logo
Inleiding
In 2007 en 2008 reden we met de auto het avontuur tegemoet. In 2009 was het tijd voor een nieuwe uitdaging. In 2009 zouden Peter en ik Europa gaan veroveren met... de trein! In de maanden voor de vakantie wisselden we wat ideeën uit en lieten we elkaar kaarten van mogelijke routes zien. Van tevoren precies weten waar we wanneer zouden zijn is natuurlijk volledig tegen al mijn vakantie principes. Maar voor deze vakantie was het wel zo prettig. Langzaam maar zeker begon de route vorm te krijgen. We zouden beginnen in Berlijn en dan naar het zuiden afzakken. Het liefst zouden we dan via Centraal of West-Europa weer huiswaarts keren. Uren spendeerden we achter het internet op zoek naar de mooiste steden en de beste verbindingen. Na lang wikken en wegen was de voorlopige route af:


De geplande reis (reisrichting met de klok mee)

Voor de reis van Boedapest naar Milaan boekten we een goedkope vlucht. Wizz-Air zou ons vanuit Boedapest naar Bergamo gaan brengen, waarvandaan het een uurtje met de trein naar Milaan was. Maar met de route was de voorbereiding nog niet klaar. Interrailen vergt nogal wat meer planning dan gewoon een auto vol met kampeerspullen laden en gáán. We kochten Interrail Tickets, reisgidsen, grote rugzakken, etc etc. Een flinke voorbereiding dus. We waren er maar druk mee.

Tot slot nog een kleine disclaimer vooraf. De teksten uit het verslag zijn van mij, maar veruit het grootste deel van de foto's is door Peter genomen met zijn digitale spiegelreflex camera. Alle credits voor de foto's gaan dus naar hem.
Dag 1 - Rotterdam > Berlijn

Rotterdam Centraal

De wekker ging vroeg. Vandaag zou de langste treinreis van allemaal worden. Bepakt met onze grote rugzakken liepen we naar Rotterdam Centraal waar het avontuur ging beginnen. Zo'n ontzettend vertrouwde omgeving en toch het startpunt van een prachtige reis. Voor de eerste en voorlopig laatste keer stapten we in een knalgele NS trein, die ons in razend tempo naar Amersfoort bracht. Daar moesten we overstappen op de trein naar Berlijn. "Reserveren aanbevolen" had de reisplanner ons gemeld. Het had ons niet nodig geleken en dus zochten we nu naar een lege en niet gereserveerde plaats. Dat viel nog niet mee. 8 Wagons verder vonden we uiteindelijk stoelen waar we ons in lieten zakken. Voortaan toch maar reserveren! Een kleine zes uur lang bekeken we het voorbij schietende landschap. De zon verlichtte de velden.

Berlin Hauptbahnhof
"Meine Damen und Herren an Gleis 13: willkommen in Berlin Hauptbahnhof". De stationsomroeper verwelkomde ons op dit prachtige station. We hadden gelijk de eerste hotspot van Berlijn te pakken. Na de val van de muur werd besloten om één groot hauptbahnhof te bouwen in Berlijn. Het oude kopstation waar de treinen uit Hannover stopten werd gesloopt en op deze plek werd een fenomenaal groot nieuw vervoersknooppunt gebouwd. Er werd een nieuwe tunnel gebouwd in Noord-Zuid richting en de viaducten van de S-Bahn in Oost-West richting werden uitgebreid voor het overige treinverkeer. De S-Bahn stopt er nog steeds en sinds 9 augustus 2009 (dus nog niet toen wij er waren!) is het station ook op het metronet van Berlijn aangesloten. Met alle verschillende lagen sporen en de imposante glasoverkapping een zeer indrukwekkend station.




Berlin Hauptbahnhof. Geïnteresseerden vinden hierrr en hierrr nog verticaal panorama's.

Hostel
We hadden een hostel geboekt dat op zo'n 20 minuten lopen vanaf het station lag. Het was niet moeilijk te vinden. Onderweg naar het hostel kregen we al een beetje de smaak van Berlijn te pakken. Prachtige gebouwen en een heerlijke sfeer. Het hostel claimt het oudste hostel van Duitsland te zijn. De receptie bevond zich op de tweede verdieping. De receptie fungeerde tevens als bar en eromheen waren een aantal stoelen, banken en tafels geplaatst. Er hing een grote wereldkaart waarop bezoekers hun herkomst konden aangeven. Maar of er nu écht mensen vanuit Antarctica in dit hostel hadden gelogeerd betwijfel ik.. Onze kamer had alle kleuren van de regenboog en we deelden onze kamer met twee Nederlandse dames. Beiden psychologie studentes uit Utrecht.


De voorgevel van ons hostel


De hallucinerende kleuren van onze kamer

Nadat we onze spullen uitgepakt hadden was het tijd om Berlijn te verkennen.
Vol goede moed verlieten we het hostel. Een eindje verderop in de straat vonden we een koffietent met zo'n belachelijke naam dat we er toch even koffie moesten halen.


Balzac Koffie. Moeten we ze nog uitleggen wat dat in het Nederlands is?

De Nieuwe Synagoge
Even om de hoek zagen we de grote Fernsehturm hoog boven de daken uitpieken. We besloten die kant op te lopen over de Oranienburgerstraße. Aan deze straat ligt de "Nieuwe Synagoge". Deze synagoge werd gebouwd tussen 1859 en 1966 en biedt plaats aan 3000 mensen. Natuurlijk was eind jaren 30 ook de synagoge doelwit van het nazi bewind. Het had dan ook weinig gescheeld of de hele synagoge was tijdens de Kristallnacht in vlammen opgegaan. Vanaf 1940 werd de synagoge als opslagplaats gebruikt van de Wehrmacht. Tijdens het bombardement van de geallieerden in 1943 ondervond de synagoge ernstige schade. In 1958 werd op de voorgevel na het gebouw gesloopt. Het zou tot de val van de Berlijnse muur in 1989 duren totdat hij weer in ere werd hersteld.


De Nieuwe Synagoge

Museum Insel
Midden in de Spree ligt een eiland dat allerlei musea huisvest: museum insel. Ook dit eiland is tijdens de bombardementen van de geallieerden flink beschadigd. Ontzettend veel kunstschatten zijn destijds verloren gegaan.


De Spree.


Boden Museum


Pergamon Museum

Een eindje zuidelijk van deze musea bevindt zich op het eiland de Lustgarten. En die naam verdient het ook! Wat een heerlijke sfeer hing er op dit grote veld met fontijn. We besloten er even uit te rusten van de lange reis. Aan de Lustgarten bevinden zich het Altes Museum en de Berliner Dom. Al in de 16e eeuw werd dit veld aangelegd als een soort moestuin. Sindsdien heeft het veld al vele doelen gediend. Van rallies tot kermisterrein tot politieke betogingen. Hiervan was de meest opvallende waarschijnlijk de demonstratie van 7 februari 1933, waaraan 200.000 mensen meededen. Een protest tegen het regime van Adolf Hitler, zojuist benoemd als rijkskanselier. Niet veel later werd publiek protest verboden.


Berliner Dom


Lustgarten


Lustgarten panorama. Aanklikken voor hogere resolutie.

Alexanderplatz en de Fernsehturm
Nadat we een beetje bijgekomen waren vervolgden we onze weg richting Alexanderplatz. Alexanderplatz ligt midden in Oost-Berlijn en was in die tijd het belangrijkste centrum van dat deel van de stad. Rond het plein waren regeringsgebouwen gevestigd. In die tijd werd ook de Fernsehturm gebouwd die het plein nu domineert. Verder is het plein nu vooral een vervoersknooppunt.

We besloten kaartjes te kopen om de Fernsehturm op te gaan. De wachttijd was wel even schrikken: 2,5 uur! Gelukkig hoefden we niet in een rij te gaan staan en kregen we een smsje een half uur voor we aan de beurt waren. Ontzettend goed geregeld dus! In deze 2,5 uur hebben we een echte Berlijnse Curryworst gegeten (wat wij zelf meer een overgewaardeerde frikandel vonden). We liepen nog een rondje door Berlijn, proefden de sfeer en aanschouwden de gebouwen.



Fernsehturm

De fernsehturm werd gebouwd tussen 1965 en 1969 en moest symbool staan voor Berlijn en de grootsheid van het GDR. De totale hoogte van de toren is 365 meter. Het uitzichtplatform bevindt zich op 204 meter hoogte en is in 40 seconden te bereiken met de lift. Even slikken dus. Erboven bevindt zich nog een ronddraaiend restaurant dat elk half uur om zijn as draait. Het uitzicht kan ruim 40 km zijn. In de toren bevindt zich ook nog een Tuned mass damper: een groot gewicht dat tegen de trillingen van de toren in beweegt zodat hij minder uitwijkt.

Op het moment dat de zon bijna achter de horizon zou duiken zoefden wij met enorme snelheid naar 204 meter hoogte. Een prachtig gezicht hoe de zon onder ging en langzaam overal het licht aan ging in Berlijn. Spoorlijnen slingerden zich door de stad, auto's zochten hun weg.


Uitzicht richting West-Berlijn


Uitzicht richting Oost-Berlijn


De Lustgarten


In de verte de Tiergarten, ervoor nog net de Reichstag en de Brandenburger Tor

We wilden er het liefst uren blijven, maar er komt een moment dat je weer naar de straattegels onder je voeten verlangt. We liepen terug naar het hostel. Pas op dit moment merkten we echt hoe relaxed Berlijn was. Terrassen waren vol, in alle parken kwamen mensen samen, veel mensen liepen met een drankje over straat zonder dat er enige aggressiviteit ontstond. Heel gezellig en veilig. Het overviel ons een beetje.





Sfeerbeeld van Berlijn bij avond

In het hostel ontmoetten we onze kamergenotes voor het eerst. We dronken beneden bij de bar nog een drankje en kropen daarna onze bedden in. Dag 1. Nu al onvergetelijk.
Dag 2 - Berlijn
Het was bewolkt en er werd lichte motregen voorspeld, maar omdat de temperatuur goed was vertrokken we toch in korte broek en t-shirt van het hostel. En dat hebben we geweten. Een klein half uur later liepen we over Unter den Linden en begon het te regenen. Het was koud en grillig. Misschien was het hierdoor dat Unter den Linden - dé praalweg, dé flaneerlaan - op ons niet echt indruk maakte. We liepen hem uit tot de Brandenburger Tor.


Brandenburger Tor

Voor de Brandenburger Tor gold zo'n beetje hetzelfde. Leuk detail is dat het beeld bovenop de Brandenburger Tor nog door Napoleon als oorlogsbuit is meegenomen naar Parijs. Acht jaar later nam een Duitse maarschalk hem mee terug maar in de Tweede Wereldoorlog is hij alsnog gesneuveld. Het huidige beeld is een replica. Ook de Brandenburger Tor bleef niet ongehavend in de oorlog. Na de oorlog hebben de gemeentes van Oost- en West-Berlijn gezamelijk de poort hersteld. Tot de renovatie begin 21e eeuw bleven de kogelgaten echter zichtbaar.

Holocaust Memorial
Achter de Brandenburger Tor werd het voor ons interessanter. We liepen op de grens van Oost- en West-Berlijn. We volgden de grens in zuidelijke richting en kwamen aan bij het holocaustmonument, dat daar ligt sinds 2005. Voor ons was dit monument sowieso een must tijdens het bezoek aan Berlijn. Het bestaat uit 2711 betonblokken variërend in hoogte van 20 cm tot 4,5 meter met een tussenruimte van 95 cm. Misschien versterkte het grauwe weer hier het effect, maar lopend tussen de enorme kolossen voel je je ineens bijzonder klein. Omdat je elkaar bijzonder snel kwijt raakt sta je al snel eenzaam en alleen tussen de grote grijze blokken. Juist dit gevoel van isolement staat symbool voor de ervaringen van de Joodse bevolking tijdens het nazibewind. Hoeveel gedenkstenen, standbeelden en parken ik ook gezien heb die de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog herdenken, het is lastig er één te noemen die net zoveel indruk maakt als deze. Overigens is nergens op of rond het monument te vinden wat het hedenkt. De bezoeker mag zijn eigen conclusies trekken.




Holocaust Memorial

Potzdamer Platz
Op een steenworp afstand van de voormalige muur dronken we een kop koffie bij één van de vele Starbucks filialen. Eén van de tekenen waaraan te zien is dat Berlijn 20 jaar na de val van de muur een hele andere stad is. Na de koffie liepen we rond over Potsdamer Platz. Ooit was dit de plaats waar de weg en de spoorweg uit Potsdam (25 km zuidelijker gelegen) bij de stadsmuur van Berlijn aankwamen. Sinds eind 19e eeuw kwam hier ook de metro aan. Rond 1930 was het het drukste verkeersplein van Europa en had het plein een status vergelijkbaar met Picadilly Circus en Times Square.

Tijdens het nazi regime werd hier onder andere Hitler's Reichskanzlei gebouwd. Het Potsdamer Platz had daardoor veel te lijden tijdens de geallieerde bombardementen in de laatste jaren van de oorlog. Tegen het einde van de oorlog was het plein en zijn complete omgeving tot op de grond verwoest. Na de oorlog werd het plein de grens tussen het Amerikaanse, Britse en Soviet-deel van Berlijn. Om die reden voelden geen van de delen zich geroepen het plein om te knappen en week uit naar pleinen verder van de grens. Na de bouw van de muur was er niets meer over van het drukke verkeersplein van vroeger. Vele hectares grond bleven jarenlang leeg, tot de val van de muur.


Potsdamer Platz in 1982. Bron: Wikipedia



De val van de muur op Potzdamer Platz

Na 1990 werd Potzdamer Platz weer het middelpunt van de aandacht. Midden in een wereldstad lag een prachtig open terrein, klaar voor een nieuwe inrichting. Een fysieke en symbolische verbinding tussen het oosten en het westen. In de jaren die volgden verrezen wolkenkrabbers van onder andere Sony en Daimler. In 2005 werd hier het nieuwe treinstation Potsdamer Platz geopend dat zich bevindt in de eerder genoemde noord-zuid tunnel vanaf het Hauptbahnhof. Voor het station bevinden zich de stille getuigen van de geschiedenis van dit plein. Stukken muur en informatie erover zijn hier teruggeplaatst.






Potsdamer Platz

Naast Potsdamer Platz ligt Leipziger Platz. Dit plein heeft hetzelfde lot ondergaan als Potsdamer Platz. Het is alleen nog wat minder in ontwikkeling gekomen. Langs het achthoekige plein ontbreken aan veel zijden de gebouwen. In eerste aanblik zou je dit echter niet zeggen! In Berlijn zijn ze namelijk zo handig geweest om hier nepgebouwen neer te zetten. Het bestaat simpelweg uit stellingen met een zeil ervoor gespannen waarop een gevel getekend is. Dat staat toch een stuk leuker dan de gapende leegte.


Let op! Dit is een nepgebouw!


De achterkant bestaat uit een stelling, gebouwd op braakliggend terrein
Even verderop langs de Leipzigerstraße kwamen we nog een stille getuige tegen. Een gebouw uit 1894, dat ooit behoorde tot het ministerie van financiën en later openbare werken. Nu herinneren de kogelgaten aan de oorlog. Omdat het gebouw onder de monumentenzorg valt wordt het voorlopig maar bewaard in afwachting van een andere bestemming.


Leipzigerstraße 125

Wachtturm Erna-Berger-Straße
Ooit stonden er in Berlijn zo'n 150 wachttorens langs de muur. Tegenwoordig zijn er daar nog maar 3 van over. Eén van deze bevindt zich in de Erna-Berger-Straße. Vanaf hier hielden soldaten de "running-zones" langs de muur in de gaten. 24 Uur per dag, 7 dagen per week. Niemand mocht ontsnappen. Van dit model zijn er na 1969 een behoorlijk aantal gebouwd in Berlijn. Er werd echter steeds gesleuteld aan het ontwerp en voor dit model bleek het dat de smalle schacht niet handig was om snel naar boven en beneden te klimmen. Later werd dan ook het wijder opgezette vierkante model geïntroduceerd. Sinds 2001 staat deze toren op de monumentenlijst. Maar ondanks dat is de toren toch 8 meter oostelijk verplaatst om plaats te maken voor nieuwbouw. Op een enkele Segway-tour na niet echt een toeristische trekpleister.


Wachtturm Erna-Berger-Straße

Checkpoint Charlie
Ha, daar hebben we weer wel een straathoek waar het wemelt van de toeristen: Checkpoint Charlie. Het enige punt waar buitenlanders (uit staten waarvan de Russen dat toestonden) over de weg Oost-Berlijn in konden. Tijdens de Koude Oorlog werd de post symbool voor zowel de scheiding, als voor de vrijheid. Na de val van de muur werd de post gesloopt, om zo'n 10 jaar later weer opgebouwd te worden als gedenkpunt.



Checkpoint Charlie

Indrukwekkender dan het Checkpoint zelf vonden wij de klinkers in het asfalt die de locatie van de muur aangaven. Een raar idee dat je nu zonder problemen erover heen stapt, zo vaak als je wilt, maar dat je daar 30 jaar lang genadeloos voor werd neergeschoten.



De Berlijnse muur



Moderne Architectuur.


S-Bahn, metro, autowegen.. alles onder en over elkaar.


Het Joods museum.

Duits Techniekmuseum
We wandelden verder door de straten van Berlijn, om uiteindelijk het Duitse Techniekmuseum in Kreuzberg te bezoeken. "Zoals het echte bèta's betaamt" zou één van onze kamergenoten later op de middag zeggen. Het techniekmuseum is gebouwd rond het oude vrachtstation Anhalter Bahnhof en richt zich daardoor voornamelijk op spoorwegen. In twee grote hallen zijn tientallen historische locomotieven te bewonderen. In andere vleugels kom je alles te weten over film, fotografie, schepen, vliegtuigen en nog veel meer. Rond sluitingstijd moesten we het gebouw verlaten, zonder alles gezien te hebben.


Een historische locomotief in het techniekmuseum.

Behoorlijk vermoeid pakten we voor het eerst de metro om ons te verplaatsen. Het daglicht zagen we weer op Alexanderplatz, alwaar we een restaurant zochten. Een stuk beter eten dan de frikandel van gisteren voor hetzelfde geld. Na het eten wilden we met de tram terug naar het hostel. Deze stopte echter halverwege en dus hadden we nog de S-Bahn én de metro nodig om thuis te komen. Een flinke dwaalrit onder de grond.

Nadat we even in het hostel uitgerust hadden wandelden we weer naar Hackescher Markt. Hier had het de avond ervoor erg gezellig geleken. Ook nu was het er erg leuk. Onderweg hiernaartoe bleken er echter langs de Oranienburgerstraße behoorlijk wat prostituees te staan. Zeer herkenbaar door de korsetten, laarzen en felle kleding, lees hier meer over de Prostitute Dresscode in Berlijn. Prostitutie is ook in Duitsland legaal en de Oranienburgerstraße bleek het meest prominente red-light-district te zijn. Op een afstand van 50 tot 100 meter van elkaar gokken de dames op toeristen. Op de terugweg stonden ze dan ook niet meer braaf langs de zijkant maar blokkeerden ze het pad voor (jonge) mannelijke voorbijgangers. Ook wij werden meerdere keren staande gehouden door deze zeer opdringerige prostituees ("Stop!"), die ons er niet langs wilden laten. Helaas dames, geen interesse. We gingen gewoon alleen naar bed en verdwenen al snel in dromenland.
Dag 3 - Berlijn
Onze Nederlandse kamergenotes waren midden in de nacht vertrokken. 's Ochtends bleef het dus stil in de kamer en sliepen we uit tot ongeveer half elf. Niet veel later liepen we op straat met een broodje in onze hand, op zoek naar een internetcafé. De zon scheen weer volop. We boekten een hostel in Praag en zetten koers naar het Hauptbahnhof. Na onze ervaring met het zoeken naar een zitplaats in de trein naar Berlijn leek het ons handig om de trein voor morgen te reserveren. We liepen erheen via de Reichstag.

Regierungsviertel
In de roerige tijd na de Tweede Wereldoorlog was Berlijn niet geschikt als hoofdstad voor West-Duitsland. Daarvoor in de plaats werd de middelgrote stad Bonn aangewezen als nieuwe hoofstad. Ook de regering zetelde in Bonn. Na de hereniging van Duitsland kwam een miljarden kostende verhuisoperatie op gang om de regering van Bonn terug naar Berlijn te brengen. Alle politici, het volledige ondersteunende apparaat, ambassades en vele anderen moesten ruim 500 km naar het noordoosten verhuizen. Na 57 jaar werd er weer vergaderd in de opgeknapte Reichstag en werden prachtige gebouwen langs de Spree gebouwd. En hoe! Als ze ergens weten hoe ze een stad goed in kunnen richten en de buitenruimte benutten, dan is het wel in Berlijn. De nieuwe regeringsgebouwen staan in een rechte lijn over de Spree, verbonden via loopbruggen over het water. Kijk hier om een beeld te krijgen dat iets verder reikt dan onze foto's.





Regeringsgebouwen met onderaan de welbekende Reichstag


Op een luie stoel aan het water tussen het regierungsvierteil en het hauptbahnhof. De ultieme inrichting van de buitenruimte. Daar kunnen wij nog een heleboel van leren.

Berliner Zoo
Met de tickets voor de trein naar Praag op zak pakten we de S-Bahn naar station Zoologischer Garten. De dierentuin van Berlijn is één van de bekendste dierentuinen ter wereld en de meestbezochte van Europa. Voor ons reden genoeg voor een bezoek. De Berliner Zoo (of Zoologischer Garten) ligt helemaal in het zuidwesten van de Tiergarten, een enorm park in het centrum van Berlijn. De dierentuin werd geopend in 1844 en huist meer dan 1400 diersoorten. Eén van die diersoorten is de reuzepanda. Al sinds 1978 leeft Bao Bao in deze dierentuin.

Een andere publiekstrekker was de laatste jaren ijsbeertje Knut, door zijn moeder verstoten na de geboorte. De Berliner Zoo beleefde door dit ijsbeertje het drukste jaar ooit. Pikant detail is dat de dierentuin 430.000 euro betaald heeft om Knut over te kopen van de Neumünster Zoo, die het beestje claimde omdat zijn vader hun eigendom was. Waar Knut was toen wij er waren weet ik niet, maar we hadden de indruk dat hij er niet was. Als het goed is was hij er nog gewoon.






Beelden uit de Berliner Zoo.

East Side Gallery
Vanuit de wonderlijke dierenwereld namen we de metro naar de andere kant van de stad. Er was namelijk nog één must-see voor ons over: de East Side Gallery. Na de val van de muur verzamelden zich al snel artiesten vanuit de hele wereld om de oostkant van de muur te beschilderen. Deze was natuurlijk jarenlang onbereikbaar geweest en de autoriteiten van de DDR lieten beschildering niet toe. Over een lengte van 1,3 km is de muur hier blijven staan. Er zijn zo'n 106 prachtige tekeningen gemaakt door kunstenaars uit de hele wereld. Je kunt het zien als een soort vrijheidsmonument. In de loop der tijd zijn veel tekeningen gehavend door erosie en vandalisme. Sinds 2000 wordt er gewerkt aan het herstel van de muur. Officieel wordt er niet gesproken over restauratie omdat de tekeningen met warm water volledig verwijderd worden en opnieuw getekend. Sommige artiesten weigeren dit echter.


Een schildering in 1990, bron: eastsidegallery.com


Dezelfde schildering in 1999, bron: eastsidegallery.com


De schildering in juli 2009. Opgeknapt.

Nog veel meer voorbeelden vind je hierrr.







East Side Gallery.




