleek wel te gaan en dus zochten voorzichtig de camping waar we 's middags al twee keer langs gereden waren op. Boodschappen doen ging niet meer lukken dus aten we in de snackbar van de camping. Hier kwamen wij tot de conclusie dat de Kroaten in deze regio wel een stuk vriendelijker waren dan in Istrië. Toch nog een lichtpuntje.

Hoe de rest van de vakantie zou gaan verlopen, hoe de auto zich zou houden bij hogere snelheden en of we op tijd weer in Nederland konden zijn was onbekend. Met een biertje in de hand en kapot van een lange dag vol contrast - eerst adembenemend mooi, later ontzettend klote - gingen we vroeg de tent in. Waar zou de dag ons morgen brengen?
Dag 11: Op zoek naar een garage
Een nieuwe dag, een nieuwe wereld. Bij het ontwaken sprankelde het zonlicht door de bomen. Gisteren waren we door het donker en de ellende bijna vergeten in wat voor mooie omgeving we ons bevonden. Achter de rits van onze tent wachtte een paradijselijk uitzicht:


Het uitzicht vanuit onze tent

Zelfs om acht uur 's ochtends was het strand (dat zich dus op vijf meter afstand bevond) al behoorlijk vol. En ongelofelijk maar waar: geen rotsen maar grind! Maar rechts van onze tent bevond zich de realiteit. De bumper hing er losjes bij en trok bekijks van passanten. Daar moesten we vandaag maar eens wat aan gaan doen.

De douche van de camping bleek over weinig privacy te beschikken. Een vies geel gordijntje was alles. De muur bestond uit houten latten waar iedereen doorheen kon kijken. Dus je moest maar accepteren dat alle voorbijgangers alles konden zien. Je kleding kon je binnen het gordijntje niet kwijt en dus moest je die in de gezamelijke ruimte laten liggen. De douchekop bungelde aan de kraan en was niet op te hangen. De slang was lek en dus spoot er meer water halverwege loodrecht uit de slang dan dat er uit de kop kwam. De beste remedie was de slang tussen het lek en de doucheknop dicht te knijpen en het lek boven je hoofd te houden. Je begrijpt: heerlijk douchen.

We deden het rustig aan en vroegen aan de wederom vriendelijke receptioniste van de camping waar we een internet café konden vinden. Voorzichtig reden we de camping af naar het dichtstbijzijnde dorp: Opatija. Vanuit de auto zagen we "EuroHerc" langs de weg staan, de naam van de verzekering waar we naar op zoek waren. Ons adres was echter een kilometer of 20 verderop. We parkeerden de auto bij de haven en liepen door het dorp. De verzekering bleek inderdaad slechts een verkooppunt te zijn en dus moesten we toch naar het hoofdkantoor in Kastav. Maar eerst maakten we van de nood maar weer een deugd en aten voor de laatste keer zo'n heerlijk Kroaats ijsje. Eat you heart out, Italia!

Opatija is ook een bekende toeristenplaats in Kroatië. Je zou het kunnen zien als het Scheveningen van Rijeka. Echt in de stemming om het stadje eens leuk te gaan bezoeken waren we niet en dus hebben we er zelf geen foto's van. Daarom een paar plaatjes geleend van internet:




Opatija

In een internetcafé zochten we het precieze adres op en hoe we daar het snelst kwamen. We stapten weer in de auto en reden voorzichtig naar deze verzekering. Eerste indruk was gelukkig goed. Het leek een modern en internationaal gericht verzekeringskantoor. De medewerkers spraken in ieder geval Engels. In een kantoortje vulden we de officiële claim in. Het eerste waar naar gevraagd werd waren de officiële politiepapieren. En onze Kroaat had nog zo zijn best gedaan ons te overtuigen dat die niet nodig waren.. We lieten onze gegevens achter en een monteur kwam naar de auto kijken. Deze verwees ons door naar een Ford garage, waar ze een contract mee hadden.

Op 5 minuten afstand vonden we inderdaad de Ford garage. Deze onverschillige Kroaat begreep echter al snel dat wij binnen enkele dagen terug in Nederland wilden zijn en hij dus onze auto niet kon repareren en dus geen geld aan ons kon verdienen. Hij wimpelde ons af met de mededeling dat we zo prima naar Nederland konden rijden. We reden weg en onze bumper hobbelde achter ons aan.