Terwijl we daar liepen bedachten we hoe het toch moest zijn met zo'n muur dwars door je stad. Op de muur zijn diverse teksten te vinden die prediken dat er nooit meer oorlog mag zijn, geen muren meer gebouwd worden en dat vrijheid het hoogste goed is. Een gedachte die wij natuurlijk alleen maar kunnen beamen. Dit mag nooit meer gebeuren. Hoe moet het zijn om een leven lang opgesloten te zitten achter een muur? Wetend dat achter de muur de vrijheid lonkt. Wetend dat vele mensen die probeerden te vluchten al om het leven waren gekomen. Een muur bouwen kan toch nooit een oplossing van een conflict zijn?

Gelukkig heeft de wereld er wel van geleerd toch? Toch? Een wrange gedachte dat intussen een kleine 3.000 km verderop gewoon weer een muur gebouwd wordt, waarbij Israël menig verdrag en vele mensenrechten schendt. Vrijheid in 1989: sloop van de Berlijnse muur. Vrijheid in 2009: bouw van de Israelische muur. De geschiedenis herhaalt zich.

Geisterbahnhöfe
Terwijl we langs de muur liepen vroegen we ons af hoe groot de invloed van een muur dwars door je stad is. Hoe werkte dat bijvoorbeeld met de metrolijnen? De metro was er immers al lang voor de bouw van de muur. De oplossing was voor sommige lijnen simpel. Lijnen die alleen in Oost- of West-Berlijns grondgebied kwamen bleven gewoon operationeel. Maar hoe zat het met lijnen die in beide delen van de stad kwamen? Deze lijnen reden simpelweg tot de grens en hadden daar hun eindstation. De tunnels waren geblokkeerd. Maar er waren ook drie lijnen die hun beide eindpunten in West-Berlijn hadden maar enkele stations in Oost-Berlijn. Deze metro's reden wel onder het oostelijk deel door, maar stopten (op een paar uitzonderingen na) niet op de stations. Deze stations werden al snel Geisterbahnhöfe genoemd, spookstations. Ze waren slecht verlicht en zwaar bewaakt. Eigenlijk wilde de West-Berlijnse metro's gewoon stoppen op deze stations onder het motto: "Wij hebben dit niet gewild", maar dat stonden de DDR autoriteiten niet toe. Als compromis mochten de treinen er met 30 km/h langs rijden..

Op metrokaarten uit West-Berlijn stonden de stations wel, maar werd er wel vermeld dat de metro's er niet stopten. Op de kaarten uit Oost-Berlijn werden ze weggelaten.


Metrokaart West-Berlijn. De niet ingekleurde blokjes langs het spoor geven station aan waar de metro's niet stoppen


Metrokaart Oost-Berlijn. Over de grens? Daar is niks. Hier in de DDR is het geweldig.

Door de jaren heen werden de tunnels steeds beter beveiligd door de grenspolitie, ondanks het feit dat de toegangen al zwaar beveiligd waren. Er werd prikkeldraad tegen de perronranden aangelegd, waar niet zelden een metrotrein in verstrikt raakte. De daadwerkelijke grens was met een witte lijn op de wanden van de metrotunnel aangegeven, ter plekke zorgde een 3-voudige lichtstraal ervoor dat alleen metrotreinen (die alle drie de stralen tegelijk onderbraken) konden passeren zonder een alarm af te laten gaan.

Het was voor het personeel van de West-Berlijnse vervoerder bijzonder lastig om onderhoudwerkzaamheden uit te voeren op het traject onder Oost-Berlijn. Eigenlijk hanteerde de DDR een soort gedoogbeleid voor de metro's onder hun deel. Jarenlang uitten ze dreigementen dat ze van de ene op de andere dag de tunnels af zouden gaan sluiten. Hetgeen niet gebeurt is gedurende het 28 jarige bestaan van de muur.

Toen in 1989 de muur viel bleek dat de Geisterbahnhöfe nog volledig in hun staat van 1961 verkeerden. Alle borden en reclames waren ongewijzigd. De tijd had op deze stations 28 jaar stilgestaan. In de jaren die volgden kwam een grote operatie op gang om de twee Berlijnse netten weer samen te voegen. In 1995 was het met de heropening van het laatste station (Warschauer Straße) eindelijk zover.


Voormalig metrostation Potzdamer Platz, na de val van de muur. Uit:
Geisterbahnhöfe, Westlinien unter Ostberlin van Heinz Knobloch (Ch. Links Verlag ISBN 3-86153-034-1)


Gelukkig heeft Berlijn nu weer een fantastisch metronet, waarmee je in no-time van de ene kant naar de andere kant van de stad kunt. Dat hebben we dan ook weer gebruikt om terug te gaan naar het hostel. Daar hebben we even uitgerust en hebben vervolgens in de straat een pizza gegeten. We kochten nog wat biertjes om in de gezamelijke ruimte van het hostel te nuttigen. Na één biertje waren we echter zo kapot dat we maar gewoon naar onze kamer gingen. Daar troffen we onze nieuwe kamergenoten: twee chinese meisjes. Inclusief een Spongebob telefoon en andere felgekleurde Chinese prullaria.

Graag wil ik nog afsluiten met "Over de Muur", geschreven door Harrie Jekkers en uitgevoerd door Klein Orkest. Een nummer waarvan de tekst me nu veel meer doet dan voorheen. Een prachtig Nederlands nummer met écht een verhaal. Uitgebracht in 1984 en 5 jaar later na de val van de muur nog eens.


Dag 4 - Berlijn > Praag
Zonder onze Chinese kamergenotes wakker te maken (althans, die illusie hadden we), vertrokken we richting Berlin Hauptbahnhof. We waren weer lekker op tijd en dus konden we wel even wachten. Onze trein vertrok helemaal beneden in de nieuwe tunnel.


Berlin Hauptbahnhof

Kilometers spoor schoten weer onder ons door, om uiteindelijk omstreeks half vier 300 km zuidelijker uit te stappen in Praha Holesovice. Dit station is één van de belangrijkste stations van Praag en ligt zo'n 3 km ten noorden van het centrum. Een wereld van verschil met het station van Berlijn.



Praha Holesocive. Boven het treinstation, onder het metrostation (bron: wikipedia).

Ons avontuur in de eerste stad waar we echt geen woord begrepen kon beginnen. We haalden wat Tsjechische Kronen uit de muur en kochten kaartjes voor de metro. Onze tassen kregen hun eigen kaartje. De Praagse metro is heel netjes en bijna geheel ondergronds. Het diepste station ligt 53 meter onder de grond! Ons hostel lag vlak bij station Florenc, slechts 2 haltes vanaf Holesovice. Voor de deur lag een grote flyover. Gelukkig was deze niet te horen wanneer we de ramen sloten. We hadden wederom een vierpersoonskamer, maar nog geen kamergenoten.

Praag
We begonnen met een rondje door de stad. We liepen door het kleinere spoorwegstation Praha Masarykovo. Er zijn plannen om dit station te slopen en er een winkelcentrum te bouwen. De treinen zouden dan moeten worden omgeleid naar het nabijgelegen hoofdstation Hlavní. Misschien niet zo'n gek plan.. het was een vervallen bende. De hele wijk rond het station was niet zo'n prettige wijk.



Praha Masarykovo

Op het hoofdstation Hlavní reserveerden we vast onze zitplaatsen voor de trein naar Wenen. In een nabijgelegen internetcafé boekten we gelijk ook een hostel in Wenen. Daarna was het tijd om het centrum in te gaan. Het centrum van Praag staat in zijn geheel op de werelderfgoedlijst van UNESCO.


Linksachter de Jindrisska Vez.


De Jeruzalemsynagoge in de wijk "Nieuwe Stad"

Het Wenceslas plein (Václavské námestí)
Iedereen zou het een laan of een boulevard noemen, in Praag vinden ze deze lange weg een plein. Een plein dat bestaat uit een 750 meter lange rechthoek, met aan beide kanten auto's. Dit plein was het decor voor vele historische gebeurtenissen, grote feesten en demonstraties.

Zo speelde dit plein bijvoorbeeld een belangrijke rol in de Fluwelen Revolutie in 1989. Een groep van 15.000 studenten had een vreedzame herdenkingsmars gehouden voor Jan Opletal, die 50 jaar eerder door nazi's was doodgeschoten tijdens een studentenprotest tegen de Duitse bezetting. Ondanks hun vreedzame bedoelingen werd de demonstratie hard neergeslagen door de oproerpolitie. Er kwam protest tegen dit machtsvertoon van de politie, waarbij vooral een dialoog met de communistische partij geëist werd over democratie, vrijheid en mensenrechten. Op 24 november 1989 werden redevoeringen gehouden op het Wencelas Plein, ondersteund door het gerinkel van honderdduizenden sleutelbossen. Er volgde een massale staking die het hele land plat legde. Het duurde niet lang voor de Sovjetregering, net als elders in de Oost-Europese satellietstaten (zie de val van de Berlijnse muur), ten val kwam. De Fluwelen Revolutie dankt haar naam aan het geweldloze karakter.


Wenceslas Plein (Václavské námestí)

Anno 2009 bevinden zich langs het Wencelas Plein voornamelijk hotels, kledingwinkels, wisselkantoren en fastfood-restaurants. We konden de verleiding niet weerstaan en aten onze buiken vol bij de Kentucky Fried Chicken.

Aan de zuidoost zijde wordt het plein gedomineerd door het Nationaal Museum, waarover morgen meer.


Nationaal Museum



Prachtige gebouwen in Praag. De onderste is het gemeentehuis.


De Powder Tower, genoemd naar het kruit dat opgeslagen werd in deze toren in de 17e eeuw.

Oude Stadsplein (Staromestské námestí)
Dit gezellige plein is hét centrum van Praag. Meest in het oog springend is de 14e eeuwse gotische Týnkerk (Kostel Matky Boží pred Týnem), met twee 80 meter hoge torens. Opvallend is dat ervoor gewoon andere gebouwen staan en de kerk dus feitelijk niet aan het plein staat.


De Týnkerk, met een avondzonnetje erop.

Veel jonger is de Sint-Nicolaaskerk (Kostel svatého Mikuláše) uit de 17e eeuw, in Barokstijl.


De Sint-Nicolaaskerk

Tot slot is er aan dit plein nog de "astronomische klok" te vinden, aan de gevel van het Oudestadsraadhuis (Staromestská radnice). We verbaasden ons over de tientallen toeristen die zich rond de klok verzamelden. De klok begon te slaan, maar wij zagen niets bijzonders gebeuren. Thuis leerde Wikipedia ons dat er elk uur een parade van Apostelen langs komt boven de bovenste klok. Dat hebben we dus helaas gemist. Verder geeft deze ingenieuze klok vijf verschillende soorten tijd weer, waaronder de plaats van de zon in de dierenriem en de sterrentijd. Volgens de legende werd de maker van de klok na voltooiing blind gemaakt zodat hij nooit meer voor een andere stad zo'n klok zou kunnen maken.


Het Oudestadsraadhuis, aan de andere zijde hangt te klok


De Astronomische klok


Bebouwing langs het Oude Stadsplein.

Karelsbrug
We liepen door naar de Karelsbrug. De Karelsbrug is de bekendste brug over de Vltava en verbindt de oude stad met het kasteel. In 1357 werd met de bouw begonnen en begin 15e eeuw was hij eindelijk klaar. Tot 1815 moest er tol betaald worden. Aan de kasteelzijde bevinden zich twee torens en aan de oude stad zijde één toren.

Door de jaren heen heeft de brug door oorlogen, stormvloeden en demonstraties veel schade geleden. Er zijn zodoende behoorlijk wat Kronen geïnvesteerd om de brug steeds weer te repareren. Vaak werden er restauraties uitgevoerd waar men later weer niet tevreden mee was. Zo ook de laatste restauratie, uitgevoerd tussen 1965 en 1978. Sinds 2007 wordt de brug namelijk wederom gerestaureerd. Deze restauratie moet in 2010 voltooid zijn.

Sinds de 17e eeuw versieren 30 standbeelden van heiligen de brug. Sinds 1965 zijn de beelden echter vervangen door replica's en zijn de originelen tentoongesteld in het lapidarium van het Nationaal Museum.


De Karelsbrug.


Torens aan de kasteelzijde.


Het kasteel vanaf de Karelsbrug.

Vanwege het prachtige uitzicht over het kasteel bleven we daar een tijdje zitten. Uiteindelijk liepen we via kasteelzijde naar de volgende brug en gingen daarvandaan terug naar het hostel. In onze kamer troffen we een Canadees. Hij reisde alleen door Europa. We hadden al een heleboel van Praag gezien in één middag. Morgen nog een hele dag.
Dag 5 - Praag
Vandaag stond het kasteel op het programma. We kochten broodjes en aten deze langs de Vltava op. Nadat we over de Karelsbrug naar de overkant waren gelopen kwamen we eerst bij de Sint-Nicolaaskerk (Kostel svatého Mikuláše). Waren we er daar gisteren bij het oude stadsplein niet al één van tegengekomen? Jazeker. Maar waarom zou je er niet twee bouwen? Deze kerk is één van de drukstbezochte van Praag en wordt gezien als één van de meest bezienswaardige barokke monumenten in Europa. Opvallend was de Starbucks die netjes weggewerkt zat in de kleine gebouwen ervoor. Geen grote groene reclame, maar subtiele gouden letters.


Sint-Nicolaaskerk

Nu was het dan toch echt tijd om de trappen te bestijgen. Niet erg plezierig met de hitte, gelukkig was het nog vroeg en viel het daardoor mee.


Warm..

Kasteel van Praag (Pražský hrad)

Overzichtje

Het kasteel van Praag is 570 meter lang en 130 meter breed. Daarmee is het volgens het Guiness Book of Records het grootste (oude) kasteel ter wereld. Hiermee domineert het de westzijde van de rivier. De eerste bebouwing op de top van deze "Heuvel der Goden" dateert uit de 9e eeuw. In de volgende eeuwen zijn er door de verschillende overheersers steeds delen aan toegevoegd. Door branden en oorlogen zijn er ook weer delen verloren gegaan. De huidige gebouwen zijn in drie stijlperioden verankerd: romaans, gotiek en classicisme.

Leuk weetje: uit de ramen van het kasteel zijn in de geschiedenis regelmatig politici naar buiten gegooid. Sommigen overleefden het, sommigen niet. Zo werden in 1618 in de toeloop naar de dertigjarige oorlog twee katholieke adviseurs door protestaten uit het raam gegooid. Moeilijk voor te stellen in de beschaafde politiek van 2009.


Het Oude Koninklijk Paleis. We waren juist getuige van de wisseling van de wacht toen we aan kwamen.

Het meest in het oog springende bouwwerk is de Sint-Vituskathedraal. In 926 werd een eerste kerk in romaanse stijl gebouwd. Karel IV wilde hier echter de grootste kathedraal van Europa bouwen. In 1344 legde hij persoonlijk de eerste steen. Er werd 600 jaar lang gebouwd aan de kerk (soms wat meer en soms wat minder) en in de loop der tijd werd het ontwerp steeds ge-update met de stijlen passend bij die tijd. In 1929 was hij dan eindelijk klaar. De invloed van de barok (toch dé bouwstijl van Praag) is beperkt gebleven tot de zuidelijke toren.

De rij om binnen te komen in de Sint-Vituskathedraal was toen wij er waren zolang dat hij bijna tot de achterkant van de kathedraal reikte. Dat vonden wij zonde van onze tijd en dus hebben we niet binnen gekeken. Binnen een straal van 150 meter van de Sint-Vituskathedraal bevinden zich overigens nóg vier kerken.


De Gotische voorgevel


Links de zuidelijke toren in Barok stijl

We liepen nog een rondje om het paleis en tuurden bijvoorbeeld door de schietgaten. Je zal er toch de hele dag zitten, op zoek naar de vijand.. In elk geval was er anno 2009 door de schietgaten niet veel meer te zien dan bomen.


Schietgat zonder uitzicht

We namen de tijd bij het afdalen van het kasteel. We stopten regelmatig om van het uitzicht te genieten, getuige bijvoorbeeld een horizontaal én verticaal panorama.



Panorama's over Praag


Terug aan de overkant, zicht op het kasteel bij daglicht

We liepen nog een eindje verder door de stad en kwamen aan in de Joodse wijk.


Het Joods Museum, bij de Joodse begraafplaats. Wel even wat anders dan in Berlijn!


De Oudnieuwe Synagoge. Eén van de oudste synagoges (13e eeuw) die nog in gebruik is.



Mooie gebouwen en sjieke auto's in de Joodse Wijk.

En toen sloeg de verveling toe. We hadden Praag wel zo'n beetje gezien. Ongetwijfeld waren er nog bezienswaardigheden die we niet op de gevoelige plaat vastgelegd hadden. En ongetwijfeld waren er op grote afstand nog vele andere imposante gebouwen. Na dagenlang "rennen" door steden zaten we ineens verveeld voor ons uit te staren op een bankje. We besloten het Nationaal Museum te gaan bezoeken. Van de inhoud verwachtten we niet zoveel, maar we konden er mooi de tijd doden.

Nationaal Museum
Het Nationaal Museum is het belangrijkste museum van Tsjechië. Het gebouw aan het einde van het Wenceslausplein is het hoofdgebouw (uit 1891). In de Tweede Wereldoorlog werd het gebouw bijna geheel verwoest. De collectie was gelukkig tijdelijk ergens anders ondergebracht en bleef bewaard. In 1947 opende het museum weer na grootschalige herstelwerkzaamheden. In 1968 werd wederom de gevel zwaar beschadigd door Sovjet machinegewereren tijdens de Praagse Lente. Ondanks de reparaties van 1972 zijn de kogelgaten nog zichtbaar.


Het trappenhuis in het museum, bron: Wikipedia

De collectie bestaat uit verschillende afdelingen:
* Prehistorie
* Archeologie
* Etnografie (diergeneeskunde)
* Munten
* Theater

Binnen mochten we helaas geen foto's maken. De ene afdeling was interessanter dan de andere. Na duizenden verschillende steensoorten en fossielen was een afdeling met opgezette dieren een verademing. Maar ook daarvan hadden we de meeste enkele dagen eerder levend gezien. We slenterden langs allerhande voorwerpen van de prehistorie tot nu. Nooit met zijn tweeën: altijd was er een beveiliger van het museum in de buurt die elke bezoeker nauwlettend in de gaten hield. Dit bereikte zijn hoogtepunt in de schatkamer waar de meest waardevolle diamanten werden bewaard.

We dronken op een terras nog een biertje en deden boodschappen bij de Albert, jáwel: een Ahold dochter. Terug in het hostel kookten we er een heerlijke pasta van. Na het eten gingen we weer de stad in. We zagen de zon weer achter het kasteel zakken en bezochten onze allerlaatste bezienswaardigheid: de John Lennon Wall.

The Lennon Wall
Tijdens het communistisch regime was Westerse popmuziek verboden achter het IJzeren Gordijn. Vooral muziek van John Lennon, die de vrijheid prees, werd hard aangepakt. Er zijn zelfs muzikanten in de gevangenis terecht gekomen omdat ze het speelden. Voor de vaak pacifistische jeugd werd Lennon een held. Na zijn dood tekende iemand zijn hoofd op deze tot dan kale muur. Tegelijk weden er leuzen op de muur geschreven die het Sovjetregime verwierpen. Al snel riskeerden vele jongeren (Lennonisten!) een gevangenisstraf door op de muur hun mening te uiten en werd de muur een soort illegaal podium voor hen. De politie deed vele verwoedde pogingen om de muur weer blanco te maken. Steeds stonden er de volgende dag weer gedichten, bloemen en vredesteksten. Zelfs de aanwezigheid van camera's en nachtbewaking kon de jeugd niet stoppen.

Behalve een herdenkingsmonument voor John Lennon, werd de muur een monument voor de vrijheid van meningsuiting en de geweldloze rebellie van de Tsjechische jeugd tegen het communistische regime. De oorspronkelijke tekening van het hoofd van John Lennon is inmiddels bedekt onder vele lagen verf en graffity. De muur is continu aan verandering onderhevig. In 1998 is de muur gerenoveerd omdat deze uit elkaar begon te vallen. De anti-communistische teksten maakten vooral plaats voor "peace and love" en de gedachte achter de muur leeft nog altijd voort. Over een jaar is de muur waarschijnlijk weer anders, maar zullen er ongetwijfeld weer mooie teksten te vinden zijn.





Beelden van de The Lennon Wall

We besloten onze laatste Tsjechische Kronen op te gaan drinken en dat bleek nog niet zo makkelijk met zulke bierprijzen! Een liter bier voor omgerekend nog geen 2,5 euro.. Daarna gingen we terug naar ons hostel. Morgenochtend moesten we weer op tijd uit de veren voor de trein naar Wenen!
Dag 6 - Praag > Wenen
De wekker ging weer vroeg. We checkten uit en liepen naar het metrostation aan de andere kant van het viaduct. Twee haltes met de metro en we stonden weer op Praha-Holešovice. We kochten een koffie en gooiden hem beiden na één slok weg. Langs het perron stond onze trein al te wachten.


We waren netjes op tijd op het station

Voor het eerst een coupétrein. Op wat vieze gordijntjes na wel een nette trein. Wat niet gezegd kan worden van onze coupé genoten. Een echtpaar dat een wedstrijd "smerig eten" leek te doen. Er kwamen worsten uit de tas en mevrouw presteert het om met haar vingers de worst uit te hollen. Gelukkig verlieten ze in Brno de trein en hadden we het laatste deel de coupé voor onszelf. Ik dommelde in slaap, vermoeid van de afgelopen dagen. Vlak voor Wien Südbahnhof werd ik wakker. 250 Kilometer zuidoostelijk van Praag. Hier moesten we eruit en dan op zoek naar een verbinding met het Westbahnhof.

We pakten de S-Bahn naar Hütteldorf. Aldaar moesten we 20 minuten wachten op de volgende trein naar WestBahnhof. Later zouden we leren dat dit ritje van Südbahnhof naar Westbahnhof met de metro in waarschijnlijk 10 minuutjes mogelijk zou zijn. Met een stuk pizza in de hand gingen we op zoek naar ons hostel. Het hostel had een paarse gevel en was vroeger een bordeel. Het pand uit 1876 was grondig gerenoveerd. We hadden een vierpersoonskamer en wederom nog geen kamergenoten.


Hostel Wenen

Het was warm. Erg warm. Het kwik ging ver voorbij de 35 graden en daarmee was het eigenlijk te warm om door een stad te lopen. Toch besloten we om lopend naar het centrum te gaan. Het bleek dat we door één van dé winkelstraten van Wenen liepen: de Mariahilferstrasse. Op deze zaterdagmiddag was het er dan ook bijzonder druk. Wat heerlijk bekend en westers was het hier in vergelijking met Praag.

Wenen heeft een rijke geschiedenis. Hier resideerden de Habsburgers, dit was de hoofdstad van het het heilige Roomse Rijk, natuurlijk ook van het Oostenrijkse Keizerrijk en later van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Tijdens de Tweede Wereldoorlog liep Wenen voorop om zich aan te sluiten bij het Derde Rijk van Hitler. Antisemitisme leefde allang daarvoor in Wenen. Tijdens de Kristallnacht werden ook hier alle syngagogen verwoest en tijdens geallieerde bombardementen werden ook vele gebouwen beschadigd. Net als Berlijn werd na de oorlog ook Wenen in vier delen opgesplitst. Het enige verschil was dat in Wenen het centrum een internationale zone was, waar de vier geallieerden om de maand aan de macht waren.

Op de plaats van de oude stadsmuur uit de 13e eeuw werd eind 19e eeuw een ringweg rond het centrum aangelegd. Deze weg moest de grandeur van de Habsburgers en Oostenrijk-Hongarije aantonen. Het verhaal gaat dat Sigmund Freud elke dag een rondje over de ring liep. Langs de ring werden allerlei grootse gebouwen gebouwd. De Lonely Planet adviseert dan ook om met de tram een rondje te rijden en je te laten imponeren door de prachtige gebouwen.

We kwamen aan bij deze ring ter hoogte van het Kunsthistorisch Museum en het Natuurhistorisch Museum. Twee gebouwen die symmetrisch ten opzichte van elkaar liggen.



Natuurhistorisch en Kunsthistorisch Museum


Volkstheater


Het barokke Trautson paleis uit 1712.

We liepen door en kwamen bij het Oostenrijkse parlementsgebouw uit 1882. Dit gebouw werd in Griekse stijl gebouwd omdat dit symbool stond voor de democratie. Direct opvallend was dat er bovenop een huis stond. Woont de bondskanselier daar? Is het een studentengrap ("Echt wel dat ik je huis bovenop het parlementgebouw zet!" - "Durf je toch niet.."). Nee, dit moet vast een kunstproject zijn. Niets van dat. Het is namelijk een gebouw met écht een functie. Dit huis staat er al sinds 2000 en in die tijd zijn de standbeelden op het dak gerestaureerd. Een doorn in het oog voor veel toeristen. Enkele weken later in augustus 2009 werd het huis na 9 jaar weggehaald en kwamen de standbeelden weer tevoorschijn.




Parlementsgebouw, op 1 augustus nog met een huis erop.

In het raadhuispark zochten we de schaduw op en bleven daar lekker in het gras liggen. Uitrusten en afkoelen. In het park wemelde het van de rare figuren. Een eindje verderop stond een vrouw (althans, dat denken we) naar een struik te kijken en de haren uit haar hoofd te trekken. Toen we een beetje bijgekomen waren stapten we weer op, om meer van Wenen te ontdekken.

Het raadhuis was een gotisch gebouw van eind 19e eeuw. Het fungeerde als decor achter een filmfestival dat op het plein werd gehouden. Aan de andere kant van het plein bevindt zich het Burgtheater. Het belangrijkste theater van Oostenrijk en één van de belangrijkste duitstalige theaters te wereld. In 1945 werd het gebouw getroffen door een zwaar bombardement. Na de oorlog is het hersteld.


Raadhuis


Burgtheater

Volgens de Lonely Planet kon je bij de Menza in de Universiteit goed eten. Gedreven door onze hongerige magen stapten we even later de universiteit binnen om eens te kijken. Eten was er niet te vinden, maar het gebouw was mooi genoeg om een rondje te lopen. Deze universiteit werd in 1365 gesticht en is daarmee de oudste Duitstalige universiteit ter wereld. Het was de leerschool van vele Nobelprijswinnaars. Net als de andere gebouwen langs de Ringstraße stamt ook dit gebouw uit het einde van de 19e eeuw. Een wereld van verschil met de betonkolossen van de TU Delft. Maar of het ook praktischer is..


Universiteit. Bron: http://homepage.univie.ac.at (daar ook meer foto's)




Universiteit Wenen

We weken af van de Ringstraße en liepen door het centrum richting het water.





Impressies van Wenen


Wat deze winkel verkoopt? Drie keer niks.

Langs het Donaukanaal dronken we een biertje en aten we spareribs. Echt een mooi ingerichte omgeving was het hier zeker niet. Af en toe denderde er een metro achter roosters langs. En daar waar geen roosters zaten was graffity. Veel graffity. Met een paar "beachbars" inclusief zomerse muziek werd geprobeerd nog wat sfeer te creëren, maar wat ons betreft niet erg succesvol.


Donaukanaal

Daarna pakten we de metro terug naar ons hostel. Daar bleken we een kamergenoot te hebben gekregen. 's Avonds zochten we in de buurt van het hostel een bar op, het was immers zaterdagavond. Een drukke tent, met een hippe aankleding. Loungemuziek en een lange lijst met cocktails. Wij zaten zoals gewoon al lang over ons dagbudget heen en hielden het bij bier. Toen de zon al uren onder was zochten we onze bedden in het hostel op.
Dag 7 - Wenen
De zevende dag. Na een kopje lauwe gepasteuriseerde melk met cornflakes en een broodje jam trokken we weer de stad in. We namen de metro tot aan de ring. Daar stapten we in de tram om, zoals de Lonely Planet aanraadde, een rondje ring te maken. Er was niets teveel gezegd. Het was inderdaad prachtig. Maar WARM! De trams waren van een type dat je in Nederland alleen nog in musea tegenkomt. Airconditioning werd pas decennia na de bouw van deze trams uitgevonden.




Een Weense tram, met op de achtergrond het Haus der Industrie.

Aan de waterkant stapten we even uit. Niet alleen omdat de tram nu eenmaal geen rondje rijdt, maar ook omdat we kaartjes moesten kopen voor de boot naar Bratislava morgen. Het tweede deel van de ring was niet minder interessant. Bijna helemaal rond, stapten we uit bij de Weense Staatsopera. Het begint bijna saai te worden, maar ook dit gebouw is in de tweede wereldoorlog grotendeels verwoest en daarna weer opgebouwd. Traditioneel vindt elk jaar op 31 december de operette 'Die Fledermaus' van Johann Strauss jr. plaats.


Weense Staatsopera.

In een internetcafé boekten we een hostel voor Bratislava en liepen verder langs de Technische Universiteit en de Karlskirche aan het Karlsplatz.


De Barokke Karlskirche uit 1737.

Schwarzenbergplatz
En zo kwamen we uit bij het Schwarzenbergplatz, bekend vanwege de Hochstrahlbrunnen, het Heldendenkmal der Roten Armee en het Palais Schwarzenberg.

De Hochstrahlbrunnen fontein werd geopend bij de aanleg van de 1e Weense hoogbron waterleiding in 1873. Voor het eerst werd drinkwater vanuit de Alpen naar Wenen getransporteerd (62 miljoen kubiekemeter per jaar), over een lengte van ongeveer 95 km. Dit voldoet nog altijd voor meer dan de helft van de drinkwaterbehoefte in Wenen. Nabij de Kaiserbrunn is er een museum geopend over deze waterleiding, die over vele aquaducten voert.


Bron: Wikipedia

Het ontwerp van de fontein is gebaseerd op de kalender. Langs de rand bevinden zich 365 kleine waterstraaltjes, die de dagen van het jaar symboliseren. Tussen de rand en het middelste eiland bevinden zich nog 6 fonteintjes die samen met het eiland zelf de 7 dagen van de week voorstellen. Op het eiland staan 12 hoge stralen (de maanden van het jaar), 24 lagere stralen (de uren van een dag) en 30 stralen voor het aantal dagen in de maand.

Achter de fontein bevindt zich het Heldendenkmal der Roten Armee. Het gedenkt de ruim 17.000 omgekomen Russische soldaten, bij de slag om Wenen.



Hochstrahlbrunnen

Palais Schwarzenberg is in Barok stijl gebouwd en stamt uit 1697. Veel ouder dus dan de meeste gebouwen rond de Ring. Tegenwoordig doet het paleis gedeeltelijk dienst als hotel en worden er festivals georganiseerd.


Palais Schwarzenberg, bron: Wikipedia

Veel beroemder is echter de "Österreichische Galerie Belvedere", een kunstmuseum uit 1903 met veel meesterwerken van de middeleeuwen tot aan de huidige tijd. De tuinen eromheen zijn zeker zo beroemd. We liepen in de richting van dit museum, maar vonden overal alleen een hoge muur. Wellicht stonden we precies aan de verkeerde kant, maar we vonden het te warm om nog verder te lopen.

In plaats daarvan liepen we naar het Wiener Stadtpark, om weer even bij te komen.


Wiener Stadtpark

Wiener Stadtpark

Het Weense stadspark (geopend in 1862) heeft een oppervlakte van 65.000 vierkante kilometer en bevindt zich aan de oevers van de Wienfluß (of simpelweg de Wien). Midden in het park ligt ook een open metrostation. Het park staat vol met prachtige planten en kunstwerken. Langs de Ringstraße is een strook met dichte begroeiing om de herrie en uitlaatgassen buiten te houden. We lieten ons weer in de schaduw in het gras vallen.


In het park


Metrostation in het park


Kunst langs de Wienfluß


De Kursalon. Hier worden regelmatig concerten en congressen gehouden


Een brug over de Wienfluß

Stephansdom
Vanuit het park liepen we weer het centrum in. We aten een broodje en keken nog wat rond. Uiteindelijk kwamen we bij de hoofdattractie, landmark van Wenen: de Stephansdom, midden in het centrum. De Stephansdom, waarvan de geschiedenis terug gaat tot 1147, is de zetel van de aartsbisschop van de Oostenrijkse hoofdstad Wenen en de grootste kathedraal van het land. De dom is 107 meter lang en 34 meter breed en behoort tot de belangrijkste gotische bouwwerken in Oostenrijk. Op het hoofdgebouw staan vier torens, waarvan de zuidelijke toren met zijn 136,7 meter de hoogste is. Daarmee is deze de op acht na hoogste kerktoren in de wereld. Opvallend is vooral het mooie mozaïekpatroon (bestaande uit 230.000 [!] tegels) op het dak. Zoals de meeste bouwwerken van enige waarde stond ook deze kerk in de stijgers. Het zat ons wat dat betreft niet mee deze vakantie.




De Stephansdom

Hofburg
En toen hadden we nog maar één grote landmark te gaan, waar we al een aantal keer in de buurt geweest waren maar niet echt bekeken hadden. De Hofburg. De Hofburg werd ooit gebouwd als een Middeleeuws kasteel. In de loop der eeuwen is de Hofburg steeds verder uitgebreid. In de eeuwen die volgden werden steeds andere bouwstijlen, passend bij die tijd, gebruikt. Van gotiek tot Jugendstil. Het bouwwerk is nooit helemaal af gekomen. Na de eerste wereldoorlog werd de bouw stilgelegd. 18 Vleugels, 2.550 vertrekken, 19 binnenplaatsen en 240.000 vierkante meter groot.

Ten tijde van de regeringsperiode van keizer Franz Joseph en keizerin Sissi, was dit paleis al zo groot dat zij hier resideerden. Nou ja, in de winter dan. In de zomer verbleven ze in het Schönbrunn paleis, net buiten de stad. Hier trad Mozart regelmatig op. Hier was het ook dat Hitler in 1938 aankondigde dat Oostenrijk zich bij het Derde Rijk aansloot.

Nog altijd is dit het officiële woonadres van de Oostenrijkse president.

Daarnaast bevinden zich hier onder andere het Sissi Museum, de zilverkamer, de Keizerlijke Appartementen, de nationale bibliotheek, de Spaanse Rijschool en de Burgkapelle.





Hofburg

Bananensprayer
Even een uitstapje. Op de Hofburg kwamen we onderstaande graffiti tegen:


Bananensprayer

Het viel ons op dat we deze "tags" ook al in Berlijn en Praag op meerdere plaatsen waren tegen gekomen. Wat was dat? Wie doet dit? De naam is Thomas Baumgärtel. Een kunstenaar uit Keulen, beter bekend onder de naam "Bananensprayer". Hij heeft zijn banaan (een een eerbetoon aan Andy Warhol, die een platenhoes van Velvet Underground maakte met zo'n banaan erop) op meer dan 4.000 plekken ter wereld gesprayed bij kunstmusea en galerieën. Van Keulen tot New York, van Londen tot Moskou. Bijna alle metropolen in de wereld. Jarenlang was het een groot mysterie wie overal die bananen plaatste.

Dus mocht je er ergens ooit nog één tegenkomen: nu weet je wie er achter zit!

We namen de metro terug naar het hostel, waar we even op bed gingen liggen en in de binnentuin een spelletje deden. Nog behoorlijk verzadigd van de lunch zochten we een lichte maaltijd. We trapten in de lokroep van het fast-food en haalden bij een grote gele M een kleine burger.. Intussen was de lucht betrokken en begon het steeds harder te waaien. Hoewel we dachten dat we het centrum van Wenen nu wel gezien hadden stapten we toch weer in de metro naar de stad.

Wenen bij nacht

Man man, wat hadden wij ons vergist. Na anderhalve dag rondlopen door deze stad kwamen we midden in het centrum weer op volkomen onbekend terrein. We waren blij dat we toch nog even de stad in gegaan waren. In het centrum moest nog een Holocaustmonument zijn. We liepen er vier keer omheen en intussen waaide het harder en harder. We hoorden zelfs een donderklap.

Uiteindelijk vonden we het Judenplatz Holocaust Memorial. Het blok van beton en staal was 10 bij 7 meter groot, met een hoogte van 3,8 meter. De buitenkant stelt een omgekeerde boekenkast voor. De kaften van de boeken staan naar "binnen" gericht. De planken bevatten oneindig veel dezelfde boeken, symbool voor het grote aantal slachtoffers. Het was de bedoeling dat het monument een contrast vormde met de barokke gebouwen in Wenen. In de woorden van Simon Wiesenthal, de architect: "Het monument mag niet mooi zijn, het moet pijn doen!"

Laten we het erop houden dat het door het donker kwam, maar wij hadden geen flauw benul dat het dat voor moest stellen. Wij vonden het vooral een lelijk grijs blok dat verbleekte bij het Holocaust monument in Berlijn.


Judenplatz Holocaust Memorial

Zware plantenbakken waren omver geduwd door de wind.

De wind had inmiddels flink huisgehouden. Nog steeds af en toe een donderklap. Het bleef echter de hele avond droog.






Wenen bij nacht

We dronken op een terras nog een biertje en namen uiteindelijk de metro terug naar ons hostel. Daar wachtte nog een kamergenoot. Het werd een mooi samenspel van gesnurk die nacht.
Dag 8 - Wenen > Bratislava
Vandaag geen trein. Vandaag gingen we met de boot naar Bratislava! Na weer een kop lauwe melk met cornflakes vertrokken we richting de stad. De boot ging om half één. We hadden dus geen haast. Het was sowieso geen weer om haast te hebben. We namen dus weer de metro naar het Stadtpark. Daar streken we neer. Ook op maandagmorgen hing er een heerlijke sfeer in dit stadspark. We puzzelden wat, we lazen wat en luierden. Tot het moment daar was dat we weer aan de wandel moesten richting de boot.

Twin City Liner
Sinds 1 juni 2006 vaart deze catamaran (Twin City Liner) tussen de centra van Wenen en Bratislava. De diepgang van de catamaran is door het ontwerp van aluminium niet meer dan 80 centimeter! Dit zorgt ervoor dat ook in de zomer, bij laag water, de boot kan blijven varen. Eigenlijk zou de boot alleen in de zomer gaan varen, maar de vraag bleek zo groot dat hij ook in de rest van het jaar regelmatig vaart. Sinds mei 2008 is de vloot met een extra catamaran uitgebreid. De capaciteit van één boot is 106 personen.

Wenen en Bratislava liggen beide langs de Donau. Nergens in Europa liggen twee hoofdsteden zo dicht bij elkaar. De reis duurt dan ook maar 75 minuten. Oké, de trein was sneller en goedkoper geweest, maar deze ervaring is veel leuker!


Eén van de twee catamarans. Bron: Wikipedia


Met hoge snelheid lieten we Wenen achter ons


Vissershutjes. Vissers profiteren van de zeer visrijke Donau.


Hainburg


Devín Castle (Devínsky hrad)

Op de laatste foto Devín Castle. Dit kasteel ligt op de Oostenrijk-Slowaakse grens. Van dit Romeinse kasteel is sinds de verwoesting door Napoleon slechts een imposante ruïne over.

Quote van Wikipedia:
"Toen de Franse president François Mitterrand een bezoek bracht aan het Kasteel van Devín, vroegen de Slowaken tot zijn verbijstering of Frankrijk niet de renovatie van het kasteel wou betalen. Per slot van rekening waren het de Franse troepen die het kasteel in 1809 hadden verwoest. Mitterand ging niet in op het voorste".

Je moet er maar op komen! Even later doemde aan de linkerkant het bekende kasteel van Bratislava op. Aan de rechteroever de grote grijze betonnen sovjetblokken. In het midden de Nový most (nieuwe brug). Slowakije! Oostblok!

Bratislava
Bratislava is met 430.000 inwoners de grootste stad van Slowakijke. Een stad waar in de geschiedenis eigenlijk altijd overheen gelopen is. Romeinen, Oostenrijkers, Tsjechen, Duitsers, Hongaren, Joden en Slowaken.. ze waren hier allemaal eens de baas. De grootste rol speelde Bratislava waarschijnlijk als hoofdstad van het Hongaarse Rijk van 1536 tot 1783. Met al die verschillende overheersingen heeft Bratislava ook vele verschillende namen gekend. De bekendste is waarschijnlijk nog wel de duitse naam: Preßburg. Pas sinds 1919 wordt de naam Bratislava gebruikt. Om het nog wat verwarrender te maken noemden de Romeinen Wroclaw (in Polen) juist weer Bratislavia. Na de tweede wereldoorlog kwam Bratislava in handen van het Sovjet regime. Tijdens de fluwelen revolutie in 1989 werd Bratislava één van de belangrijkste anti-communistische centra. Enkele jaren nadat de Sovjets verdwenen waren uit Tsjecho-Slowakije werden de twee landen opgesplitst en werd Bratislava hoofdstad van het huidige Slowakije.

Tja, dan kunnen Wenen en Bratislava wel heel dicht bij elkaar liggen en liefkozend de "Twin Cities" genoemd worden.. het is een wereld van verschil! Bratislava is een typische oostblok stad, waar middeleeuwse barokke gebouwen afgewisseld worden met grauwe betonnen flats uit de sovjet-tijd. Daarnaast is de invloed van de Europese Unie duidelijk zichtbaar. Er wordt hard gewerkt om veel gebouwen op te knappen en er worden moderne kantoorpanden opgetrokken. Meer dan 75% van de bevolking van Bratislava werkt in de dienstverlening, waaronder handel, bankzaken, IT, telecommunicatie en toerisme. Steeds meer high-tech-bedrijven trekken naar de Slowaakse hoofdstad. Nog altijd zijn er veel grootse plannen voor de ontwikkeling van nieuwe kantoorpanden en een grootschalige herontwikkeling van de Donau oevers.

Hostel
Ons hostel bevond zich op zo'n 20 minuten lopen vanaf de boot. Onderweg kregen we een aardige indruk van Bratislava. Ookal wordt er sinds de toetreding tot de Europese Uniek hard gewerkt, het blijft een echte oostblokstad. Vele grauwe vervallen gebouwen. Veel grijs beton. Krakkemikkige trammetjes en trolleybussen en afgebladderde gevels. Het meest tekenend hiervoor was wel de Tesco supermarkt, tegenover ons hostel.


Tesco.


Straatbeeld Bratislava


Schitterende hoogbouw

Ons hostel lag aan een binnenplaatsje en was te bereiken door een poort langs de achteruitgang van een pizzeria. Zo'n geval waar je als je in de keuken hebt gekeken nooit meer een hap naar binnen zult krijgen. Het hostel zelf zag er zeker aan de voorkant prima uit en viel ons alleszins mee. Onze kamer overtrof al helemaal al onze verwachtingen. We hadden een tweepersoonskamer op de bovenste verdieping, die volledig gerenoveerd werd. Het leek erop dat wij de eerste gasten in deze nieuwe kamers waren. De kamers stonden vol met Ikea spullen en waren creatief ingericht. Kamers hadden geen nummer maar vooral een icoon. Wij zaten in de "klok" kamer. Op de sleutelhanger en de deur stond een icoon van een paarse klok. Deze was ook groot op de muur terug te vinden in de kamer. Helaas waren wij niet de enigen met een sleutel en kwamen er geregeld Slowaakse bouwvakkers binnen om nog een drempeltje te leggen of gordijnen op te hangen. Ze mompelden wat in het Slowaaks en keken ons vragend aan. Wij keken vragender. Met een "never mind"-blik liepen ze langs ons en namen weer ergens de maten van op. De badkamer rook naar vers cement en zag er ook al erg hip uit.


Een poortje gaf toegang tot de binnenplaats.


De voorgevel van ons hostel.


Moderne kamer.

In onze kamer relaxten we wat. We kochten een lunch bij de Tesco en aten deze in de gezamenlijke ruimte van het hostel op. Hier stond ook een computer en boekten we gelijk een hostel in Boedapest. Inmiddels was het al etenstijd en gingen we richting het centrum om te eten.
Het centrum van Bratislava lag op zo'n 10 minuten lopen vanaf ons hostel. In het centrum hing een dorpse en ongedwongen sfeer. Je had er niet het idee dat je in de hoofdstad van een fors land liep. Zeker niet in een stad die 300 jaar de hoofdstad van het Hongaarse Rijk was geweest. In de stad was veel ruimte voor kunst en fonteinen. Veel barokke en neoklassieke bouwwerken. Natuurlijk waren de namen weer onuitspreekbaar. We liepen langs het primatiaal plein (Primaciálne námestie) en het hoofdplein (Hlavné námestie) naar het Hviezdoslavovo plein.

Primatiaal plein
Aan dit plein ligt het primatiaal paleis (Primaciálny palác). Een prachtig neoclassicistisch paleis. Het is eind 18e eeuw gebouwd voor de primaat ofwel aartsbisschop van Hongarije. In 1805 is hier, na de slag bij Austerlitz, de vrede van Preßburg getekend tussen Napoleon en keizer Franz I van Oostenrijk.


Het Primatiaal Paleis

Gebouw aan het Primatiaal plein

Hoofdplein
Dit is het bekendste plein van Bratislava. Hier bevinden zich onder andere het oude raadhuis (een barok gebouw uit de 15e eeuw) en de Roland fontein. De Roland fontein werd in de 16e eeuw gebouwd om de inwoners van de stad van schoon drinkwater te voorzien.



De Roland fontein.

Hviezdoslavovo plein
Net als zijn collega in Praag wordt deze boulevard een plein genoemd. Eigenlijk is het meer gewoon een brede straat, met veel restaurantjes, hotels en een hoop fonteinen en kunst in het midden. Waar in Praag aan het einde van de boulevard het Staatsmuseum ligt, ligt hier het Slowaaks nationaal theater. Ook hier werden we weer aangenaam verrast door de kalme sfeer. Veel groen en autovrij. Midden op dit plein lag een soort podium.


Slowaaks Nationaal Theater.


Veel groen, water en kunst op het Hviezdoslavovo plein.

We verwachtten hier wel ons goedkoopste avondeten van de vakantie te kunnen scoren. Dat viel helaas nog wel wat tegen, dus zaten we uiteindelijk toch weer aan een pizza. Na het eten liepen we nog verder rondje door de stad.







Beelden uit Bratislava. Geen zorgen, over sommige dingen krijgt u morgen uitleg.

En toen hadden we eigenlijk heel Bratislava wel zo'n beetje gezien! Natuurlijk, er was nog het kasteel en die maffe brug. Die stonden voor morgen op het programma. Ons kwam dat niet slecht uit. In Bratislava kon het tempo een beetje omlaag en konden we de hectiek van het reizen even van ons afzetten. De sfeer was vooral relaxed. Bij de Tesco kochten we een paar biertjes. In de binnentuin van het hostel dronken we er één op en waren toen eigenlijk weer zo kapot dat we al snel richting onze gordijnloze kamer gingen.
Dag 9 - Bratislava
Vandaag hadden we de tijd. Er was niet bijzonder veel meer te zien in de stad. Het had 's nachts behoorlijk geregend. Ook overdag vielen er af en toe nog wat druppels. Bij de Tesco kochten we een paar broodjes. We begonnen met een flinke wandeling naar het station om treinkaartjes naar Boedapest te kopen. Het treinstation van Bratislava was een goede 2 kilometer licht bergopwaarts lopen. Onderweg zagen we meer van het échte Bratislava, wat een groot contrast was met het groene en rustige centrum. Typische oostblokwinkeltjes met gekleurde uithangborden. Een lappendeken van asfalt en grauwe grijze loopbruggen over drukke straten vol uitlaatgassen. Al met al voldeed het aardig aan het beeld dat we van deze stad hadden.