Onderweg waren we langs een Peugeot garage gekomen en dus besloten we toch maar even iemand ernaar te laten kijken die er wat meer verstand van had en ons écht kon helpen. En in tegenstelling tot mijn ervaringen vorig jaar in Frankrijk kwam de baliemedewerker direct met ons mee en voor we het wisten lag hij onder onze auto te kijken hoe hij dit het best kon repareren. Hij bond de bumper vast met tiewraps. Zo hing het in ieder geval een stuk steviger. Betalen? Welnee joh, service van de zaak! Tevreden reden we terug naar de camping. Bij een supermarkt haalden we boodschappen en extra setje tiewraps.

Terug op de camping bliezen we nog één keer onze luchtbedden op om lekker in de zee te drijven... Tussen de vissen. Veel vissen. En iedereen die mij een beetje kent weet dat ik er niet bepaald fan van ben. Maar zelfs ik vond dit mooi om te zien. Ontzettend helder en vlak water. Geen rimpel op het wateroppervlak. Behalve dan degene die wij produceerden.

's Avonds gingen we "uit eten" in het restaurant naast de camping. Een warm briesje, een ondergaande zon. Een mixed grill op mijn bord.

Op het strand voor onze plaats had een groepje Nederlanders een kampvuurtje opgestookt. We zaten op de rotsen en tuurden nog één keer uit over de zee. Morgen begint de echte terugreis. Een onzekere terugreis met een bumper aan tiewraps. Hoe ver zouden we gaan komen? We hadden geen flauw idee.
Dag 12: De dag van de vijf landen
De dag van de vijf landen. 's Nachts had de Bora weer flink huisgehouden en aangezien wij onze tent in het donker vermoeid hadden opgezet na het ongeluk stond hij niet al te stevig. We werden dan ook allebei met het tentdoek in ons gezicht wakker. Behalve de auto was nu ook de tent goed gekreukeld.


De tent had weer een Bora-nacht overleefd. Maar vraag niet hoe.. Peter in de halve meter schaduw die we hadden.

Terwijl we de tent inpakten vertelde een toevallige voorbijganger ons dat hij het zo opvallend vond dat Nederlanders altijd een grondzeil onder hun tent hebben. Moeten we nu trots zijn dat we de boel netjes houden of zijn we weer idioot zuinig?

We vertrokken in noordelijke richting. De snelweg was weer verboden terrein. Deze keer niet alleen vanwege het grote gevaar van de snelwegen, deze keer ook omdat wij nog geen idee hadden hoe de auto zich zou houden. We kozen voor de binnendoorroute. In eerste instantie 50 in de bebouwde omgeving (hadden we gisteren ook gereden) en dat ging goed. Toen naar de 80/90.. ging ook nog steeds goed. Op een recht en verlaten stuk nam ik de proef op de som en trapte hem even door naar de 110/120 en ook dat ging nog steeds goed. Geen rare trillingen of geluiden en visuele inspecties na regelmatig stoppen leerden ons dat ook de barsten niet verder uitscheurden.

Relatief snel bereikten we de grensovergang met Slovenië. Nog altijd een achterlijk onderontwikkeld land maar het voelt toch een beetje als thuiskomen in de EU. Eindelijk weer euro's! De benzineprijzen waren weer schokkend. Op dat moment betaalde je in Nederland zo'n 1,65 voor een liter benzine, in Slovenie 1,15. Daarom tankten we bij het laatste tankstation van Slovenïe. In Italië liggen de benzineprijzen immers vele malen hoger. Het landschap bleef mooi. Een lekker muziekje op.


Zomaar een treinviaduct. Maar waarom hebben we dit in Nederland toch niet?

Bij Triëste kwamen we weer de grens over. Daar kwam de volgende proef: de snelweg. Echte alternatieven waren er niet. Gelukkig ging ook dat voorspoedig. De reis vorderde gestaag. Ons autobahnvignet voor Oostenrijk was helaas één dag verlopen dus we moesten een nieuwe kopen. En dan verrijzen aan de horizon plotseling de Alpen. Een fantastisch gezicht dat je door een volledig vlak landschap rijdt en dan ineens hoge bergtoppen.



Een strakke lijn tussen de vlakte en de bergen.

In Oostenrijk maakten we een stop bij het drielandenpunt van Italië, Oostenrijk en Slovenië:

Parkeerplaats bij het drielandenpunt.