Trolleybus. Foto van internet

Station Bratislava. Foto van internet

Trolleybussen
Ja dan zijn de vele trolleybussen een hele verademing. Natuurlijk, hiervoor staat ook ergens een vieze elektriciteitscentrale te stinken, maar dat is in elk geval niet midden in de stad. Dat hadden die Soviets toch al goed begrepen. Hoewel om andere redenen, waren zij het immers die deze trolleybussen in de hele Soviet-Unie introduceerden. De Russen hadden alleen niet zo'n belang bij het leefmilieu in de steden, wel een brandstoftekort. Er was één bedrijf, genaamd ZiU, dat het monopolie had op de bouw van deze bussen. Het bouwde 65.000 bussen. Na het vertrek van de Russen raakten veel trolleybussystemen in verval. Toch bleken deze trolleybusnetwerken vaak een stuk veerkrachtiger dan de gewone bussen en trams en hebben het op een enkele na allemaal overleefd. In 2009 lopen de brandstofprijzen weer behoorlijk op en is deze elektrische collega van de bus een gezond alternatief. In veel voormalig oostbloksteden rijden dan ook nog steeds trolleybussen rond. ZiU heeft alleen niet meer het monopolie. Tegenwoordig zijn veel meer fabrikanten aan de slag.

Het station kon wel een likje verf gebruiken. De ticketverkoopster sprak alleen Slowaaks, maar omdat we zoals gewoonlijk al precies hadden uitgezocht welke trein we wilden nemen liepen we toch even later met de tickets het station uit.

Grassalkovich Paleis
Terug naar het centrum liepen we langs het Grassalkovich paleis. Een gebouw dat goed gesloopt is door honderden schookinderen toen het een jongerencentrum was. Sinds een grondige renovatie in 1990 resideert hier nu de Slowaakse president, wat de vele geblindeerde dure auto's verklaart. We liepen een rondje door de mooi ingerichte Franse tuinen, niet ontmoedigd door de vallende regendruppels.


Grassalkovich paleis

Het kasteel van Bratislava
Maar veruit het bekendste beeld dat men van Bratislava heeft wordt toch gedomineerd door het kasteel. Dit kasteel bevindt zich boven een heuvel aan de westkant van het centrum. Vanaf hier kun je naar Oostenrijk kijken en bij goed weer ook naar Hongarije. Het kasteel is het decor van vele legenden. Al duizenden jaren voor Christus had men door dat dit een zeer strategisch punt was. Vele handelsroutes passeerden Bratislava, waaronder de barnsteenroute van de Oostzee naar de Middellandse zee. Veel overheersers, waaronder de Kelten en de Romeinen, veroverden de heuvel en lieten er hun sporen achter. Het waren echter pas de Slavische volkeren die er in de 9e eeuw het eerste serieuze kasteel bouwden. Een aantal nieuwe kastelen en veroveringen volgden.

In de tijd dat Bratislava de hoofdstad van het Hongaarse Rijk was, werd het kasteel het belangrijkste koninklijk kasteel. Tussen 1552 en 1784 lag hier de Heilige Kroon van Hongarije. Deze symboliseerde niet het Hongaarse Rijk, hij wás het Hongaarse Rijk. 50 Hongaarse en 50 Oostenrijkse soldaten bewaakten de Kroon met hun leven.

Ook na deze tijd werd het kasteel weer talloze keren verbouwd. Van binnen en van buiten veranderde alles. Torens werden toegevoegd, ingangen werden verplaatst, balzalen verschenen en verdwenen. Dan was het kasteel weer licht gotisch, dan weer barok en dan weer rococo. Begin 19e eeuw werden er 1500 soldaten geplaatst. Dit was het begin van het einde. In 1811 brandde door onvoorzichtigheid het hele kasteel tot op de grond af. Zelfs delen van de stad werden getroffen door de vlammenzee. Anderhalve eeuw lang lag er niets meer dan een ruïne.

Tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog was er een aantal keer sprake van het slopen van de ruïnes om plaats te maken voor overheidsgebouwen. Gelukkig is dit uiteindelijk niet gebeurd en werd in 1957 het besluit genomen om het kasteel te herstellen. Dit werd gedaan in de laatste stijl van het kasteel: barok. Inmiddels is het gebouw alweer aardig versleten en is in 2008 een enorme reconstructie gestart. Deze zal 5 jaar duren en tientallen miljoenen euro's kosten.

Wij troffen het gebouw dus ook aan, gehuld in groene doeken. Dat was zeker niet de eerste landmark van onze vakantie in de steigers.





Het kasteel van Bratislava


Het uitzicht over het centrum van Bratislava


Uitzicht richting de grijze Soviet-woonblokken aan de andere kant van de Donau



Beelden van de afdaling terug naar het centrum

Nový Most
En dan was er nog die idiote brug, de Nový Most (Nieuwe Brug). Zonder twijfel de meest belachelijke brug die ik ooit gezien heb. En geloof me, ik heb aardig wat bruggen gezien. Op deze brug was namelijk een UFO geland op twee pilaren die dronken achteroverover leunen. Communisten, rare jongens! Ik weet zelf ook nog steeds niet of ik de brug nou prachtig vind of oerlelijk. Deze brug werd tussen 1969 en 1972 gebouwd. Toegegeven, in vergelijking met de betonnen woonblokken aan de overkant is dit een zeer gewaagd design. In de pilaren bevinden zich liften die je kunnen brengen naar het panoramarestaurant UFO. Het leek ons het geld niet helemaal waard om in die oude soviet-liften te gaan staan. Het was redelijk bewolkt en bovendien hadden we het uitzicht net vanaf de kasteelheuvel bekeken. Pikant detail: de communisten vonden het helemaal niet zo leuk als mensen naar de top gingen. Je kon daarvandaan namelijk naar het kapitalistische en vrije Oostenrijk kijken!

Mooi, zo'n imposante brug in je stad. Wel een beetje jammer als je daarna bedenkt dat deze snelweg zich tussen het kasteel en het oude centrum doorwurmt. Een groot deel van het historische centrum, waaronder een joodse synagoge, zijn hiervoor gesloopt. Ach, een snelweg is ook veel belangrijker! Historische waarde?


De Nový Most brug, vanaf het kasteel. Op de achtergrond weer de woonblokken en eronder de boot die ons naar Bratislava gebracht heeft.


Historische waarde?



Futuristische brug


Uitzicht over de Donau. Verderop - veel verderop - ligt ergens onze volgende stop: Boedapest!

Laatste rondje Centrum
Eenmaal terug op de oever maakten we nog een rondje door het centrum van Bratislava. We besloten de broodjes die we bij de Tesco gekocht hadden op te eten. Peter spuugde zijn eerste hap uit en gooide het broodje weg. Held als ik was probeerde ik het ook.. en een tweede hap.. en toen verdween ook mijn broodje in de prullenbak. Het zag er uit als een lekker zoet broodje. De waarheid was een zeer sterk knoflookbroodje. Stomme taalbarrière! We spoelden op een terras de smaak uit onze mond.

De brug is niet het enige bizarre kunstwerk in Bratislava. In het centrum zijn een aantal rare standbeelden verstopt. Ze zijn geplaatst om de stad een speels en luchtig karakter te geven en zo te breken met het communistisch verleden. Erg vermakelijk en buitengewoon origineel. Door de positieve reacties van de toeristen komen er steeds meer bij. Het lokt uit tot een speurtocht.

Cumil
Sinds 1997 steekt deze man zijn hoofd uit het een putdeksel. Hij is zeer gewaardeerd in de stad. Kinderen vinden het leuk om hem te misbruiken door bovenop zijn hoofd te gaan zitten. Er zijn verhitte discussies wat deze man eigenlijk van plan is. De keuze is aan de toerist: is hij gewoon aan het rusten? Kijkt hij onder de rokjes van vrouwen? Heeft hij net het riool schoongemaakt?


Cumil


Een verkeersbord waarschuwt voor Cumil, sinds hij twee keer aangereden was en bijna zijn hoofd verloor. Foto van internet.

Soldaat van Napoleon
Op het hoofdplein leunt deze franse soldaat - die erg op Napoleon zelf lijkt - op een bankje. Het leger van Napoleon heeft Bratislava twee keer aangevallen. Volgens een legende viel een gewonde franse soldaat, genaamd Hubert, voor een verpleegster in Bratislava. Hij besloot er te blijven wonen en begon prikwijn te produceren volgens Franse traditie. Hubert is nu de naam van de populairste prikwijn van Slowakije.


Soldaat van Napoleon

Schone Naci
Schone Naci is het synbool van het stadsleven aan het begin van de 20e eeuw. Hij groet mensen die over straat lopen. Volgens de legende - ja alweer! - was het een arme man vol liefdesverdriet. 40 Jaar lang liep hij zeer netjes gekleed door de straten van Bratislava en nam zijn hoed af voor voorbijgangers. De inwoners gaven hem eten en hij "betaalde" de vrouwelijke voorbijgangers met bloemen.


Schone Naci

Paparazzi
Deze paparazzi verstopt zich sinds een paar jaar achter een muur tegenover een populair restaurant, genaamd Paparazzi. Ik moet toegeven dat je je echt bekeken voelt als je er langs loopt. Door een standbeeld! Arme Britney..


Paparazzi

Onbekend standbeeld
Waarom dit standbeeld een dwerg op zijn schouder heeft en een enorme slak aan zijn voeten heb ik helaas niet kunnen achterhalen. Raar is het wel.


Raar

Geïnteresseerd in rare standbeelden? Er zijn genoeg blogposts op internet te vinden met een hele opsomming. Ook daar vind je deze standbeelden uit Bratislava terug. Kijk bijvoorbeeld eens hierrr.

En daarmee hadden we wel echt zo'n beetje alles van Bratislava gezien. We gingen langs de Tesco terug naar het hostel. We kochten Wraps (ruim 4 euro! Zijn toch alleen idiote toeristen die dat kopen) en kookten deze in één van de keukens van het hostel. Morgenochtend vertrekken we richting het verste punt van onze reis: Boedapest!
Dag 10 - Bratislava > Boedapest
Een grijze morgen. Bepakt en bezakt liepen we weer naar het station. Af en toe vielen er nog wat druppels uit de bomen. Op het station aangekomen bleek onze trein een fikse vertraging te hebben. Dat was ons nog niet eerder overkomen. En ach, als je gaat interrailen dan hoort dat er toch gewoon een keer bij. Er waren dan ook vele interrailers met ons. Een leger aan grote rugtassen bezette de trappen voor de reizigerstunnel. We kochten een flesje cola en een zak chips, een prima ontbijt. Intussen liep de vertraging steeds verder op.

Een ruime anderhalf uur na onze geplande vertrektijd kwam dan eindelijk de trein binnenrijden. De trein was van een type dat je in deze regio verwacht. Krakkemikkig en versleten. Het gehele interieur was het bewijs van de hoge leeftijd van deze trein. We liepen langs de vele coupés, op zoek naar onze plaatsen. Deze bleken niet te bestaan. De conducteur kon ons na wat handen- en voetenwerk duidelijk maken dat onze reservering niet van belang was en we gewoon ergens konden gaan zitten. De wandeling van gisteren - en die uitgegeven 16 euro - waren dus voor niets. Maar ach, we zaten. En we zaten niet zomaar: we zaten in de eerste klas. De oude eerste klas, wel te verstaan. Deze coupé was zo aftands dat deze anno 2009 maar gewoon als tweede klas zijn laatste dagen mag slijten.



Treinen in het Oostblok.

Het was verder een mooie treinreis. Soms door de heuvels, soms parallel aan de Donau. De meeste stations op de route kenden geen perrons, wel stationwachters. In een traditioneel uniform, een pet op het hoofd en een fluit in de mond stonden ze voor de ingang van hun station en zwaaiden als wij langs denderden.

De Hongaarse buienradar zal ongetwijfeld uit een hoop blauwe en paarse vlekken hebben bestaan. Toen we aankwamen op station Boedapest Keleti pályaudvar (het grootste en belangrijkste station van Boedapest) viel de regen met bakken uit de hemel. Op de perrons liepen proppers. Nee, geen hippe jongens en meisjes die ons naar discotheken wilden krijgen, maar bejaarde vrouwen die ons naar hun guesthouse / hostel wilden meenemen. We hadden natuurlijk al een hostel geboekt. Ons hostel lag vlakbij één van de andere treinstations. We hulden onze tassen in plastic raincovers en zochten zo snel mogelijk de ondergrondse op. Een flinke eind omreizen naar ons hostel, maar het was een stuk minder nat. Eenmaal uit de metro bleek de regen opgehouden en zochten we ons hostel op.


Avondfoto van de binnenplaats bij het hostel.

Het hostel was in grote tegenstelling tot al onze vorige hostels zonder kennis van het huisnummer onvindbaar. Een meisje deed de deur open nadat we aangebeld hadden en bracht ons naar onze kamer. We liepen langs de schilderachtige binnenplaats. Het hostel zelf had meer weg van een guesthouse. Er waren nog 1 of 2 andere kamers in het huis. We gebruikten de badkamer van de eigenaresse en waren altijd in haar keuken welkom. Ze claimde dat we ook haar computer mochten gebruiken, maar daar had ze het zelf eigenlijk veel te druk mee. Onze kamer bestond uit een twijelaar op de begane grond en een losse matras op een vide. We lieten onze spullen achter en gingen de stad in.

Boedapest. Een schijnbaar contrast tussen het vlakke en stedelijke Pest, tegenover de kasteelheuvel Buda aan de overkant van de Donau. Schijnbaar, want hoe verschillend ook: deze twee lopen prachtig in elkaar over via prachtige bruggen, waaronder de beroemde Kettingbrug. De naam Buda betekent "klein huis". Dat zou je niet zeggen als je ziet wat voor een enorme burcht hier nu staat! Wereldwijd gezien als één van de mooiste steden van Europa. Het centrum staat dan ook op de Werelderfgoedlijst. Boedapest is niet Westers te noemen, maar het is absoluut niet van het grauwe en grove karakter van Bratislava.

Stukje geschiedenis
Zoals altijd beginnen we met een stukje geschiedenis. Voor de grote bloeiperiode moeten we terug naar de 19e eeuw, toen de stad onder Habsburg bewind viel. In deze tijd werden de meeste imposante gebouwen gebouwd. Verder is het verhaal van Boedapest vergelijkbaar met dat van andere steden achter het IJzeren Gordijn. In de Tweede Wereldoorlog werden Joodse wijken met de grond gelijk gemaakt en veel Joden vermoord. De stad werd uiteindelijk door de Sovjet-troepen bevrijd en die voerden ook hier hun befaamde communistische regime in. Alle pracht en praal van de stad werd toen gezien als een overblijfsel van oude tijden. Een groot deel van het interieur werd in veel gebouwen volledig gesloopt.

Hongaarse Revolutie van 1956
Op 23 oktober 1956 gingen enkele duizenden studenten van de Technische Universiteit de straat op om te protesteren tegen het communistisch regime, met krachttermen als "Russen naar Rusland". Tienduizenden inwoners van Boedapest sloten zich aan bij de studenten, die richting het Parlement liepen. Vlaggen met het staatswapen werden neergehaald en het embleem van de volksrepubliek werd eruit geknipt. De gehate rode sterren op officiële gebouwen werden neergehaald. Het standbeeld van Stalin werd neergehaald. De Hongaarse Revolutie was geboren. De betogers koelden hun woede op kazernes en de Sovjet-troepen werden de stad uit gedreven. In paniek riep de regering de hulp in van de Sovjet-Unie. De dag erna was het echter al te laat. De betogers drongen het Parlement in en de regering was genoodzaakt om af te treden. Een nieuwe regering (onder leiding van premier Nagy) werd ingesteld, die zo snel mogelijk uit het Warschaupact trad.


Hongaren verzamelen zich rond het omgevallen standbeeld van Stalin

Het zou echter niet lang duren. Op 4 november werd Boedapest omsingeld door 17 zwaarbewapende divisies van de Sovjet-troepen. De molotovcocktails van de opstandelingen waren niet genoeg. Met gemak werd de opstand neergeslagen, waarbij 2500 Hongaarse slachtoffers vielen. Premier Nagy vluchtte naar Joegoslavië, maar werd daar gevangen en uiteindelijk geëxecuteerd, evenals honderden andere betogers. Communisme was na 13 dagen weer helemaal terug in Boedapest. Tot de val van het IJzeren Gordijn in 1989 bleef het volk een wrok houden tegen haar regering.


Sovjet-troepen vegen de straten van Boedapest schoon.

Parlementsgebouw
Maar nu was het 2009 en de actualiteit was dat de wolken braken en de zon tevoorschijn kwam, terwijl wij naar het Parlementsgebouw liepen. Het parlementsgebouw bevindt zich aan de oever van de Donau en geldt als één van de mooiste gebouwen van Boedapest. Het was halverwege de 19e eeuw toen besloten werd dat het land een eigen "thuis" nodig had. Er werd een wedstrijd uitgeschreven, die werd gewonnen door de architect Steindl. Een oplettend oog ziet direct de grote gelijkenissen met The Houses of Parliament in Londen. De architect was dan ook geïnspireerd door dit gebouw. Een groot verschil is de grote koepel in het midden van het gebouw, iets dat sowieso vrij uniek is voor gotiek. Het gebouw is het grootste gebouw van Hongarije en het op één na grootste parlementsgebouw van Europa. De ontwerpen die tweede en derde werden in deze wedstrijd werden ook gebouwd, nabij het parlement.


Parlementsgebouw


Foto vanaf de overzijde (gemaakt op de volgende dag)



Uitzicht van het parlementsgebouw richting Buda

St. Stephen baisliek
Vanaf het parlementsgebouw liepen we richting het centrum van Pest. Daarvoor kwamen we langs St. Stephen basiliek, genoemd naar koning Stephen, de eerste koning van Hongarije. Zijn gemummificeerde rechtervuist wordt er nog bewaard. Leuk detail: halverwege de bouw (die in 1850 begon) stortte de kerk grotendeels in en konden ze helemaal opnieuw beginnen.



Twee keer de basiliek

St. Elisabeth Square
En dan, aan de rand van het échte centrum, vinden we St. Elisabeth Square of Gödör. Dit plein deed ergens wel wat denken aan de Lustgarten in Berlijn. Wat een heerlijke sfeer hing hier. Hier komen de inwoners van Boedapest samen om stoom af te blazen na een dag werk en hun sociale contacten te onderhouden. Zeker 's avonds veranderde dit plein in een gezellige drukte. Overal zaten vriendengroepjes in het gras, die met een paar flessen wijn de dag doorspraken. Her en der werd wat muziek gemaakt. Een hele relaxte sfeer. Ook leuk: onder het plein bevindt zich een discotheek (Gödör). Een plein met een boodschap: kom tot rust, gebruik je creativiteit en kom samen. Gelukt!


Het Elisabeth Plein

Naast het Elisabethplein ligt Deák Ferenc tér. Dit plein is vooral het grootste vervoersknooppunt van Boedapest. Enerzijds is dit een druk kruispunt voor auto's, anderzijds is dit een bus- en tramstation. Maar bovenal is dit het punt waar de drie metrolijnen van Boedapest elkaar kruisen. Onder dit plein hebben alledrie de metrolijnen een station. Het is dan ook het enige overstapstation van Boedapest. Ook wij waren hier bij aankomst overgestapt. Rond het station liggen wat wissels en service tunnels, zodat materieel uit kan wisselen.Grappig detail: op de lijnen 2 en 3 rijden dezelfde metro's als in Praag, Warschau en een aantal andere voormalige Sovjet-steden.

We liepen het echte centrum van Pest in. We dwaalden wat door de straten en proefden de sfeer van Boedapest. Echt Oostblok, maar toch niet met dat grauwe randje zoals Bratislava dat had. Boedapest is een wereldstad. Een schitterende stad, met littekens uit het verleden. Maar pracht en praal overstemmen het oosterse beton. Een soort eeuwige romantiek wint het hier van die dorre jaren. Waar je in Bratislava de kilste delen van de stad langs de Donau vindt, imponeert Boedapest juist aan het waterfront.

De Grote Synagoge van Boedapest
Deze synagoge biedt plaats aan 3000 mensen. Daarmee is het de grootste synagoge van Europa en de één-na-grootste ter wereld. Er werden rondleidingen van drie uur gegeven. Nah, laat maar..


De grote Synagoge van Boedapest

Verder langs de rondweg viel ons het grote verschil tussen de bouwstijlen hier op.


Het Nationaal Museum van Hongarije

De Grote Markthal
En toen, bijna bij de Donau, doemde ineens de Markthal op. Ik vind het altijd wel iets hebben, zulke hallen. Van buiten leek het net een station, maar binnen straalde de markthal een stadse gezelligheid uit. Een weelde aan producten was hier verkrijgbaar. Daarnaast zag het er allemaal ontzettend goed uit. Veel verse groenten en fruit, slagers en visboeren. Aan de rand van de hal bevond zich een tweede verdieping, waarop toeristische prullaria te koop was. Leuk om te weten: ooit liep er een netwerk van indoor kanalen door de hal om de kraamhouders te bevoorraaden!





De Grote Markthal

We staken de Donau over over de Vrijheidsbrug en liepen aan de Buda-zijde naar de Kettingbrug. Levensgevaarlijk waren de fietsers die hier vonden dat de boulevard van hen was. Ze hadden allerhande toeters en bellen om de domme toeristen te waarschuwen voor hun duizelingwekkende snelheid. We bewaarden Buda verder tot morgen en staken bij de Kettingbrug weer over naar Pest.



Vrijheidsbrug


Nogmaals het Parlementsgebouw

De Kettingbrug
De Kettingbrug is de oudste brug van Boedapest en dateert uit 1849. De Kettingbrug steunt op twee pijlers, waarvoor antieke triomfbogen als voorbeelden hebben gediend. Aan beide zijden bevinden zich leeuwen die de brug bewaken. Aan de Buda-zijde sluit de tunnel onder de burcht aan op de brug. Voor een civieler als ik is deze brug een schoolvoorbeeld. Je kunt hier prachtig zien welke verbindingen scharnierend zijn en welke momentvast. Een basis krachtenspel, dat de gemiddelde eerstejaars student zo uit kan rekenen.



De Kettingbrug

In Pest zochten we een terrasje op en dronken daar een biertje. Voor het eerst werden we er hiermee geconfronteerd dat in Hongarije een fooi van 15% op je bon wordt bijgeschreven. Wanneer je op de kaart kijkt lijkt alles goedkoop, maar je moet overal 15% bij optellen want of je nu wilt of niet: fooi betalen zul je! Na dit biertje liepen we nog wat door de stad, om uiteindelijk bij een restaurantje in de buurt van Deák Ferenc tér te belanden. We hadden geen flauw idee wat we bestelden, maar het smaakte goed! Het was ook zeker goed betaalbaar. Nadat we afgerekend hadden gingen we even naar het hostel om ons op te frissen en uiteindelijk te belanden in Toldi. Toldi is een bioscoop en bar in één. Er hing een hele relaxte lounge sfeer en er werd leuke muziek gedraaid. Er leek weinig animo voor de films te zijn. We bleven hier hangen tot in de late uurtjes. Een halve dag Boedapest, nu al zoveel gezien.
Dag 11 - Boedapest
De elfde dag. Dit zou de langste dag van onze vakantie worden. Onze laatste dag in Oost-Europa zouden we het hoogtepunt Buda gaan bezoeken. We kochten een paar flessen water en een onbekend stuk voedsel, maar het bestond in elk geval uit brood en chocola dus dat zat wel goed. We begonnen met een rondje Pest. Uiteindelijk belandden we weer in de Markthal, alwaar we een verse sinaasappelsap kochten. Vitamientjes!

Gellértberg

Aan de Buda-zijde begonnen we met een zware klim: de Gellértberg (Gellért-hegy). Aan de voet van de Gellértberg ligt één van de bekendste badhuizen van Boedapest (Gellért Thermal Bath) en het beroemde Hotel Gellért.


Hotel Gellért

de Gellértberg

Halverwege de klim kwamen we langs de Saint Ivan's Grot (of gewoon Gellért Grot, alles heet hier Gellért). Deze maakt onderdeel uit van de grotten onder de heuvel. Sinds 1926 is de grot ingericht als een kapel en klooster. De Russen keken met een schuin oog toe, toen ze in 1945 het hier voor het zeggen kregen. In 1951 ging de religieuze functie van de grot toch teveel kriebelen en werd de grot met een dikke betonnen muur afgesloten, de kloosteroverste ter dood veroordeeld en de overige monniken gevangen genomen. Nadat het IJzeren Gordijn viel, werd in 1989 de functie hersteld en betrokken monniken de grot weer. In 2007 is overigens hier nog een grot ontdekt. Deze is 60 meter lang, 18 meter diep en heeft 3 kamers. Van binnen is deze geheel bekleed met prachtige witte kristallen. Net als Saint Ivan's grot is ook deze grot waarschijnlijk ontstaan door de thermische bronnen.


De ingang van de grot

De kerk voor de grot

Het uitzicht, halverwege de Gellértberg.

Bovenop de Gellértberg bevindt zich het Vrijheidsbeeld van Boedapest. Het beeld is daar in 1947 neergezet om te herinneren aan de Russische bevrijding van de Nazi's na de Tweede Wereldoorlog. Wij zouden het misschien het bewind van de Russen wellicht niet als een bevrijding zien, maar zij zelf wel! Vertaald werd er in gegraveerd: "Gebouwd door het dankbare Hongaarse volk, in herinnering aan de bevrijding door de Russische helden." Tijdens de revolutie van 1956 raakte het beeld ernstig beschadigd. Toch is het - in tegenstelling tot veel andere beelden uit de Russische tijd - niet naar Memento park verplaatst. De gravure werd veranderd in: "Herinnering aan allen die hun leven hebben gegeven voor de onafhankelijkheid, vrijheid en het succes van Hongarije." De namen van de Russische slachtoffers werden verwijderd. En zo kreeg het beeld een hele andere invulling. Het 14 meter hoge beeld staat op een 26 meter hoge voet en houdt een palmblad vast. Dat alles op een hoogte van 235 meter, maakt het beeld tot een belangrijk landmark in de skyline van Boedapest.




Het vrijheidsbeeld en enkele andere beelden: vooruitgang en vernietiging

Ook bovenop de Gellértberg, ligt de Citadella. De Habsburgers hadden het strategisch belang van de Gellértberg al snel in de gaten en bouwden deze Citadel. Het werd oorspronkelijk gebouwd om de rebelse Hongaren te laten weten wie er de baas was. De Hongaren vonden het gebouw dan ook niet voor niets afschuwelijk en noemden het de Bastille van Boedapest. Nadat Oostenrijk en Hongarije samengegaan waren tot de bekende dubbelmonarchie nam de betekenis van de citadel af. Nadat het stadsbestuur de citadel in handen kreeg zijn de vestingmuren afgebroken. Sinds 1960 is de citadel een toeristische attractie, met een prachtig uitzicht over Boedapest.


De voorste muur van de Citadella

Wij verbaasden ons over de vele toeristen, aangezien het voor ons toch een behoorlijke klim was geweest met de felle zon op onze hoofden. Het was er nog behoorlijk druk. Het antwoord op onze vraag vonden we aan de andere kant van de citadel. Hier lag gewoon een weg en stonden de touringcars geparkeerd. Ook de gewone stadsbus kwam hier. Wat volgde was een wandeling terug naar "beneden". Ook deze kant van de berg was helemaal als een soort park uitgevoerd. Het tussen de bomen door naar beneden haarspelden beviel een stuk beter dan de klim naar boven.




Uitzicht vanaf de Gellértberg op de weg naar beneden.

De burchtheuvel

Eenmaal beneden was het natuurlijk weer hoogtijd om te gaan klimmen. De burchtheuvel op! Denk je aan Boedapest, dan denk je eigenlijk vanzelf aan deze burchtheuvel. Bovenop de heuvel zijn het oude kasteel en de bijbehorende kasteelstad te vinden. Het eerste kasteel werd hier in de 14e eeuw in Gotische stijl gebouwd. En ook hier hebben de vele verschillende overheersers hun sporen achtergelaten. Delen brandden af, werden gesloopt en andere delen werden weer flink uitgebreid. Het meest desastreus was de Christelijke belegering van 1686, toen het complete Middeleeuwse kasteel verwoest werd. Het ontploffen van de kruittoren kostte 1500 mensen het leven en zorgde voor een vloedgolf in de Donau. Over de oude ruïnes werd een flinke laag aarde en puin gegooid en in 1715 werd in barokstijl begonnen met het huidige kasteel. Maar helaas, ook deze brandde weer grotendeels uit en werd in neoklassieke barok hersteld. Tot 1912 zouden er regelmatig nieuwe vleugels en bijgebouwen worden geplaatst. Even ging het goed. En toen kwam de Tweede Wereldoorlog en werd voor de zoveelste keer het kasteel grotendeels vernietigd. Bij de reconstructie werden de Middeleeuwse ruïnes waar mogelijk weer uitgegraven.



De uitgegraven Middeleeuwse muren




Het kasteel


Uitzicht vanaf het kasteel


Fotografisch experimentje, ook deze foto bestaat uit aan elkaar geplakte foto's. Ik ben linksonder begonnen en daarop heeft de camera de belichting ingesteld. Vandaar de overbelichting.



Eén van de poorten naar het kasteel

We liepen via de poort naar het kasteelstadje. Het eerste waar we langs kwamen was Sándor Palace. Dit gebouw is het kantoor van de Hongaarse president. Gebouwd in 1806 - zoals een oplettende lezer al uit de gevel afgelezen had - maar grotendeels vernietigd in de Tweede Wereldoorlog. Nadag het gebouw in 2002/2003 geheel is gerestaureerd doet de president hier zijn zaken.



Sándor Palace


Straat op de kasteelheuvel.

De sfeer op de kasteelheuvel was enigszins sprookjesachtig. De straten deden me ergens aan Luxemburg denken. Een kleine gezellige wereld, afgesloten van de rest. We liepen door naar het plein van de Heilige Drie-Eenheid. Genoemd naar de zuil die hier staat met bovenop de bekende Drie-Eenheid: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.


Het plein van de Heilige Drie-Eenheid

We waren nu aangekomen bij het hart van de kasteelheuvel: de Matthiaskerk. We wisten het zeker. De steigerfabrikanten in Oost-Europa hadden deze zomer echt alles uit de kast gehaald. Ook deze toren was weer gehuld in stalen buizen en groene doeken. Gebouwd in het begin van de 11e eeuw, maar daarna een roerige geschiedenis, waarvan de tijd tijdens de Turkse overheersing het meest opmerkelijk is. De kerk diende toen namelijk als grootste moskee van Boedapest. Alle beelden werden naar Pressburg (Bratislava dus) getransporteerd. Later is de kerk weer in de oude Gotische stijl hersteld. Opvallend zijn hier weer de mozaïektegeltjes op het dak.



De Matthiaskerk

En dan doemt al snel het - wat mij betreft - mooiste stukje van de kasteelheuvel op. Alsof je in de Efteling loopt, maar dan écht: het Vissersbastion. Dit terras is gebouwd in neogotische en neoklassieke stijl. Vanaf het terras heb je een prachtig uitzicht over Boedapest. Het dankt zijn naam aan de vissers die gedurende de Middeleeuwen dit deel van de muur bewaakten. Het huidige terras werd eind 19e eeuw gebouwd.



Het Vissersbastion

Je zou het er misschien niet zo snel verwachten, maar midden op de kasteelheuvel vinden we ook een enorm hotelcomplex van Hilton. Er is nogal wat controverse rond dit hotel. Het werd in de jaren '70 gebouwd door het communistisch regime. In de huidige tijd onbegrijpelijk dat zoiets ooit gebouwd kon worden. Laten we het de tijdgeest noemen.


Een straat, met op de achtergrond het Hongaars Nationaal Archief


Het Budapest Hilton, bron: internet

Tot slot de Maria Magdalenakerk. Of althans.. dat wat er van over is. De kerk werd gebouwd in de 13e eeuw en regelmatig verbouwd in de 14e en 15e eeuw. Tijdens de eerste helft van de Turkse bezetting was dit de enige nog Christelijke kerk in Boedapest. Tijdens de tweede helft was ook deze kerk een moskee. In de Tweede Wereldoorlog werd op de toren na de hele kerk geruïneerd. Uit het puin werd één raam opnieuw opgebouwd als herinnering aan de kerk die hier stond.



De restanten van de Maria Magdelenakerk

We dronken wat op een terrasje en vervolgens was het tijd om de kasteelheuvel weer te verlaten. We verlieten de kasteelheuvel via het Vissersbastion.



Nog één keer het Vissersbastion van beneden

We kruisten de Donau weer via de Kettingbrug. Terug in Pest gingen we op zoek naar een internetcafé. Het was de hoogste tijd om uit te zoeken hoe we op het vliegveld konden komen vanavond. Nadat we dit uitgezocht hadden boekten we ook direct een hotel in Milaan. We dronken nog wat op een terrasje en zochten uiteindelijk een bankje op om even tot rust te komen en een serie cryptogrammen op te lossen (naast het bezoeken van steden en treinen één van onze hoofdactiviteiten in de vakantie). Uiteindelijk belandden we in een Pizzeria, waar we een heerlijke pizza aten. We namen afscheid van het centrum van Pest en haalden onze tassen op in het hostel. Nu hadden we nog aardig wat tijd voordat we naar het vliegveld moesten en brachten deze tijd door in dezelfde bar als gisteravond.

Om een uur of elf was het tijd om naar station Boedapest Nyugati (West) te gaan. Dit is een ander station dan waar we aangekomen waren. Dit station was vlakbij het hostel. Hiervandaan vertrokken de treinen naar het vliegveld Ferihegy.


Station Nyugati

Hadden we tot nu toe alleen nog in relatief sjieke internationale treinen gezeten, nu zaten we in een Hongaarse stoptrein. Qua luxe was dit dan ook wel het dieptepunt van onze vakantie. Krakkemikkig is een understatement. Vieze gordijnen, houten schotten en overal rare onbekende knopjes. Puffend en krakend kwamen we op gang. In Nederland hanteren we minimum halteertijden. Een trein moet altijd een bepaalde tijd op een station wachten. Zo werkt dat dus niet in Boedapest. Een stop op een station duurde met de lage passagiersaantallen 's avonds in de regel niet langer dan 10 seconden. Vergelijkbaar met de manier waarop bussen in Nederland stoppen: passagiers erin en eruit en gas. We zorgden dan ook dat we op tijd klaar stonden toen we het station van het vliegveld naderden.

Het vliegveld was in eerste instantie erg rustig. We zochten een paar stoelen uit om de nacht door te brengen en kochten in de winkel van onze laatste Hongaarse Florinten in de laatste minuten voor sluitingstijd nog wat te eten en drinken. Al snel landde er echter een toestel van Jet2, dat onderweg was van Tel Aviv naar Manchester. Dit toestel zat dus vol met Joden. De exacte reden van de stop in Boedapest hebben we nooit begrepen, maar het toestel kon in elk geval niet meer verder. Passagiers werden in de terminal aan het lot overgelaten. Kinderen huilden, anderen probeerden de slaap te vatten. Intussen landde het toestel dat ons morgen naar Bergamo zou brengen. Na zo'n uur of twee alleen maar omroepen dat ze de terminal niet uit mochten kwam dan uiteindelijk de melding dat er morgen omstreeks half één een toestel zou zijn dat ze naar Manchester zou brengen, gevolgd door wederom een radiostilte. De crew van het toestel zat in de stoelen naast ons en kreeg regelmatig boze passagiers op bezoek. Weer een uur later werden de gezinnen met kinderen gevraagd om zich te melden bij de incheckbalies voor voedselpakketten. Nog een uur later werd er omgeroepen dat er hotels geregeld waren en dat bussen onderweg waren. Weer een uur later werd het eindelijk rustig in de terminal en konden ook wij in onze belabberde slaappositie enige rust pakken. In de terminal van Ferigy International Airport vielen we eindelijk in slaap.


De Airbus A320 bracht de nacht door voor de deur. Even rusten voor de vlucht naar Bergamo.


Wizz-Air was op dit kleine vliegveld één van de grootste spelers. Om 4 uur ging onze incheckbalie open.


Lege gangen op een mooi vliegveld.


Onderaan de trap zat een hele Joodse familie. Eén van de kinderen viel in slaap. Een tijdje later was de hele familie weg, alleen het jongetje lag er nog...


En zo brachten wij dan de nacht door.
Slot deel 1

Weg van het IJzeren Gordijn.

4:00. In donker Oost-Europa op een grotendeels verlaten vliegveld ging de wekker. Pijnlijke rug, slapend rechterbeen. Prettig slapen is anders, maar we hadden wat slaap gepakt. We pakten onze spullen in en begaven ons naar de incheckbalies. Daar bleek het inmiddels als een drukte vanjewelste. We checkten onze tassen in en zochten een plekje in de vertrekhal.

Vertrekken bij maatschappijen als Ryan Air of Wizz Air is een sport. Wat is het geval? Er zijn geen stoelnummers in het vliegtuig. Net als in de tram, de trein of de bus geldt dat hoe later je aan boord komt, hoe kleiner de kans is dat je naast elkaar kunt zitten. Maar: iedereen wil natuurlijk in de vertrekhal wel zo lang mogelijk blijven zitten en zo kort mogelijk in de rij voor een dichte gate staan. Iedereen is alert. Komt daar iemand met een oranje hesje aan? Heb ik nog tijd om naar de wc te gaan? De buurman pakt zijn ticket vast en houdt zijn paspoort gereed. Het is vroeg, maar als echte nachtdieren spitst iedereen zijn oren. De spanning stijgt.. het moment komt dichterbij. Zodra er iemand in de rij gaat staan moet je zorgen dat je met een enkele hink-stap-sprong erachter staat. Achteraan staan is afvallen. Iedereen voelt het moment naderen..

Dan staat er iemand op. Loopt hij naar de gate? JA! Hij loopt naar de gate. Alle hoofden draaien dezelfde kant op. In enkele seconden is de hele hal in beweging gekomen. Koffers worden van de grond gegrist, jassen worden omgeslagen. Er wordt geduwd. Er wordt getrokken. De eerste mensen komen aan bij de gate. Er is geen tijd te verliezen. Je moet NU je positie veilig stellen.

En daar stonden we. Op een enkele alleenreizende na, stonden we met zijn allen in de rij. Het meisje achter ons stond wat met haar koffers te klungelen. De vraag volgde of Peter even haar vriend wilde spelen omdat hij geen bagage had en zij teveel. Fronsende blikken van het personeel. Wat voor een hufterige vriend was hij dan, dat zij alle koffers moest dragen? We bleven even bij elkaar in de bus, maar in het vliegtuig werd de kortstondige relatie weer verbroken. Het toneelstukje was over.

De Airbus A320 was bij lange niet vol en dus hadden we prima plaatsen. De eerste zonnestralen sprankelden hun licht over de startbaan. Het knalroze toestel gaf vol gas. Sneller en sneller schoot het landschap voorbij, tot we de Oost-Europese grond loslieten en in onze stoelen gedrukt werden. Het eerste deel van de vakantie zat erop. Zoveel gezien in anderhalve week. Van de moderne architectuur in Berlijn tot het kasteel van Boedapest. Een reis die ons had meegenomen door de geschiedenis en dan met name de Tweede Wereldoorlog. Een gebied vol littekens. Soms prachtig mooi, soms kaal en grauw. Maar altijd bijzonder.

Nog een laatste keer hadden we uitzicht over het prachtige Boedapest. Daarna maakten we een bocht en zetten we koers richting Italië en het tweede deel van onze vakantie. Weg van Oost-Europa. Weg van het IJzeren Gordijn.
Dag 12 - Boedapest > Bergamo

Aankomst Bergamo

Een kleine anderhalf uur later tikten we aan in het land van de pizza, van het heerlijke ijs, van de designers, van de koffie en van Berlusconi. De Wizz-Air piloot zette ons keurig af op Orio al Serio, het vliegveld van Bergamo. Dit is een typisch low-budget vliegveld, waar de grote prijsvechters van Europa om de slottijden strijden. Ook Ryan Air was hier in grote getale aanwezig. Deze vliegmaatschappijen zeggen dat ze op Milaan vliegen, terwijl dit in werkelijkheid toch echt nog een behoorlijk eind bij Bergamo vandaan is. De tassen kwamen op de verkeerde band, maar na wat heen en weer lopen liepen we toch vrij rap de terminal uit.

Wij hadden ons oorspronkelijke plan aangepast. In ons reisschema zouden we hiervandaan direct naar Milaan gaan, om daar twee nachten te blijven zoals in de meeste steden. Na wat rondzoeken op internet hadden we echter gezien dat er in Milaan niet veel bijzonders te doen was en des te meer in Bergamo. We hadden dus besloten zowel in Bergamo als in Milaan één nacht te slapen.

Op naar het hostel

Op het busstation zochten we naar de bus die ons naar het centrum van Bergamo zou brengen. Een automaat gaf ons de keuze uit een weelde aan kaartjes. We hadden één overstap nodig. Hoewel nog steeds behoorlijk on-Nederlands, voelde het toch als een soort thuiskomen in West-Europa. We begrepen ook hier weinig van de taal, maar we konden het in ieder geval enigszins uitspreken. En dat is ook fijn. De busreis was - zoals dat hoort in Italië - lekker chaotisch. Het hostel lag aan de rand van de stad. De bushalte was vlakbij, maar we hadden toch moeite het hostel te vinden.


Het hostel was heerlijk rustig gelegen

Voor ons was de dag al behoorlijk lang bezig. Maar we kwamen rond half negen aan bij dit hostel. We konden dan ook nog niet inchecken, maar wel onze tassen in een hok achterlaten.

Hightown
Bergamo heeft eigenlijk twee centra. Je hebt het oude Middeleeuwse centrum bovenop de heuvel (hightown of Città alta) en het "nieuwe" centrum beneden (downtown of Città bassa). De twee zijn verbonden met een Funi. Hightown is vanzelfsprekend voor de toerist het meest interessant en dus namen we de bus hiernaartoe. Hier verbaasden we ons over de straten die door deze bussen bedwongen worden. Steile smalle steegjes zijn voor deze chauffeurs geen probleem. Daarbij is dat stuurwerk in Overschie, waar ik altijd al bewondering voor had, toch kinderspel.




Drie richtingen uitzicht, vanaf de bushalte waar we uitstapten.

In het stratenpatroon zijn duidelijk de sporen van de Romeinen zichtbaar. Zo zijn de Decumanus en de Cardus duidelijk te ontdekken. De één loopt in noord-zuid richting over de heuvel, de ander in oost-west. De muren rond het historische centrum zijn gebouwd ten tijde van de Venetiaanse overheersing. Er zijn in totaal vijf poorten.

We klommen door de straatjes verder omhoog naar het hoofdplein met daaromheen een aantal kerken. Dit hele centrum was voor ons één grote verrassing. Natuurlijk gingen we naar Berlijn vanwege de beroemde muur en andere hotspots. Van Boedapest wisten we dat het groots en magistraal was. Maar Bergamo? We hadden geen flauw idee wat voor sprookjesachtige wereld er hier verstopt was! Op het Piazza Vecchia aten we een heerlijk broodje en dronken we een echte Italiaanse koffie. Het plein wordt omringd door Pallazi, die de Venetiaanse invloeden verraden.










Impressies van het prachtige Bergamo. Verticaal gericht!

Rode handjes

En dan was er nog het mysterie van de rode handjes. Op talloze muren, paaltjes, kastjes en roosters vonden we de afdrukken van rode handen. Ik heb avonden achter het internet doorgebracht op zoek naar de achtergrond van deze handen. Een écht sluitend antwoord heb ik helaas nog niet gevonden. De eerste rode handen verschenen in mei 2006 op de muren in Bergamo. In de maanden daarna verspreidden de handen zich in razend tempo door de stad. In september was het eigenlijk al niet meer mogelijk om door een straat te lopen zonder de rode handen tegen te komen. De stencil-graffiti handen werden zo onderwerp van speculatie. Diverse media berichtten dat het om een protestactie ging. Sommigen beweerden zelfs dat het een protest tegen de oorlog in Irak was. Ook de maffia werd regelmatig genoemd. Het werd al vrij snel duidelijk dat het waarschijnlijk niet om een georganiseerde actie ging. Er was waarschijnlijk niet één opdrachtgever. Toch werden op een goede dag drie jongens gearresteerd met een karton in de vorm van een hand en 6 rode spuitbussen. Er lopen inmiddels behoorlijk wat claims tegen deze jongens en ze worden verantwoordelijk gehouden voor een zeer grootschalig vandalisme. Voor de bevolking van Bergamo werden zij het gezicht achter deze actie.

Natuurlijk zijn deze handen niet alleen ons opgevallen. Kijk bijvoorbeeld eens in deze fotogallerij.



Mani Rosse.

We aten nog een heerlijk ijsje. Een heel bijzonder ijsje. Het deed me denken aan de zelfgemaakte ijsjes die wij vroeger thuis maakten. Er is simpelweg een stokje gestoken in een vers vruchtensap en dat is zo bevroren. Dat maakte het dat mijn aardbeienijsje écht naar aardbei smaakte. Helemaal niet duur, hartstikke makkelijk en bovenal bijzonder lekker.

We pakten de bus terug naar ons hostel. Het was een erg drukke nacht geweest en dus waren ze nog steeds niet klaar met schoonmaken. Na ongeveer een uur mochten we naar onze kamer. We pakten onze spullen uit en gingen even liggen. Al snel vielen we allebei in een diepe slaap. Ik had uit voorzorg wel mijn wekker en stapte nadat deze afgegaan was onder de douche. Toen ik uit de douche kwam lag Peter nog te slapen en ben ik met mijn boek naar het terras voor het hostel gegaan. En dit.. dit was het moment dat ik écht tot rust kwam.

Twee weken lang was er geen moment van stilte geweest. Nooit rust. Altijd het continu doordaverende stadslawaai. Dreundende auto's, claxonerende bussen, ringelende trams. Ik houd ontzettend van het geluid van de stad, maar nu was het heerlijk om even aan de rand van een middelgroot stadje aan de voet van de Alpen een boekje te lezen. Een serene rust tussen de groene bomen. Noem me een oude lul, maar ik genoot ervan. Ga ik nu echt hét cliché aanhalen? Ja ik doe het gewoon: LA DOLCE VITA!

Downtown

Nadat Peter wakker was geworden (en op het terras weer in slaap gevallen was) liep de dag al bijna op zijn einde. We pakten de bus naar downtown. Ook hier verbaasden wij ons nog weer over de charme. Vroeger was dit een dorpje op de weg van Bergamo naar andere steden in Lombardije. Aan het begin van de 20e eeuw werd er een ontwerpwedstrijd uitgeschreven voor de verdere ontwikkeling van dit gebied als stadscentrum voor Bergamo. Het resulteerde in een interessant stedenbouwkundig plan. Onderdeel van dit plan is bijvoorbeeld de Porta Nuovo. Deze poort heeft nooit als echte verdedigingspoort gediend. Hij is pas in 1937 gebouwd en is nu vooral een symbolische ingang voor het nieuwe centrum.