Een prachtige route volgde met onder andere de bekende Tauerntunnel. Een absolute bottleneck in het snelwegennetwerk van Oostenrijk. Momenteel bestaat deze namelijk maar uit één tunnelbuis. Al sinds 2006 zijn ze bezig met een tweede, maar voor 2010 is die niet af. Zou daar die 12 euro tol voor gebruikt worden? In 1999 was er een rampzalige brand die 12 mensen het leven kostte. De dag nadat wij thuis waren was de wachttijd voor de Tauerntunnel zo'n 5,5 uur. Dan zijn wij er met ongeveer 20 minuten toch goed doorgekomen!


Ingang Tauerntunnel


Een andere tunnel een eindje verder met een mooi kasteeltje erbij

En dan rijd je na Kroatië, Slovenië, Italië en Oostenrijk het vijfde land binnen op één dag: Duitsland. Met een bezoek aan München in ons hoofd stopten we toen we een eindje in Duitsland onderweg waren op zo'n 50 km van München.



Het was al een lange dag rijden en erg veel campings waren er niet in de regio. We moesten dus genoegen nemen met een camping pal aan de snelweg. De camping was bereikbaar door op een parkeersplaats van de snelweg een bruggetje over te gaan. Niet eens een serieuze afrit dus! Alleen een strook van 50 meter bos op een heuvel scheidde ons van het voorbij razende verkeer. Ondanks dat een mooie camping vanwege het mooie landschap. Weer totaal anders dan we gewend waren op de vakantie. Het landschap doet denken aan dat van een tafel modeltreinen. Aan de horizon nog de pieken van de Alpen. Een rustig meertje aan de andere kant van de camping.


Op wat geluidsoverlast na een prima doorreiscamping.

We zochten ons blind naar een supermarkt. Eerst van dorp naar dorp en uiteindelijk in één stadje een half uur rondgedwaald voor we er één gevonden hadden. Na het avondeten dronken we nog wat en kropen vervolgens op tijd de tent weer in. Morgen naar München!
Dag 13: München
Vandaag stond München op het programma. De laatste krimp cultuur van deze vakantie. Het had de hele nacht flink gedonderd en gebliksemd. Voor het eerst in anderhalve week hadden we weer eens regen. En hoe.. met bakken tegelijk. Máár toen we 's morgens de tent open deden stond het zonnetje alweer stralend aan de hemel en was het prima weer. Op naar München!

Na een klein uurtje rijden stonden we midden in München. München is de hoofdstad van de Duitslands grootste deelstaat Beieren en is met ruim 1,2 miljoen mensen de derde stad van Duitsland. Al vele eeuwen speelt deze stad een belangrijke rol in de regio. Tussen de twee wereldoorlogen vooral bekend om als echte Nazi stad. Door de stad stroomt de rivier de Isar, een zijtak van de Donau.

We parkeerden aan de rand van het centrum. In deze parkeergarage was het voor het eerst dat ik in mijn leven speciale vrouwenparkeerplaatsen zag. In eerste instantie natuurlijk een hoop lol om de clichés over de vrouwelijke kunsten van het inparkeren. Het ging echter helaas om parkeerplaatsen dichtbij de uitgang omdat het vrouwelijk geslacht vaak wat bang uitgevallen is in ondergrondse ruimten.

Het centrum was erg leuk. Maar echt onder de indruk waren we niet. Een vergelijking met het dynamische Frankfurt is bijna niet te maken. Dáár moderne wolkenkrabbers, hier de charme van een oud centrum. Veel pracht en praal uit tijden waarin kosten noch moeite werden gespaard om de wereld te laten zien wat een supernatie Duitsland was.





Een gezellig oud centrum rond het Marienplatz, het belangrijkste plein van de stad.


Winkels in de zijmuur van een kerk. Moet kunnen.

Stiekem waren we allebei wel op zoek geweest naar een Starbucks. Achteraf zou blijken dat we er de hele route omheen gelopen waren want ook München zat er vol mee. Op het station vonden we er één en dronken wederom zo'n heerlijke bak koffie.


Als echte Transport & Planning student kon ik deze twee prachtexemplaren van de ICE natuurlijk niet zonder foto passeren.


En hetzelfde geldt voor strakke moderne tramrails door een historische binnenstad.



Rechts de Theatinekerk.


Herkulessaal. Een concertgebouw.. En dan vinden wij Paradiso al heel wat!


Oorlogsmonument voor de Bayerische Staatskanzlei

Op de voorgrond een oorlogsmonument met het opschrift "Sie werden auferstehen", te vertalen als "Zij zullen weer opstaan". Het was in eerste instantie een monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Na de Tweede Wereldoorlog is het monument verbouwd en is het ook voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Op de achtergrond de Bayerische Staatskanzlei, de hoogste overheid van deelstaat Beieren en de laatste stap onder de nationale overheid. Het gebouw is in de tweede wereldoorlog grotendeels verwoest. Vele jaren later zijn de verwoeste delen in glas opnieuw opgebouwd.


Shit, daar staat een standbeeld in de weg. Ach, dan leggen we de tram er toch gewoon omheen?


Een heuse meiboom

En dan sluiten we München af met een leuk verhaaltje over de Meiboom. Meibomen zijn een eeuwenoude traditie in Zuid Duitsland (en ook wel daarbuiten). Het is een vruchtbaarheidsritueel om aan het begin van de zomer de vruchtbaarheid van de natuur te eren. Er wordt eerste een goede boom uitgezocht. Hij moet minstens 30 meter hoog en kaarsrecht zijn. Met grote zorgvuldigheid worden de takken afgezaagd. Deze wordt vervolgens onder groot onthaal de stad in gebracht. Daar wordt hij verder geschaafd en geschilderd.

Nadat de Meiboom gereed is is het zaak hem goed te bewaken! Het is namelijk de traditie dat jonge mannen uit de omgeving zullen proberen hem te stelen. Om dit te voorkomen moeten de inwoners (en dan vooral de jonge mannen) de hele nacht wakker blijven. De mannen uit de dorpen in de omgeving blijven ook wakker om hun kans te kunnen grijpen als deze zich voordoet. Wanneer zij erin slagen hem te stelen wordt er onderhandeld tegen welke prijs (bier en eten) hij teruggeven wordt.

Op 1 mei worden straten normaal afgesloten om de Meiboom naar zijn plaats te brengen. Na een speech van de burgermeester wordt de meiboom met puur spierkracht overeind gehesen. Hiervoor verzamelen zich vele jonge mannen. Of dit allemaal in een miljoenenstad als München er ook nog zo aan toe gaat betwijfel ik. Maar het is toch een mooie traditie!

Tot slot heb ik nog een panorama van München van Wikipedia geleend. Je zult er veel gebouwen op terugvinden die je op de foto's hierboven ook ziet. Klik voor vergroting.



Onderweg terug deden we nog even boodschappen. Na het eten liepen we nog even naar het meertje bij de camping toe. Een prachtig uitzicht.


Onze biertjes kookten bijna en mochten dus even afkoelen in het water.



Een prachtige avond valt over de Seehamer See

Morgen de tweede dag van de terugreis.
Dag 14: München - Koblenz
Op de heenweg hadden we gekozen voor de Rechtsrheinische autobahn (aan de oostkant van de Rijn dus). Dit was ons niet zo goed bevallen omdat er zoveel wegwerkzaamheden waren vanaf Frankfurt. Dus kozen we deze keer of de Linksrheinische autobahn. En dat hebben we geweten... We hebben uiteindelijk zo'n 500 km gereden en daar de hele dag over gedaan. Nee aan de westkant van de Rijn was het niet veel beter.

Ik vraag me af of we deze dag ooit 10 minuten lang meer dan 100 km/h hebben gereden. Elke keer dezelfde methode: van een 2x3 strooks snelweg wordt 1 rijbaan volledig afgesloten en de andere opgedeeld in 2x2 smalle stroken. 10 Kilometer wegwerkzaamheden, 5 kilometer rijden. Bij de wegwerkzaamheden stonden grote waarschuwingsborden dat 60 km/h echt onze uiterste limiet was. Onze echte limiet lag echter vaak niet boven de 30 km/h door de drukte. Helaas beschikten we niet over een gedetailleerder kaart van Duitsland en hadden we weinig andere opties dan simpelweg op de snelweg te blijven. En daarbij blijf je de hoop hebben dat het "na deze stad" echt voorbij is.

De linksrheinische autobahn is een stuk heuvelachtiger en daarmee mooier dan de rechtsrheinische. Over de rivierdalen zijn dan ook bijzondere bruggen gebouwd. Het grootste viaduct was te vinden bij Koblenz (Winningen), onze stopplaats. Deze "Moseltalbrücke" is 935 meter lang en het hoogste punt van de rijbaan ten opzichte van het dal is 136 meter. Hij werd gebouwd tussen 1969 en 1972 en was in die tijd de hoogste autosnelwegbrug ter wereld. Binnen in de staalconstructie bevindt zich een ruimte die in het geval van oorlog met springstof gevuld kan worden zodat de brug in zijn geheel onbruikbaar wordt. Tja.. ook daar wordt over nagedacht.