Porta Nuovo


Op de achtergrond het historische centrum.

We aten in het centrum een pizza - want dat moet als je in Italië bent - en dronken nogmaals een heerlijke Italiaanse koffie. Natuurlijk, een espresso in een vingerhoedje is het lekkerst. We misten net de bus terug naar het hostel en besloten te gaan lopen. Een wandeling van een paar kilometer. Het was een lange dag geweest, die vanmorgen al heel vroeg in Boedapest was begonnen. Op het terras voor het hostel dronken we nog wat en speelden een spelletje. Een prachtige Italiaanse avond in alle rust.

In onze achtpersoonskamer was het pikdonker toen we binnenkwamen. Op de tast vonden we onze bedden en vielen in slaap. Tot.. één of andere idioot het licht aan deed en niet van plan was dit weer uit te doen. Na commentaar bleek dat dit zo was "afgesproken". Uit de hele kamer kwam veel gegrom. Maar de idioot die hem aan had gedaan was onverbiddelijk. Waarom het moest? Dan staken de muggen ze niet! Hier hadden we natuurlijk nog nooit van gehoord. Zwevend tussen slaap en wakker ging er enige tijd voorbij voordat een kamergenoot boos opstond en het licht uitdeed. Eindelijk. Slapen.
Dag 13 - Bergamo > Milaan

Vertrek Bergamo

Het hostel had een prima ontbijt in de prijs. Op het terras aten we in het zonnetje onze broodjes en vertrokken vervolgens naar het station. Vanaf Bergamo reden met enige regelmaat treinen naar Milaan, dus we planden dit verder niet. Onze trein stopte op een hoop nietszeggende stations, maar bracht ons uiteindelijk naar ons reisdoel: Milaan.

Milaan
We kwamen aan op station Porta Garibaldi. We besloten te lopen naar ons hotel. Hotel ja. Vannacht zouden we in een hotel in plaats van hostel slapen. Het was een eindje lopen, maar we vonden het hotel zonder moeite. Het hotel bevond zich op de 4e verdieping van een appartementencomplex en bestond eigenlijk uit twee hotels: Hotel Arno en Hotel Eva. De kamers waren nog niet klaar omdat de beheerder van hotel Eva ziek was en dus de beheerder van hotel Arno ze beide moest onderhouden. We hadden in Arno geboekt, maar kwamen in Eva terecht. Volg je het nog? In feite was dit hotel ook meer een hostel. Jong volk en een ontspannen open sfeer.

We besloten eerst maar naar het Centraal Station van Milaan te gaan om plaatsen te reserveren voor de trein naar Bern. Dit station was vlakbij. Daar aangekomen bleek de rij echter zo ontzettend lang dat we niet van plan waren er in te gaan staan. Dit zou ons minstens anderhalf uur kosten. Het leek ons beter om aan het eind van de middag terug te komen. Het station zelf was weer magistraal groot. Of in Peter zijn woorden: "Wie heeft ooit bedacht dat die deuren zo groot moeten zijn dat de GVR er door past?"



Milano Centrale

We zetten koers richting het centrum. Nadat we het stadspark "Indro Montanelli" gepasseerd waren kwamen we in het echte centrum. En ja, natuurlijk wisten we dat Milaan een zakelijke modestad is en dat er verder weing aan is, maar dit overtrof onze verwachtingen. De straten bestaan uit Prada, Gucci, Versace en Armani. Niet alleen de winkels, ook de mensen. Inwoners van Milaan zijn niet gewoon Italianen, het zijn lopende paspoppen. Als er in Milaan iemand binnen komt, dan komt er ook echt iemand binnen. De toeristen in simpele korte broeken en t-shirts pikte je dan ook zo tussen de hippe Italiaanse witte linnen broeken en glimmende zonnebrillen uit. Toegankelijk waren de modewinkels nu echter niet. De meeste waren voor de maand Augustus gesloten. "Wij zijn naar het strand. Tot in September".

Als stad was Milaan verder - zoals de Lonely Planet al meldde - niet erg bijzonder. Druk en chaotisch. Op een enkele bank na weinig interessante bouwwerken. Nee, wat dat betreft gaat het in Milaan maar om twee dingen: Galleria Vittorio Emanuele en de Duomo. Die twee zijn dan ook allebei wel weer de moeite waard.





Beelden uit Milaan

De Galleria Vittorio Emanuele is een waar architectonisch hoogtepunt en zeker voor de tijd waarin deze gebouwd werd zeer bijzonder. Deze winkelpassage werd tussen 1865 en 1867 gebouwd. Koning Vittorio Emanuele II legde er zelf nog de eerste steen voor. Tien jaar later kwam de grote boog gereed aan de domzijde. De vier gangen van het gebouw komen samen onder een 47 meter hoge koepel. In 2009 bevinden zich in deze winkelpassage de duurste winkels. Drie van de hoeken rond de koepel worden ingenomen door dure modewinkels. Eén hoek door... McDonalds! Maar toegegeven: deze McDonalds heeft zich keurig in de stijl ingepast en valt daardoor nauwelijks op. We kochten er maar een McFlurry.





Galleria Vittorio Emanuele

Buiten komen we dan aan bij het Piazza del Duomo, waaraan zoals de naam zegt de Duomo ligt. Dit is de plaats waar in december 2009 de Italiaanse premier Berlusconi met een miniatuurmodel van de Dom aangevallen zou worden. Om de Duomo zelf kun je natuurlijk niet heen. Dit is werkelijk een gotisch meesterwerk. Van buiten zeer licht, van binnen katholiek donker. Dit prachtige bouwwerk is het resultaat van zes eeuwen (!) bouwen. Al in 1386 werd eraan begonnen, om pas definitief voltooid te zijn in 1950. Vanaf dat moment kon direct aangevangen worden met de restauratie. Sommige delen waren immers al bijna 600 jaar oud. 135 Pinakels en meer dan 2300 beelden sieren de witte marmeren gevels. We liepen in het donkere interieur een rondje.





De Duomo

Op het plein trapten we bijna in één van de bekendste toeristenvalkuilen. Een Afrikaanse man kwam op ons af en vroeg uit welk land we kwamen. Natuurlijk was hij heel vredelievend en wilde de wereld graag zijn vredespolsbandjes gratis geven. Voor ik het wist had hij mijn pols te pakken en begon er zijn bandje om te knopen. Don´t worry, it´s free! Ja inderdaad, het land van van Basten en Cruijff. En bedankt hè. Nadat we beiden een "gratis" polsbandje hadden vroeg hij toch om een kleine donatie voor de arme kinderen in Afrika. Nee nee, dat was niet de afspraak. Free is free. We lieten hem teleurgesteld en twee polsbandjes armer achter. Demonstratief trokken we ze van onze polsen en dumpten ze.

Na deze gebeurtenissen liepen we richting Castello Sforzesco. Onderweg proefden we nog wat van de Italiaanse sfeer. Links een ijssalon, in het midden een gele tram en rechts een pizzeria.



Beelden uit het centrum van Milaan

Castello Sforzesco ligt aan de rand van het centrum van Milaan. Dit kasteel stamt uit de 14e eeuw en huisvest nu een aantal musea. We liepen er doorheen maar waren niet bijzonder onder de indruk.






Castello Sforzensco en omgeving

In de buurt van dit kasteel was één van de treinstations van Milaan. We probeerden daar nogmaals kaartjes te kopen voor de trein naar Zwitserland, maar het bleek hier om een andere spoorweg exploitant te gaan. Om die reden pakten we de metro terug naar ons hotel. Nadat we even uitgerust en wat gedronken hadden besloten we nog een poging te gaan wagen op Milano Centrale.

Onderweg liepen we langs drie Amerikaanse meisjes die - zoals gebruikelijk voor Amerikanen - op zeer luide toon met elkaar stonden te converseren. Eén van hen vroeg: "Do you know where the station is??" Zó hard, dat wij dachten dat het aan ons gevraagd werd. In koor antwoordden we "that way!", want we waren er zelf ook naar onderweg. Zo'n 200 meter verder kwam één van de meisjes achter ons aanrennen. Ze legde ons uit dat ze het niet aan ons vroeg, maar dat ze zelf de taken stonden te verdelen wie wat ging doen. Het bleek haar taak om naar het station te gaan voor kaartjes en ze wilde ons graag vergezellen. Prima.

Op het station was de rij nog steeds zo'n anderhalf uur. Uit de kaartjesautomaten leken we iets te kunnen krijgen, maar we wisten niet zeker of dat kaartjes voor de trein, toeslagkaartjes of stoelreserveringen waren. We besloten toch maar in de rij te gaan staan. Het gaf ons de tijd om onze Amerikaanse metgezel beter te leren kennen. Even later kwamen ook haar twee vriendinnen er nog bij. We kwamen er al snel achter dat ze in hetzelfde hotel sliepen als wij. De dames kwamen uit Californië en twee van liepen stage in Genève.

De chagrijnige Italiaan achter de balie overhandigde ons na anderhalf uur de kaartjes voor de Cisalpino, een semi-hogesnelheidstrein naar Bern, waarover morgen meer. We namen aan het eind van de rij afscheid van de Amerikaanse dames en gingen weer onze eigen weg. We hadden gelezen dat het restaurant onder ons hotel betaalbaar en goed was. Een Italiaans restaurant, gerund door chinezen. Maar het was inderdaad prima eten. Na het eten besloten we nog een rondje te gaan lopen door Milaan. We zagen weinig nieuws maar de sfeer was 's avonds wel anders.

Bij terugkomst in het hotel schreeuwden de Amerikaanse meisjes ons tegemoet. "Our Dutch friends!!" Ze hadden nog navraag naar ons gedaan bij de receptie want het had ze leuk geleken met ons te gaan eten. Ze vonden dat ze moesten gaan stappen want het was Europe en het was saturday night. Om de haverklap viel echter één van de drie in slaap en we vermoedden dat we in onze gewone toeristenkleding helemaal niet binnen zouden komen in de hippe clubs. Uiteindelijk bleven we nog even bij hen hangen en spraken af de volgende morgen vroeg de Duomo te bezoeken met zijn allen.


Weer een fotografisch experimentje. Uitzicht vanuit onze hotelkamer.
Dag 14 - Milaan > Bern

Duomo
We hadden om acht uur beneden met onze nieuwe Amerikaanse "friends" afgesproken. We waren op tijd beneden en dronken aan de overkant een heerlijke Italiaanse koffie. Een mooi begin van de dag. Maar de dames kwamen maar niet opdagen. Om kwart over acht kwamen ze luid verbaasd (zoals alleen Amerikanen dat kunnen) beneden, in de overtuiging dat we boven hadden afgesproken. We pakten de metro naar de Duomo.

De dames waren nog niet binnen geweest en dus wilden we nog een rondje lopen. Maar het was zondagochtend en de mis stond op het punt van beginnen, dus werden nadat we net binnen waren alle toeristen de kerk uitgedreven. Daar is geen plaats voor in het huis van God. Gelukkig hadden wij het toch al gezien. Buiten volgde een uitgebreid overleg of we naar het panoramaterras bovenop de kerk zouden gaan. We namen uiteindelijk de dure lift, maar het was de moeite waard. Niet zozeer vanwege het uitzicht, maar wel omdat we hier pas écht een beeld kregen van de gigantische hoeveelheid versieringen aan deze kerk.






Beelden vanaf het dakterras van de Duomo

We namen afscheid van de Amerikaanse meisjes. Ze zouden ons alle foto's mailen! (Tot op heden niets ontvangen) Eén van hen moest ook met de trein naar Zwitserland, maar pas later op de dag. Ze zouden nog een museum bezoeken. Wij pakten de metro terug, maar bij het uitstappen bleek het plotseling keihard te regenen. Bij de uitgang wachtten we even tot het over was. We pikten in het hotel onze tassen op en gingen naar het station. Daar zou dat gebeuren wat elke interailer moet overkomen. Op het moment zelf heel vervelend, maar het hoort er ook een beetje bij.


Beelden vanaf het dakterras van de Duomo

Drama Milano Centrale
We waren ruim op tijd op het station maar op de hippe digitale borden stond nergens onze trein. We liepen langs alle perrons, maar nergens leken de klapborden ook maar iets dat in de buurt van onze trein kwam aan te geven. Stonden we wel op het goede station? Ja, we stonden op het goede station. In de mensenmassa kwamen we twee gasten tegen waar we in het hotel kennis mee hadden gemaakt. Zij wilden dezelfde trein hebben, maar hadden er geen kaarten voor gereserveerd. Aan een conducteur vroegen we naar welk perron wij moesten. Perron 9. Maar op perron 9 was geen trein en stond niets op de bordjes. Toch maar wachten. De klok tikte tot de vertrektijd nog maar 10 minuten van ons verwijderd was. Intussen waren we nog een aantal keer langs de andere perrons gelopen. Ik heb nog een tijdje in de rij gestaan bij de informatiebalie, maar dat ging veel te langzaam. Het leek erop dat er meer mensen op zoek waren naar deze trein. Ik vroeg het nogmaals aan een conducteur, die ons snel naar perron 11 stuurde. We moesten opschieten! Bij perron 11 stond echter een hele andere trein. Deze had niet onze bestemming en het leek in de verste verte niet op een semi-hogesnelheidstrein. Het bleek een lokale stoptrein. We renden weer naar een conducteur die ons in paniek naar perron 5 verwees. We renden als vier malloten naar dit perron toe, waar we... nog net de achterlichten van de trein zagen.. Weg.

Laaiend waren we. Kutitalianen! Hiervoor hadden we de dag ervoor anderhalf uur in de rij gestaan! En nu? Wat nu? Dezelfde conducteur keek ons boos aan en verweet ons dat we ook veel te laat op het station waren! NEE! Wij waren keurig op tijd! Ik sloot aan in een rij voor iets wat leek op internationale service. Na zo'n twintig minuten mocht ik bij de Italiaan in zijn hokje komen. Internationale service. You speak English? No! Right..... gelukkig hoefde ik de situatie niet echt uit te leggen want we waren zeker niet de eerste gedupeerden. Hij schreef op onze tickets dat wij in een latere trein mochten met een extra overstap in Brig. Met een paar fancy stempels erbij.

Die latere trein bleek de trein te zijn die ook het Amerikaanse meisje moest hebben. We kwamen haar weer tegen op het perron en gingen samen de trein in. Voor deze trein hadden we echter geen gereserveerde plaatsen. Het gevolg was dat we niet bij haar konden blijven en vervolgens nog twee keer van onze plek gestuurd werden door mensen die die stoelen gereserveerd hadden. Terwijl wij notabene ook goed betaald hadden voor een stoelreservering.. maar in een andere trein! Tegenover ons kwamen twee jongens zitten, waarvan later bleek dat zij hetzelfde probleem hadden gehad.

Milaan - Bern
De treinreis zelf was werkelijk prachtig en met stip de mooiste reguliere treinreis van de vakantie. Eerst reden we leen groot stuk parallel aan het Lagio Maggiore. Met een lichte nevel rond de eilandjes deed het bijna mythisch aan.


Eilandjes in Lagio Maggiore

Halverwege draait de trein het binnenland in om te beginnen aan de klim naar de Simplontunnel.


Overzichtkaart, bron: Wikipedia

De Simplontunnel bestaat uit twee buizen van ongeveer 20 kilometer lengte. De eerste tunnelbuis werd al in 1906 geopend. Hieraan werkten steeds ongeveer 3000 mensen, waarvan het voor 67 mensen hun laatste werkplek was. Ze overleefden het niet. De tweede buis werd in 1922 geopend. De tunnel werd vooral beroemd vanwege de Simplon-expres: een trein van Calais, via Parijs door de Simplontunnel naar Rome en Venetië. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog zijn in de tunnelbuizen flinke ladingen springstof aangebracht, zodat in een aanval de tunnel opgeblazen kon worden. Pas in 2001 werd dit verwijderd!

Na deze lange tunnel arriveerden we direct in Brig. Daar stapten we over op een Zwitserse InterCity. Wat een genot! Een luxe trein (groepszitjes met grote tafels) en bovenal een keurig omroepsysteem. In Duits, Italiaans, Frans en Engels wordt omgeroepen in welke trein je je bevindt en waar je heen gaat. Bij elk station wordt keurig vermeld welke overstappen er mogelijk zijn op welke perrons en hoe laat. Wat een contrast met die chaotische Italianen die nog te beroerd zijn om een klapbordje om te draaien! Vanzelfsprekend reed de trein ook keurig op tijd. Voor mij - als Zwitserlandfan - voelde het een beetje als thuiskomen. Een land waar alles gewoon tot in de puntjes goed geregeld is. Van Brig is het maar een klein stukje naar Visp en daar ga je weer 20 minuten het donker in: de Lötchberg-Basistunnel.

In tegenstelling tot de Simplontunnel is de Lötchberg-Basistunnel gloednieuw. Google Earth heeft er nog nooit van gehoord. De eerste tunnel is sinds eind 2007 in gebruik. De tweede tunnel is nog niet af. Kantelbaktreinen (treinen die in de bochten extra kunnen kantelen zodat richtlijnen voor passagierscomfort nog gehaald worden) kunnen er met een snelheid van 250 km/h doorheen razen, gewone treinen met 200 km/h. Zo zijn de 35 kilometers (de langste landtunnel ter wereld!) zo voorbij. De tunnel is overigens een vervanger voor de veel hoger gelegen oude tunnel. Vroeger moesten treinen nog een flink eind omhoog over steile hellingen en door scherpe bochten. Voor wintersporters is deze tunnel vooral bekend vanwege de lange wachtrijen voor de autotrein Kandersteg.

Na de Lötchberg-Basistunnel doemt al snel de Thunersee op. Een prachtig gebied tussen Bern en Interlaken.



De Thunersee, met in de verte eeuwige sneeuw!

De trein slingerde nog wat door tot in Bern. Ook hier zag alles er prima uit. We aten een broodje en gingen op zoek naar ons hostel. Deze lag volledig aan de andere kant van het centrum. Maar wel prachtig! In de bocht van de Aare in een oud Landhaus. We hadden er een 6-persoonskamer maar deze was opgedeeld in hokjes van 2. Zo had je alsnog gewoon je privacy en geen last van licht of geluid van anderen. Eigenlijk waren het zo gewoon 2-persoonskamers. We konden er ook gebruik maken van een zeer goed uitgeruste keuken. Het hostel was prijzig, maar ook weer keurig in orde.


Het hostel (het huisje rechts, aangesloten aan het grote hotel links)



De bocht in de Aare voor de deur.

Na wat gerust te hebben was het tijd om de stad in te gaan.

Bern

Bern is in veel opzichten een rare stad. Het is geenszins de grootste stad van Zwitserland. Zürich, Geneve en Basel hebben alledrie meer inwoners dan Bern. Officieel heeft Zwitserland dan ook geen hoofdstad. Bern is wel de Bondsstad, wat niets meer betekent dan dat de bondsregering er zetelt. Internationaal wordt Bern echter wel als de hoofdstad van Zwitserland aangezien. Qua geschiedenis is Bern een relatief saaie stad, net als het grootste deel van Zwitserland door de eeuwige neutraliteit. Waar ik in veel Oost-Europese steden kon uitweiden over de vele overheersers en de sporen die zij hadden achtergelaten, kan dat niet in Bern.

De stad dankt zijn naam aan de stichter. Het verhaal gaat dat deze de stad zou noemen naar het eerste dier dat hij zou schieten. Dat werd een beer (bär, mv: bärn). Beren zijn nu dan ook overal in de stad aanwezig. In de vlag, maar ook in vele kunstwerken en op monumenten. Alleen in de berenkuil zelf.. daar even niet.


Overal Beren. Zo ook op deze dam in de Aare.

In Bern is het altijd droog
Raar ook vanwege het zeer karakteristieke centrum, ook weer opgenomen in de werelderfgoedlijst van UNESCO. Het centrum is niet vergelijkbaar met welk ander centrum dan ook. Het wordt aan drie zijden begrensd door de rivier de Aare en de laatste zijde door een muur en een toren. Vooral het straatbeeld is echter uniek. Bijna alle straten zijn uitgerust met aan beide zijden een aaneenschakeling van winkelgalerijen uit de 16e eeuw. Met zo'n 6 kilometer één van de grootste winkel-arcaden van Europa. Einstein zou het zo bewoorden: "Het leuke van Bern is dat je zelfs wanneer het regent dat het giet, altijd droog naar de andere kant van de stad kunt lopen!". Onder de winkelgalerijen bevinden zich kelders. Via luiken deze bereikbaar. In de 16e eeuw werd hier de wijn die als belasting geïnd werd opgeslagen, nu huizen er vooral sierraadwinkeltjes en ateliers. In de hele stad lijken de voetgangers voorrang te hebben.



Boogconstructies langs alle straten, zodat je er altijd droog door de stad kunt lopen!

In de bocht van de Aare loopt het land relatief steil op. Op die manier zijn er op twee verschillende niveaus bruggen. Er zijn bruggen op straatniveau, enkele meters boven de Aare. Maar er lopen ook bruggen op grote hoogte vanaf het hoogste punt van het centrum naar de overkant.


Een lage brug, let ook op de vent op het koord vóór de brug

Een autobrug en spoorbrug op grote hoogte.

Op een plein (dat een jaar ervoor ongetwijfeld helemaal oranje was tijdens de EK!) dronken we een biertje. En omdat het toch Zwitserland was moesten we daarna wel kaasfonduën! Nadat we in het hostel nog weer wat uitgerust hadden gingen we een eindje langs de Aare lopen aan de niet-centrum kant. Al snel liepen we midden in een bos en toen de duisternis insloeg staken we dan toch maar over via een hoge brug naar het centrum. Daar zochten we nog een keer een terras op om uiteindelijk na een lange dag weer in het hostel in slaap te vallen. Morgen écht Bern verkennen.
Dag 15 - Bern

Bärengraben
In Bern was niet bijzonder veel te zien, dus we hadden vandaag de tijd. Bijna naast het hostel was de berenkuil. Al sinds de 15e eeuw hield Bern hier altijd een aantal beren in een betonnen bak als symbool voor de stad. Velen vonden het erg zielig voor de beren, die vaak zielig omhoog keken vanuit hun veel te kleine kuil. Het stadsbestuur is inmiddels gezwicht en is bezig met de aanleg van een groot park voor de dieren, waar ze vrij kunnen rondlopen. De laatste twee beren in de kuil zijn niet lang geleden overleden. In oktober 2009 is het park overigens met haar nieuwe bewoners geopend. Toen wij er waren was de kuil dus nog leeg.


De klim vanaf de Aare naar het centrum, vanuit het hostel

Einsteinhaus
Even verderop bevond zich het huis van één van de beroemdste personen van de 20e eeuw: Albert Einstein. In dit huis bedacht hij de relativiteitstheorie, die volgens veel gerenommeerde wetenschappers aan de bron staat van alle moderne wetenschap. Het museum werd beheerd door een oude vrouw. Nadat we bij haar een kaartje hadden gekocht konden we vrij het grootste deel van het huis doorlopen. Het huis was volledig gerestaureerd en in oude stijl ingericht. Het verhaal van Albert Einstein werd er verteld, er werden video's getoond en veel originele documenten en foto's tentoongesteld. Niet een plek om uren te blijven, wel erg leuk om eens geweest te zijn!