We keken er vanuit de tent zo op. Een mooie camping gelegen op een eiland in de Moezel. Wij stonden op een groot grasveld aan de rand van de camping. Een schitterende plek, alleen zo'n tien minuten lopen van het toiletgebouw! Naar de WC gaan was een hele onderneming.


En daar stond onze tent dan op een groot leeg veld. Let u ook vooral even op de wegwerkzaamheden die zelfs óp de brug bezig waren! Hoe frustrerend..

Ook dit gebied had zeker weer zijn charme. De steile hellingen langs de Moezel werden gedomineerd door wijnbouw. Met een helling van 65 graden is hier dan ook de steilste helling waarop een wijngaard ligt te vinden. Tegen de hellingen op liggen rails die in eerste instantie nog het meest aan een achtbaan doen denken. Deze vorm van wijnbouw staat bekend als de meest arbeidsintensieve ter wereld. Ongeveer 7 keer meer manuren zijn nodig dan bij een vlakke wijngaard.


Steile hellingen met wijnbouw langs de camping.

Voor de laatste keer nog even voor de tent zitten. Voor de laatste keer viel het donker over de camping. Morgen zouden we weer in ons eigen bed slapen. Nederland lag om de hoek. Bijna thuis.


Ook over het viaduct valt de avond.
Dag 15: Naar huis
We pakten definitief de tent in. Alle spullen die we niet meer zouden gaan gebruiken werden weggegooid. In tegenstelling tot gisteren konden we vandaag weer heerlijk doorknallen. Met een leuk muziekje aan kwam Nederland steeds dichterbij. De auto hield zich ook bij de echt hogere snelheden nog altijd goed. We kwamen bij Venlo de grens over. De bekende grensovergang waar Nederland toch wel weer erg lang op een aansluitende snelweg laat wachten. Verstrikt in bureaucratische procedures is er voorlopig nog geen A74. Of het gaat lukken dat je in 2012 vanuit Duitsland gewoon over de snelweg verder kunt rijden in Nederland betwijfel ik. Voorlopig nog een stukje binnendoor rijden dus. Ook het stuk snelweg in Nederland ging voorspoedig. Het blijft mooi om te zien hoe Nederland zijn eigen landschap heeft. Al direct na Venlo voelt het in alles als Nederland. Vlak, groen, koeien, asfalt, flitsers. Thuis.
Slotwoord
15 Dagen, 8 campings, 6 landen, 2 Starbucks, ruim 3500 km op de teller, talloze wegpiraten en 1 in het bijzonder. Ruige alpenpieken en schitterende eilanden. Strakke snelwegen en steile haarspelden. Miljoenensteden en verlaten gehuchten. Ook deze vakantie mag voor eeuwig worden opgeslagen in mijn herinnering. Maar ook zwart op wit, vereeuwigd op papier.

Een kleine vergelijking met de vakantie van 2007 is op zijn plaats. In geen enkele zin heb ik spijt van onze keuze voor Kroatïe. Echter, moet ik wel toegeven dat ik hier niet naartoe terug zal keren. Iets wat ik zeker nog eens naar Zuid-Frankrijk zal doen. In alles is Zuid-Frankrijk een stuk diverser. Qua campings, qua steden, qua wegen, qua stranden, qua attracties. Zo gezien is Kroatië tamelijk saai en typeert het de vakantie dat Venetië, aan de andere kant van de Adriatische Zee, het meest spectaculaire uitstapje was. Niettemin zeer mooi en ontzettend gaaf om eens gezien te hebben. Bovendien heeft het zeker zijn charme om buiten de EU te zijn, in een gebied met een rare munt en vooral een rare taal. Want ook na twee weken Kroatië begrepen we nog geen enkel woord.

De auto is inmiddels gerepareerd en staat weer prachtig glimmend en compleet voor de deur. Mijn dank aan alle lezers van dit verslag en de wederom positieve reacties. Ondanks het feit dat ik dit niet schrijf om te imponeren met mijn vakantie (ik weet immers ook wel dat mensen met veel spannendere verhalen van de andere kant van de wereld thuis komen) motiveerde mij dit wel steeds om weer verder te schrijven. Tot slot wil ik u nog feliciteren: u heeft het wederom tot de laatste letter volgehouden.