Het Einstein Haus

Zytglogge
Zwitsers en klokken. Ze lijken onafscheidelijk. Toen deze toren in de 13e eeuw gebouwd werd was hij onderdeel van de stadsmuur. De stad groeide al snel en er werd verderop een nieuwe stadsmuur gebouwd. De Zytglogge werd vanaf dat moment onderdeel van de tweede muur. Pas toen de muur nóg verder westelijk verplaatst werd verloor de toren die functie en werd het een vrouwengevangenis. Uiteindelijk werd het door het toevoegen van de astronomische klok een klokkentoren. Leuk om te weten: de klok moet elke dag met de hand opnieuw opgewonden worden. Daarvoor is er een speciaal beroep: de Zytgloggenrichter. Dit beroep wordt de laatste 25 jaar al door dezelfde persoon uitgeoefend: Markus Marti, een gepensioneerde man, die dit als zijn roeping had gevonden. Daarvoor moet hij de klok met een contragewicht van 400kg opwinden. Daarnaast zet hij de klok ook elke dag weer gelijk. Elk etmaal loopt de klok anders 6 seconden achter..


De zytglogge

Kindlifresserbrunnen
En dan... staat daar weer één van die vele fonteinen (er zijn er ruim 100 in het centrum) met een beeld erop waar je zo aan voorbij loopt. Tot je eens even goed kijkt! Dit beeld (ook weer uit de 16e eeuw) stelt namelijk een Oger voor, die baby's eet! Hij stopt er net één in zijn mond, waarvan de beentjes nog spartelen. Naast hem staat een zak met nog een verse voorraad naakte kinderen. Er zijn allerlei theorieën over de oorsprong van dit beeld, maar de meest waarschijnlijke is dat het simpelweg een sprookjesfiguur is om stoute kinderen bang te maken. Op zich een afschuwelijk beeld, maar in Bern kan het!


De kindereter

Bundeshaus
Aan de Zuidelijke oever ligt prachtig gelegen het Bundeshaus, ofwel het regeringsgebouw. Hier wordt in de eerste en tweede kamer vergaderd over belangrijke zaken als.. welke kant kiezen we deze keer in het conflict? Zullen we gewoon geen kant kiezen?! Op het grote plein voor het gebouw is sinds 2004 een grote fontein te vinden met 26 stralen, één voor elk kanton.



Het Bundeshaus. (Tweede foto van Wikipedia)

Alpinemuseum
We staken de Aare via de Kirchenfeldbrücke en kwamen zo aan bij het Historisch Museum en het Alpinemuseum. Het eerste was helaas gesloten, maar het tweede was wel open. Hier kon ik persoonlijk echt mijn hart ophalen. Een mooi museum, vol met maquettes van ruige bergachtige gebieden. Ik schrok ervan hoeveel bergen ik aan alleen de vorm kan benoemen. Van veel bergmassieven kan ik exact vertellen waar deze zich in Zwitserland bevinden. Veel informatie ook over het opmeten van en onderzoek naar bergen. Op de maquettes wees ik aan waar we morgen zouden staan, op de punt van de Jungraujoch - het hoogste spoorwegstation van Europa. Maar daarover vanzelfsprekend morgen meer.

Berner Münster
En zo was er eigenlijk nog maar één bezienswaardigheid over: de Berner Münster en het bijbehorende uitkijkplatform. De Münster is een gotische kathedraal en de grootste kathedraal van Zwitserland. In veel steden het middelpunt van de aandacht, in Bern een beetje weggestopt. Je kunt hem ook vaak niet zien omdat je op straat óf met een dak boven je hoofd loopt, óf de straat is te smal. De bouw startte in 1421. De toren was pas af in 1893. Maar ook in Zwitserland was doorgedrongen dat wij zouden komen, dus ook deze toren stond in de steigers. Naast de kathedraal ligt het Münsterplattform, een kerktuin. Vanaf hier heb je een prachtig uitzicht over de stad en de Aare.




De Münster en het uitzicht vanaf het Münsterplattform.

Een bijzondere stad, die in geen enkele zin te vergelijken is met zijn equivalent in Oostenrijk: Wenen. Tot slot nog wat andere plaatjes uit Bern die we tussendoor geschoten hebben, om het beeld van de stad compleet te maken.




Bern

We kochten in een supermarkt spullen om in de keuken onze eigen broodjes hamburger te bakken. Maar zelfs in de supermarkt betaalden we ons nog scheel. Na het eten zochten we weer een terrasje op in het centrum. We gingen echter niet te laat slapen, want we wilden de volgende morgen vroeg de trein naar Interlaken hebben. Vanaf daar stond de Jungfraujoch op de planning!
Dag 16 - Zermatt

De wekker ging vroeg. Het was nog rustig in de straten van Bern, toen we naar het station liepen. Het zou vandaag een lange en dure dag worden. Het plan was om met de trein naar Interlaken te gaan en daarvandaan via Grindelwald naar het hoogste spoorwegstation (3454 m.) van Europa: de Jungfraujoch. De trein vertrok keurig op tijd en bracht ons in een mum van tijd naar Interlaken.


Uitzicht over de Thunersee

In Interlaken moesten we kaartjes kopen, want onze Interrail abonnementen waren vanaf daar niet meer geldig. Op internet had ik al gezien dat dit 110 Zwitserse Frank per persoon kostte, wat gelijk stond aan zo'n 85 euro. Aan het loket werd ons echter verteld dat het 180 Frank was, zo'n 140 euro. Dat vonden wij toch wel een beetje teveel van het goede om even bovenop een berg te kijken. Treinen vol japanners gingen naar boven, wij bleven achter.

Razendsnel overwogen we onze alternatieven. Het plan werd Zermatt. We pakten de trein terug naar Spiez en moesten daar een tijdje wachten voordat de Intercity naar Visp kwam. We liepen daarom een eindje door dit stadje, tot aan de Thunersee. De zon was inmiddels gaan schijnen.




Spiez en de Thunersee

Terug op het station hebben we even getwijfeld om de stoptrein te nemen. Deze gaat niet door de Lötchberg-Basistunnel, maar hoog door de bergen. We hebben zelfs even in deze trein gezeten maar besloten hem toch niet te nemen vanwege de veel langere reistijd. We zoefden weer 20 minuten lang door de Lötchberg-Basistunnel en kwamen aan in Visp. Hier kochten we een retourtje Zermatt.

Vanaf Visp draait de trein het Mattertal in. Het dal splitst zich even verder in het dal naar Saas Fee en het dal naar Zermatt. Vanaf het punt dat de hellingen steiler werden schakelde de trein over op een tandrad. Op die manier kan hij veel sneller hoogte winnen, doordat hij niet terug kan zakken. Ook was het spoor veelal nog maar enkelspoor en moest er regelmatig op een dalende trein gewacht worden. Een schitterende reis. De eeuwige sneeuw aan de horizon kwam steeds dichterbij.








Visp-Zermatt

In Zermatt zelf was ik in een ver ver verleden wel eens geweest. Hoewel ik er weinig meer van wist herkende ik de sfeer meteen. Het dorp is autovrij en wordt ontsloten door paard-en-wagen en elektrische wagentjes. Deze wagentjes zijn nauwelijks hoorbaar wanneer ze aankomen en dus uitgerust met de meest idiote claxons. In winkelstraten zijn de bekende Zwitserse horloges en zakmessen te koop. Met de authentieke chalets kun je je bijna geen plek voorstellen die meer Zwitsers aandoet dan Zermatt. We aten een apfelstrüdel met vanille-eis in de winkelstraat.



Visp-Zermatt

Het dorp ligt op een hoogte van 1620 meter en is omringd door hoge bergen, waaronder Zwitserlands' hoogste berg: de Monta Rosa. Maar natuurlijk is er eigenlijk maar één berg waar het écht om draait: de Matterhorn. Deze is vanuit bijna het hele dorp en het hele skigebied goed te zien.


Matterhorn

Er gaat een spoorlijn omhoog vanuit Zermatt naar de Gornergrat. Wij kozen er echter voor om de gondelbanen naar de Klein Matterhorn te nemen. Hiervoor betaalden we alsnog 60 Frank, zo'n 45 euro. Prijzig, maar absoluut het geld waard! Het eerste deel van de driedelige reis naar boven bestond uit kleine gondels, het tweede en derde stuk uit een grote cabinelift. Na de eerste lift daalde de temperatuur, maar steeg het adrenaline-niveau. Het uitzicht werd mooier en mooier. Na de tweede lift stonden we al in de eerste eeuwige sneeuw.





Op naar de Klein Matterhorn

De derde lift is Europa's hoogste gondelbaan. Het bergstation bevindt zich op 3820 meter hoogte. Over de bouw van deze lift kun je op zich al een heel verslag schrijven. Eerst waren er vooral veel problemen met milieu bewegingen en de inwoners van Zermatt zelf, die de bouw wilden tegenhouden. Maar de bouw zelf was vanzelfsprekend ook niet niets. Op hoogtes ver boven de 3000 meter liggen de prestaties van de arbeiders op ongeveer 50% van die in het dal. Voor de bouw van het bergstation moesten helikopters af en aan vliegen met zakken vol vloeibaar beton in warm water met anti-vries! Of wat dacht je van het aanbrengen van de kabels? Deze moesten vanuit het dal omhoog gesleept worden. Dit alleen al duurde weken. De cabines zijn met helikopters ingevlogen naar de beide terminals. Maar het resultaat mag er wezen!

Vanaf het eindstation van de gondel gaat nog een gewone personenlift in de berg naar de echte top. En daar sta je dan op de Klein Matterhorn (3883 meter), ook wel Matterhorn Glacier Paradise, in de sneeuw! Een hele rare gewaarwording zo hartje zomer. 's Ochtends was de skilift open en konden wintersportliefhebbers hier hun hart ophalen. We kwamen dan ook behoorlijk wat mensen met ski's tegen.











Bovenop de Klein Matterhorn

Tot slot nog een Panorama:



In de Gletsjer bevindt zich daarbij nog een ijsgrot. Het wordt 's werelds hoogste ijsmuseum genoemd. Uitgehakt tussen de spleten van de gletsjer vind je hier mooie ijssculpturen.




Gletsjergrot

We werden geroepen om de laatste gondel naar beneden nog te halen. De weg naar beneden was niet minder mooi. Vanuit Zermatt nog één keer achterom naar de Matterhorn:


Nog één keer de Matterhorn!

We namen de trein naar beneden, aten wat in Visp en zoefden vervolgens in no-time terug naar Bern. Nadat we weer even uitgerust hadden in het hostel, liepen we weer het centrum in. Op een terras bleken twee Nederlandse jongens naast ons te zitten. We raakten aan de praat en ze bleken in Groningen te studeren. Omdat het bier zo duur was op het terras leek het ons een goed plan om in een supermarkt wat te halen en in hun appartement op te drinken. Alle supermarkten waren echter al gesloten en dus gingen we maar gewoon naar ons hostel en slapen. Een dag van extremen.

Morgen naar Basel!
Dag 17 - Bern > Basel

Voor de laatste keer de lange klim vanaf het hostel, door het centrum van Bern, naar het station. Het spoor tussen Bern en Basel is grotendeels een hogesnelheidslijn. Nergens in Zwitserland rijden de treinen sneller dan hier. Daarnaast is de lijn beroemd vanwege het gebruik van De 52 kilometer lange lijn van Mattstetten naar Rothrist werd in 2004 geopend en was één van de middelpunten van het Bahn2000-project.

Bahn2000
Bahn2000 was een zeer grootschalig spoorproject, dat een grote impact had op bijna het hele Zwitserse spoornetwerk. Doel van dit project was om de verbindingen tussen de belangrijkste steden een reistijd van een half uur of een veelvoud daarvan te maken. Op die manier konden alle treinen (intercity's én stoptreinen) even voor het hele of halve uur aankomen in elke stad, om op het hele of halve uur weer te vertrekken. Zo zijn alle overstappen ideaal. Een utopie-beeld voor elke treinreiziger.

Op sommige trajecten betekende dit dat treinen rustiger aan konden doen. Op andere trajecten moesten treinen sneller gaan rijden. Soms was dit op te lossen door kanteltreinen te gebruiken. Deze kunnen sneller door krappe bochten. Soms met een paar bochtafsnijdingen, maar soms moesten er ook hele nieuwe lijnen voor geopend worden, zoals van Bern naar Basel. Resultaten van dit imposante project:

* Reistijd Olten–Bern verkort van 40 minuten tot 26 minuten
* Reistijd Zürich–Bern verkort van 69 minuten tot 56 minuten
* Reistijd Basel–Bern verkort van 67 minuten tot 55 minuten
* Reistijd Luzern–Bern verkort van 81 minuten tot 60 minuten

Zoals te zien zijn de reistijden inderdaad 4 of 5 minuten korter dan een half uur of een uur. In Bern en Zürich vertrekken de treinen exact ieder heel uur. Zo weet je nog eens waar je aan toe bent! Bahn2000 is inmiddels afgerond en heeft in combinatie met de Noord-Zuid verbinding via de Lötchberg-Basistunnel het Zwitserse spoornetwerk een enorme impuls gegeven. Momenteel wordt een tweede fase voor Bahn2000 gepland, met nog meer aansluitingen op vaste tijden. Misschien eens in Nederland proberen?

Basel


Station Basel

Ons één-na-laatste hostel was vlakbij het station. Een YMCA hostel. YMCA ja. Ook wij dachten gelijk aan de foute hit van The Village People en het nog foutere dansje, maar het was een prima hostel. We konden wederom nog niet inchecken, maar wel onze spullen veilig achterlaten. Leuke van dit hostel was, dat onbeperkt gebruik van openbaar vervoer in Basel in de prijs inbegrepen was.

Basel ligt op het drielandenpunt, waar Duitsland, Zwitserland en Frankrijk bij elkaar komen. De geschiedenis gaat terug tot vóór de Romeinen. Daarna was de geschiedenis van Basel weer een wilde rit met verschillende overheersers. Er leek pas rust te komen toen Basel zich in 1501 aansloot bij de Zwitserse Federatie als het kanton Basel. Leuk detail: in 1833 liepen de gemoederen tussen de stad en het omliggende land zo hoog op dat stad en land zich afscheidden en als twee kantons verder gingen: Basel-Stadt en Basel-Land.

Deze stad was weer een heel andere stad dan Bern. Zakelijker, sneller. Waar in Bern het leven stil leek te staan, raasde dat in Basel door. Toch heeft de stad tegenwoordig een zee van ruimte, als je het vergelijkt met enkele jaren geleden. In Basel eindigden 3 snelwegen (uit Duitsland, Frankrijk en Zwitserland), die niet met elkaar verbonden waren. Al het verkeer moest door de stad de andere wegen bereiken. Tegenwoordig liggen er snelwegtunnels onder de stad door en hoeft de stad niet meer naar adem te happen.

Vanaf het station liepen we een eindje de stad in, richting de rivier. We kwamen eerst langs de St.Albantor. Dit is één van de drie overgebleven stadspoorten. Even verderop een waterrad, bij het Zwitsers papiermuseum.


De St. Albantor



Het papiermuseum

Bij de rivier aangekomen trokken we onze schoenen en sokken uit en bungelden heerlijk met onze voeten in het water van de Rijn. Even afkoelen.




De Rijn

Over de Rijn gingen veerpontjes heen en weer. Deze bootjes hebben geen motor, maar maken puur gebruik van de stroming van de rivier. Er is een kabel gespannen over de rivier, waaraan ze hangen. Door zich vervolgens diagonaal in de stroom te manoeuvreren zorgt de stroming van de rivier ervoor dat ze langs de kabel naar de overkant gaan. Helemaal klimaatneutraal!


Veerpontjes over de Rijn.

Het centrum van Basel was - in tegenstelling tot de wijken waar we eerder door gelopen waren - juist heel authentiek. Een typisch Zwitserse bouwstijl met af en toe vakwerk. Een leuke ongedwongen sfeer.

Wat verbindt de tweede stad van Zwitserland met de tweede stad van Nederland? Het antwoord is de grote hervormer, de theoloog, filosoof, humanist en schrijver van Lof der Zotheid (en dus niet de ontwerper van de Erasmusbrug, zoals 65% van de Rotterdammers schijnt te denken): Erasmus van Rotterdam. In Rotterdam geboren, in Basel gestorven. Zijn graf vinden we nog altijd in de Münster van Basel.

Münster van Basel
Waar de Münster in Bern redelijk weggestopt was, was deze in Basel wel de belangrijkste trekpleister. De Münster is gebouwd in de 11e tot 16e eeuw in vroeggotische stijl en uitgevoerd in rood zandsteen. We keken er al niet meer van op, maar één van de twee torens stond in de steigers. We liepen eerst een rondje door de kruisgang naast de kerk. Binnen kwamen we inderdaad het graf van Eramus tegen.





Beelden van de Münster. Laatste foto van internet (toen wij er waren stond deze in de steigers)

Aan de achterkant van de Münster lag ook hier een panoramaterras. Vanaf dit panoramaterras had je een prachtig uitzicht over de Rijn.


Panorama vanaf Münsterterrase

Centrum Basel

We liepen verder door de stad. Hieronder een sfeerimpressie.








Sfeerimpressie vanuit Basel

Op het Barfüsserplatz maakte ik nog een panorama.


Sfeerimpressie vanuit Basel

Vraag me niet hoe we het voor elkaar hebben gekregen, maar het bekende marktplein van Basel hebben we overgeslagen. We zijn er kennelijk in een grote ronde omheen gelopen. Jammer. Uitgedroogd van een lange warme wandeling dronken we wat op een terrasje. Nog steeds konden we niet wennen aan de Zwitserse prijzen ten opzichte van die van Oost-Europa. Op het terras trokken we het plan voor de rest van de dag. We hadden het centrum wel redelijk gezien. Beide waren we erg geïntrigeerd door de kinetische kunstwerken van Tinguely die we op meerdere plaatsen in de stad aantroffen.


Tinguely fontein

Tinguely Museum
We pakten de tram terug naar het hostel en checkten daar alvast in. We sliepen weer op een achtpersoonskamer. Nadat we een beetje opgefrist en afgekoeld waren liepen we naar de bushalte om de hoek. Daar pakten we de bus naar het Tinguely museum. Dit museum ligt op de Noordoever van de Rijn.

Jean Tinguely leefde van 1925 tot 1991. Hij was een schilder en kunstenaar en werd vooral bekend door zijn kinetische kunstwerken. Met behulp van een motor, geactiveerd door bezoekers, windkracht of waterkracht komen enorme kunstwerken in beweging. Kunstwerken, bestaande uit voornamelijk schrootmateriaal. Het zijn enorme machines, vaak zonder zinnig doel. Behalve dan de bezoeker entertainen met alle bewegingen, lichten en geluiden. Want geluiden zijn er zeker. Gewone gebruiksvoorwerpen, aangedreven via wielen en kettingen, zorgen soms voor een oorverdovend kabaal. Hortend, stotend en knarsend komt alles in beweging. De industriële revolutie in kunst.

Soms was er wel een doel. Zoals het "willekeurig" zetten van lijnen op een blank vel papier met behulp van een machine. Of het produceren van een compleet muziekstuk met behulp van vele instrumenten.

Alles beweegt. Voor Peter was het de uitdaging om de dynamiek van deze machines op foto vast te leggen. Om het effect duidelijk te maken heb ik ook wat filmpjes toegevoegd.









Tinguely machines







Filmpjes. Vreemd genoeg zijn er op Youtube meer filmpjes van de expositie in de Kunsthal in Rotterdam te vinden, dan van het museum in Basel.

Na het Tinguely museum pakten we de bus weer naar het centrum. Op het station haalden we eten. En nee, dat was geen Pizzahut of Burger King. In Zwitserland kun je namelijk vaak op stations en bij warenhuizen ontzettend goed eten betaalbaar halen. We haalden onder andere kippenpoten en aardappelgratin. In de gezamelijke ruimte van ons hostel aten we dit op.

Nadat we even gedouched hadden besloten we nog een eindje te gaan lopen. Er werd die avond een belangrijke voetbalwedstrijd gespeeld in Basel. Op het station wemelde het dan ook van de politie en supporters. We haalden een koffie bij de Starbucks en wilden die in het park op drinken. In het park hing echter een hele vervelende sfeer. Agressieve schreeuwende aangeschoten jongeren en een grimmige sfeer. Voor het eerst deze vakantie kregen we een gevoel zoals we dat alleen in Nederland kenden. We besloten dus de andere kant op te lopen en dronken in een ander park onze koffie op. Dit was wel weer een park waar mensen gewoon gezellig aan het badmintonnen en hardlopen waren.

We liepen ten zuiden de stad uit (we gingen de grens over tussen de kantons Basel-Stadt en Basel-Land). We liepen even lekker rustig buiten de stad tussen de wijngaarden.



Zonsondergang tussen de wijnvelden

Langs de dierentuin liepen we terug naar het centrum en dronken daar nog een biertje om onze Zwitserse Franken op te maken. Een lange dag, die 's ochtends in Bern was begonnen. Ik vond het erg leuk om eens een andere kant van Basel te zien dan wegwerkzaamheden en betonnen tunnels. Onze dagen in Zwitserland waren me in het geheel weer ontzettend goed bevallen. Ik kende het land voornamelijk in de winter, maar ook in de zomer had het zoveel moois te bieden. Mijn liefde voor dit land was zo mogelijk alleen nog maar groter geworden.

Morgenochtend met de TGV naar Parijs!
Dag 18 - Basel > Parijs

Vertrek Basel

Vandaag stond één van de langste treinreizen van de vakantie op het programma. Van Basel naar Parijs. Na een ontbijtje in het hostel liepen we naar het station. Het station van Basel is eigenlijk een beetje een raar station. Vroeger had je in Basel 3 stations. Eén aan de noordzijde voor de Duitse spoorwegen en twee aangrenzende stations in het zuiden voor de Zwitserse en Franse spoorwegen. Destijds ging je vanuit het Zwitserse station door de douane naar het Franse station, waarna je je officieel in Frankrijk bevond en vanaf waar de Franse treinen vertrokken. Anno 2009 is Zwitserland ook lid van het Verdrag van Schengen en stoppen de treinen gewoon op alle perrons. Onze TGV vertrok dan ook gewoon vanuit het Zwitserse deel.



Station Basel, met onze TGV

TGV
We hadden de kaartjes voor de TGV al in Nederland gekocht. De SNCF heeft een aantal speciale goedkope plekken in elke TGV voor studenten en interrailers. Wij betaalden voor deze reis dan ook nog geen 10 euro per persoon. Omdat het aantal plekken beperkt is wordt aangeraden deze vroeg van tevoren te reserveren. De kaartjes hadden we dus de hele vakantie mee gesleept. In de trein bleek het echter behoorlijk uitgestorven te zijn, dus konden we gewoon verplaatsen naar een vierzit met tafeltje om een kaartspel te spelen.

We reden Frankrijk in en vervolgden onze weg naar het noorden via Mulhouse en Strassbourg. Vanaf daar maakt de TGV een bocht naar het westen, om vervolgens via hogesnelheidsspoor naar Parijs te knallen. Deze lijn is pas enkele jaren open. In de toekomst wordt hij nog verder oostwaarts uitgebreid. Vanaf hier ging het landschap dan ook steeds sneller aan ons voorbij. Parijs kwam sneller en sneller dichterbij. Binnen no-time boemelden we dan ook alweer door de banlieu (voorsteden) van Parijs. We kwamen aan op Gare de l'Est.

Love & Peace Hostel
Parijs zou onze laatste stad van de vakantie worden. Maar we hadden hier de tijd. In totaal hadden we hier 2,5 dag te besteden. We hadden een hostel geboekt dat zichzelf het "Love & Peace Hostel" noemde. Dat klinkt hippy. Dat IS hippy. Er stond een duidelijke waarschuwing bij de beschrijving: als je wilde slapen moest je NIET naar dit hostel komen. Dit was een hostel om te feesten tot de late uurtjes. Beneden was een bar. Achter een smalle deur bevonden zich een steile wenteltrap naar de zes verdiepingen erboven. We hadden een vierpersoonskamer. Er was een douche op de kamer, maar deze bestond eigenlijk uit een soort nis in de muur met een douchekop erboven en een gordijntje ervoor. Bedden kraakten en de kamer leek niet bepaald schoon. Maar.. je kwam hier om te feesten en dat kwam ons niet slecht uit de laatste dagen van de vakantie.

De wijk waarin het hostel lag was verre van prettig. Het was een wijk waar je liever niet je portemonnee uit je zak haalde en al helemaal niet met je camera om je nek ging lopen. We vertrokken richting Montmartre en besloten al na een paar minuten dat we voortaan alleen met de metro van en naar ons hostel zouden gaan. Dat leek ons een stuk veiliger.

Montmartre
Montmartre is met 134 meter één van de hoogste heuvels in Parijs. Ten tijde van Napoleon III lag Montmartre buiten de stadsgrenzen, zodat daar geen belasting betaald hoefde te worden en de controle minimaal was. De heuvel werd als snel het decor voor het nuttigen van vele alcoholische dranken, feesten en vooral de vrijheid. Misschien was het dát wat artistiekelingen al zo vroeg naar deze heuvel trok. Het resultaat is een heuvel, versierd met smalle schilderachtige straatjes, vele kunstenaars en schilders en de prachtige Sacré Coeur op de top. Volgens velen was dit ook de plek waar het hedendaagse cabaret ontstond in Le Chat Noir, een theatercafé.

Van dat alles zagen we echter niets toen we aan kwamen lopen. De straten werden beheerst door malafide telefoonverkopers en louche kettingverkopers. Een onaangename sfeer, die niks met schilderachtig en artistiek te maken had. Gelukkig sloeg dat beeld om toen we wat verder de heuvel op geklommen waren. Daar openbaarde zich het ware Montmartre.

Het was bewolkt, maar wel warm. Met het zweet op de rug kwamen we dan toch aan bij de prachtige witte basiliek: de Sacré Coeur. De kerk werd gebouwd tussen 1875 en 1914, om de vele doden van de Frans-Duitse oorlog te herdenken. De kerk dankt zijn witte kleur aan het bouwmateriaal travertijn. Dit scheidt voortdurend calcium uit, zodat de Parijse smog er weinig vat op krijgt. We liepen er in de massa een rondje doorheen.


De Sacré Coeur

Vanaf de Sacré Coeur heb je daarnaast een prachtig uitzicht over Parijs. En daar was hij dan, voor het eerst: de Eiffeltoren.



Het uitzicht vanaf Montmartre

Even verderop ligt één van de beroemdste pleinen van Parijs. Het artistieke hart van de metropool. Op dit plein is het altijd druk. De eerste groep bestaat uit vele vele kunstenaars die hier prachtige portretten of geestige karikaturen tekenen van de tweede groep: toeristen. Wij behoorden tot de derde groep: toeristen die het allemaal prachtig vinden om te zien en vooral graag toekijken. Natuurlijk kun je er ook andere prachtige schilderijen kopen. Kijk ook zeker even op dit panorama om de gezellige sfeer te proeven.



Place du Tertre

We liepen nog een rondje door Montmartre. Langs de wijngaard, de watertoren, de begraafplaats en vooral de vele vele trappen.






Montmartre

Nadat we alle trappen weer afgedaald waren dronken we wat op een terrasje en gingen richting de Seine. Daarbij passeerden we uiteraard weer de nodige bijzondere bouwwerken. Het leuke van Parijs is dat je daarvoor eigenlijk helemaal geen route hoeft te plannen. Welke straat je ook in loopt, waar je ook heen kijkt, er staan imposante gebouwen. Waar je in veel steden ze moet zoeken, kun je in Parijs gewoon gaan lopen. En je ziet maar.

Het eerste waar we langs kwamen was de Église de la Sainte-Trinité. De kerk werd halverwege de 19e eeuw gebouwd, in opdracht van Baron Haussman, waarover later meer.


Église de la Sainte-Trinité

Even verderop kom je dan langs de beroemde Galeries Lafayette. Nee, geen historisch bouwwerk met een imposant verhaal, maar gewoon een warenhuis. Een warenhuis dat je in meer dan 60 franse steden terugvindt. Maar nergens zo uitbundig, zo bizar groot, als in Parijs. Prestigieus is een understatement. In het midden een enorme koepel en eronder een atrium dat alle tien de verdiepingen licht en ruimte geeft. De schoenenafdeling is er bij wijze van spreke net zo groot als onze grootste V&D. Als echte mannen zijn we er natuurlijk niet binnen geweest, zeker niet met de drukte die we buiten al zagen.



Galeries Lafayette. Beide foto's van internet.

En dan, weer een paar meter lopen: Opéra Garnier. Gebouwd in dezelde periode als de Église de la Sainte-Trinité en 's werelds grootste opera. Van binnen grotendeels bekleed met bladgoud, fresco's en veel marmer.


Opéra Garnier

Op het volgende plein ligt dan La Madeleine. Een kerk, die niet lijkt op een kerk, maar op een Romeinse tempel. Compleet met korintische zuilen en een timpaan. Napoleon had dit gebouw eigenlijk bedoeld als tempel, ter ere van de soldaten. Uiteindelijk heeft de Arc de Triomphe deze functie waargenomen en werd La Madeleine dus een kerk.


La Madeleine

Intermezzo: Baron Haussman
En dan zijn we nu aangekomen op Place de la Concorde. Een mooi punt waar ik u ga voorstellen aan Baron Haussman. Dit is het moment dat ik ga uitleggen waarom Parijs zulke prachtige lanen heeft en alles zo mooi uit komt. Welnu, dat was natuurlijk ooit helemaal anders. Het begon allemaal op Ile de la Cité. Dit was een belangrijk knooppunt in handelsroutes. De Romeinen besloten hier de stad Lutetia te stichten en breidden uit in zuidelijke richting. Daarvoor gebruikten ze de bekende structuur die je vaker in mijn verslagen bent tegengekomen: de Cardo en de Decumanus.


Cardo en Decumanus.

Hoewel er veel veranderd is in Parijs sinds Lutetia, zijn sommige Romeinse bouwwerken nog altijd terug te vinden. Zo ook de arena, verstopt tussen de flats. Sommige steden pronken met hun geschiedenis uit de oudheid. Parijs niet. Veel mensen weten niet eens dat er een arena in Parijs is. We zijn er zelf overigens ook niet geweest. Volgende keer!


Romeinse Arena.

Daarna groeide Parijs verder en verder. In de 17e eeuw werd de eerste brede laan aangelegd, vanuit het centrum naar het westen. Nu vooral bekend als de Champs Elysées of de Axe historique. De Axe historique begint bij het Louvre en vervolgt zijn weg via Place de la Concorde westelijk.

In de middeleeuwen was Parijs uitgegroeid tot het centrum van de gotiek, met een enorme bevolkingsdichtheid. Tegelijk werd het daardoor een makkelijke prooi voor ziekten en wel erg druk op straat. Ten tijde van Napoleon III werd dit een echt probleem. Hij wees daarom Baron Haussman aan om te stad opnieuw in te richten. Enerzijds was dit om de hygiëne te verbeteren, maar ook zeker voor militair transport en tegengaan van congestie. Er werd een plan gemaakt met grote boulevards dwars door de stad. Het ontwerp was zodanig gemaakt dat de boulevards elkaar op mooie punten kruisten. De boulevards werden vaak ruim 30 meter breed, een hele verademing ten opzichte van de oude steegjes van hooguit enkele meters breedte. De Axe historique werd steeds verder uitgebreid in westelijke richting. Het gezicht van Parijs zou nooit meer hetzelfde zijn.


Ingrepen Haussman.

Deze doorbraken hadden een enorme impact op de stad. Middeleeuwse gebieden werden volledig van de kaart geveegd om plaats te maken voor boulevards en grote imposante gebouwen. Van het oude Ile de la Cité bleef weinig over.


Ile de la Cité VOOR verbouwing


Ile de la Cité NA verbouwing.

Op andere plaatsen werden complete woonblokken doorsneden. Alle gebouwen die zich op het tracé van de nieuwe boulevard bevonden moesten wijken. Vaak ook gebouwen ver daarbuiten.


Avenue de l'Opera

Heel belangrijk in het plan was ook het aanbrengen van eenheid. De maximale hoogte van gebouwen werd verhoogd naar 20 meter, mits de straat breder was dan 20 meter. Daarbij moesten gebouwen niet meer individueel bekeken worden, maar als blok, omringd door straten. Er golden strenge richtlijnen voor de opbouw van gebouwen:

* Begane grond en souterrain met dikke, dragende muren;
* De tweede verdieping met een of twee balkons;
* Derde en vierde verdieping in dezelfde stijl, maar met minder uitgebreid metselwerk rond de ramen;
* Vijfde verdieping met een enkel, doorlopend, onversierd balkon;
* Schuine dakrand op 45 graden.

Op die manier werd ervoor gezorgd dat horizontale lijnen van het ene gebouw in het andere doorliepen en zo voor eenheid zorgden. Maar het plan van Haussman omhelsde nog veel meer dan alleen het platgooien van gebouwen. Tegelijk werd een ingenieus rioleringsstelsel gegraven, stations gebouwd en prachtige stadsparken aangelegd. De kwaliteit van het leven verhoogde in deze jaren enorm. Het historische centrum had plaatsgemaakt voor een leefbare stad, klaar om uit te groeien tot een enorme metropool.

Place de la Concorde
In 2009 ademt Parijs nog steeds Haussman. Grote boulevards maken Parijs Parijs. En daar stonden we, op Place de la Concorde. Hoewel dit plein aan de Axe historique er al vóór de herbouwing was, heeft de herbouwing ook hier in de directe omgeving grote invloed gehad. Dit grootste plein van Parijs ligt aan het einde van de tuinen van het Louvre. Nadat er in tweeënhalf jaar tijd 1119 executies werden voltrokken, werd een nieuwe invulling voor het plein gezocht. Uiteindelijk kwam één van de drie naalden van Cleopatra (uit 1250 voor Christus!) hiernaartoe. Het had twee jaar geduurd om deze in Parijs te krijgen en vervolgens drie jaar om hem overeind te krijgen. Op elke straathoek staat daarnaast een standbeeld dat één van de franse grote steden representeert. Nu is het toch vooral een verkeersplein. Zonder lijnen, zonder regels. Wie het meeste lef heeft heeft gaat voor.


Place de la Concorde

Louvre
Door de tuinen van het Louvre (die overigens ooit bij Palais des Tuileries hoorden) liepen we richting het oosten. We hadden niks tegen musea, maar het Louvre leek ons van binnen weinig interessant. Later hoorden we dat voor studenten de toegang gratis was. Jammer dat we dat niet wisten, anders hadden we de Mona Lisa toch wel even willen bekijken. Het Louvre is ooit ontstaan als Middeleeuws kasteel en later steeds verder uitgebreid. Nu is het één van 's werelds bekendste en grootste musea.






Louvre en omgeving

Inmiddels was het etenstijd en gingen we op zoek naar een restaurant in de gezellige wijk Saint-Michel. Smalle steegjes en leuke restaurantjes. Iets minder leuk zijn de "proppers" die je met "lekker lekker" proberen binnen te halen. We kozen dan ook een restaurant uit zonder agressieve verkoper en aten er heerlijk.

Na het eten gingen we met de metro terug naar het hostel. Daar dronken we in de bar beneden een paar biertjes. Toen de bar dicht ging namen we met een aantal anderen een taxi naar een café. Op straat spraken we twee Fransen aan, of zij wisten waar we heen konden gaan. Ze bleken uit Lyon te komen en ook geen idee te hebben. En zo zaten we uiteindelijk met twee onverstaanbare Schotten, een Canadese, een Wit-Rus en twee Fransen in een bruin café. Het werd een erg leuke avond. Veel gelachen en veel gedronken. Oh Parijs.
Dag 19 - Parijs
We hadden eigenlijk geen idee hoe laat het geworden was de avond ervoor. Maar de biertjes hadden er in elk geval wel goed in gehakt. We hadden beiden een flinke kater en besloten het in ieder geval 's ochtends maar even rustig aan te doen. Nadat we bij de Ed een ontbijtje hadden gehaald pakten we de metro naar Parijs' beroemdste landmark: de Eiffeltoren.

Eiffeltoren
Wat kan ik nog vertellen over dit monument? Iedereen kent het. Niemand kan zich Parijs zonder Eiffeltoren voorstellen. In elk Hollywood-verhaal dat zich in Parijs afspeelt heeft de hoofdpersoon vanuit zijn kamer zicht op de toren. Goed, in twee jaar gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1889. De eerste jaren vergald en verguisd. Wat een lelijk ding midden in de mooie stad. Schrijver Guy de Maupassant was een groot hater van de toren, maar at naar verluid wel elke dag zijn lunch op het tweede platform van de toren. Toen hem gevraagd werd waarom hij dat deed, antwoordde hij dat dit de enige plek in Parijs was waar hij dat gedrocht niet hoefde te zien.

Uiteindelijk bleef hij wat langer staan dan van te voren bedacht omdat hij toch wel handig was voor communicatie-doeleinden. Twintig jaar later was er geen sprake meer van dat de toren misschien gesloopt zou worden. De Parijzenaars hadden hem omarmd en hij was nu van hen. Tot 1930 zou het 's werelds hoogste bouwwerk blijven.

Hooguit elke zeven jaar moet de toren opnieuw geverfd worden om roesten te voorkomen. Er schijnt in het verleden geëxperimenteerd te zijn met verschillende kleuren, maar voorlopig blijft hij gewoon Eiffeltorenbruin.

De rij om de toren te beklimmen was gigantisch. In plaats van in deze rij te gaan staan, besloten we Tour Montparnasse te gaan beklimmen. Maar niet voordat we even heerlijk op een bankje onder de bomen de drukte aan ons voorbij lieten gaan en genoten van de rust, in de schaduw van de Eiffeltoren.




Eiffeltoren

We liepen richting Tour Montparnasse met een omweg langs Hôtel des Invalides. Eigenlijk een soort bejaardentehuis voor gewonde en oude soldaten in de 17e eeuw. Het was een stad op zich, met eigen regels, een eigen ziekenhuis en een eigen kerk. Tegenwoordig bevinden zich hier verschillende musea, en de graven van Napoleon en zijn familie.


Hôtel des Invalides

Tot zover had ik in Parijs niets nieuws gezien. Ik was overal al eens eerder geweest. Waar ik echter nog nooit geweest was, was bovenop Tour Montparnasse.

Tour Montparnasse
Tour Montparnasse was met 210 meter tot voor kort de hoogste wolkenkrabber van Frankrijk, opgeleverd in 1974. Veel mensen willen graag bovenop de Eiffeltoren staan. Natuurlijk heb je daar ook een prachtig uitzicht. Maar in tegenstelling tot Guy de Maupassant vind ik de Eiffeltoren juist écht bij een panorama over Parijs passen. Voor Tour Montparnasse was de wachtrij een stuk korter en het uitzicht niet minder indrukwekkend.



Tour Montparnasse

En inderdaad. Eenmaal boven bleek het uitzicht fenomenaal. Een prachtig zicht op Parijs en haar boulevards. Het valt op hoe groots het Louvre wel niet is, maar ook hoe nietig de mensen in deze wereldstad. Centre Pompidou, de Notre Dame, de Sacré Coeur, La Defense, de Arc de Triomphe. Nadat we alles van achter glas bekeken hadden bleek dat er gewoon een trap naar het dakterras ging. En dát maakte dit uitzicht toch nog net wat indrukwekkender dan dat van de fernsehturm in Berlijn, waarvan het panoramaplatform zich slechts enkele meters lager bevindt.





Uitzicht vanaf Tour Montparnasse

Hier schoot ik ook een 360-graden panorama van Parijs. Zeker even aanklikken en groot bekijken!

Panorama Parijs

Na dit voor mij nieuwe zicht op Parijs besloten we naar een ander gebied te gaan waar ik nog nooit geweest was: La Defense. We daalden weer naar straatniveau en zochten daar de metro op. De reis naar La Defense omvatte alle aspecten van de Parijse ondergrondse: eerst het grote station Gare Montparnasse, vervolgens de metro naar 's werelds grootste metrostation Châtelet – Les Halles en tot slot de RER naar La Defense.

Intermezzo: Metro

Een wirwar van netwerken onder de grond.

In het voorgaande intermezzo heb ik de doorbraken van Baron Hausmann behandeld. Niet minder interessant is dat wat zich onder de grond allemaal afspeelt. Meer dan 5,5 miljoen mensen maken dagelijks gebruik van de metro. Waar in Londen de treinen onder de grond werden gestopt, waren het in Parijs de trams die onder de grond gingen rijden. In 1900 werd de eerste lijn geopend, waarna het bizar snel ging. In 1920 was de kern van het netwerk al compleet. In de jaren '30 werden de lijnen nog wat naar de randsteden uitgebreid. Daarna bleef het 64 jaar - tot 1998 - stil. Toen werd lijn 14 geopend, een volledig automatische lijn! Geen bestuurder. Bijnaam: Metéor.

Toch is er in de tussentijd wel degelijk uitgebreid. Het ging daarbij echter om de RER lijnen. RER lijnen gaan veel verder naar de buitenwijken en kennen een veel grotere stopafstand. Op die manier wordt het metronetwerk ontlast en kunnen meer mensen de stad bereiken. De lijnen zijn vergelijkbaar met de S-Bahnen in Duitsland en in zekere zin met RandstadRail in Nederland.

Een extreem geval van spaghetti is Châtelet – Les Halles. Vijf metrolijnen en drie RER-lijnen komen hier samen. Eigenlijk zijn dit twee samengevoegde stations. Châtelet is voornamelijk het metro knooppunt en Les Halles het RER-knooppunt. Lijn 4 heeft zelfs station Châtelet en een station Les Halles, zó groot is dit complex.


Châtelet – Les Halles. Klik voor groter

La Défense
La Défense is hét zakencentrum van Parijs. Veel grote franse bedrijven en multinationals hebben hier hun hoofdkantoor. Wat heb je daar dan als toerist te zoeken zul je zeggen? Wel, heel veel! Naast de beroemde Grande Arche vind je hier ook schitterende hoogbouw en grote winkelcentra. Onder het gebied ligt, naast een metrolijn en RER-lijn, ook een snelweg. Vanzelfsprekend ook meerdere parkeergarages. La Défense ligt ook weer in het verlengde van de Axe Historique. De Grande Arche staat dan ook precies in lijn met de Arc de Triomphe, Place de la Concorde en het Louvre. Maar er is ook een tweede as te ontdekken. Vanaf de Grande Arche staat zo Tour Montparnasse precies achter de Eiffeltoren.

De Grande Arche is een 20e eeuwse variant op de Arc de Triomphe en is vrijwel kubusvormig. Het beeldt de vier dimensies in drie dimensies uit. Het leuke ervan is dat de grote vorm van de Arc ook terugkomt op veel andere punten, zoals het gevelmateriaal. Naast een bijzonder landmark is het ook gewoon een kantoorgebouw. Er werken zo'n 4000 mensen.









La Défense

We bleven nog een tijdje zitten met onze voeten in het water van Le Basin de Takis. Daarna aten we in een winkelcentrum de smerigste pizza die ik ooit gegeten heb. Gortdroog. De zon begon te zakken, dus namen we de RER terug naar de Arc de Triomphe.

Arc de Triomphe
Ook hier hoef ik verder weinig aan uit te leggen. De bekendste triomfboog ter wereld. Sinds de Eerste Wereldoorlog ligt hier ook het lichaam van de onbekende soldaat. Twaalf lanen komen hier samen, waarvan 7 met dank aan Baron Haussman. De gevels van de gebouwen op de hoeken zijn identiek, zodat ook hier weer de bekende eenheid ontstaat.

Kaartjes waren voor Europese studenten gratis. Het was een flinke klim op de wenteltrap, maar het uitzicht meer dan waard. We bleven er tot de zon volledig achter de horizon verdwenen was. Voor mij persoonlijk was dit één van de mooiste momenten van de vakantie. Het zich op die miljoenenstad, de verkeersstromen, de mensen. En het uitzicht verraste me des te meer. De Arc lijkt nog hoger wanneer je erop staat. Eigenlijk is het uitzicht zoals je dat bijvoorbeeld vanaf de Arc hebt op de Sacré Coeur zoveel mooier dan dat vanaf Tour Montparnasse. Je staat veel dichter bij de stad. Op 200 meter voelt het toch meer als Google Earth. De ondergaande zon achter de Grande Arche maakte het plaatje helemaal af.









Zonsondergang in Parijs, vanaf de Arc de Triopmhe

We gingen terug naar het hostel. In de bar dronken we nog wat, maar maakten het niet meer zo gek als de avond ervoor. We gingen op tijd slapen. Morgen de laatste volle dag van de vakantie.
Dag 20 - Parijs
Maria-Hemelvaart. De dag waarop Rooms-katholieken herdenken dat Maria in de hemel werd opgenomen. En ja, een hoop Fransen zijn toevallig Rooms-katholiek. Een feestdag dus, deze laatste volle dag van onze vakantie. We pakten de RER naar Denfert-Rochereau, het metrostation waar de ingang van dit 300 km lange gangenstelsel te vinden was. In een deel van deze gangen bevinden zich naar verluid de botten en schedels van 6 miljoen Parijzenaars. Ze zijn in deze oude kalksteengroeven geplaatst, omdat de kerkhoven overvol waren. Voor toeristen is 1,7 km van dit enorme gangenstelsels toegankelijk. Maar niet vandaag, niet op Maria-Hemelvaart. Op de deur vonden we een briefje dat het vandaag gesloten was. Erg jammer, want we hadden allebei deze lugubere ondergrondse wereld graag gezien. Om toch een indruk te geven van wat er daar beneden te vinden moet zijn heb ik een foto van Wikipedia toegevoegd:


Catacombes. Foto van Wikipedia

Jardin du Luxembourg
Na deze domper pakten we de RER terug naar Jardin du Luxembourg, één van de populairste parken van Parijs en het decor van Les Miserables. Een stadspark zoals een stadspark moet zijn: een moment van rust en stilte, midden in de stedelijke dynamiek. Het park is aangelegd rond het Palais du Luxembourg, waar ooit Napoleon woonde, de Franse senaat zetelde en zelfs ten tijde van de duitse bezetting het hoofdkwartier van de Franse Luftwaffe gevestigd was. In het hierboven gegeven panorama vanaf Tour Montparnasse zie je Jardin du Luxembourg helemaal links.


Jardin & Palais du Luxembourg

Panthéon
Vanuit dit park krijg je al snel een blik op het Panthéon, zoals dat alleen in Parijs kan (dank u Haussmann!). Het Panthéon werd in eerste instantie gebouwd als kerk, maar is nu vooral bekend als de begraafplaats van de "Grand Hommes", de grote namen in de Franse geschiedenis.



Panthéon

Overweldigend is de enorme koepel. Aan die koepel is de eerste slinger van Foucault bevestigd. Deze slinger bewijst de draaiing van de aarde om haar as, zonder astronomische waarnemingen. Het idee is namelijk dat de slinger zonder externe invloed steeds een beetje van richting verandert. Daarvoor had Foucault in 1851 de vloer van het Panthéon met zand bedekt. Steeds als de slinger door het middelpunt kwam maakte hij hierin een streepje. Elk uur draaide dit streepje met ongeveer 11 graden. Dit experiment is sinds die tijd talloze keren herhaald. Op veel universiteiten en in musea hangt een slinger van Foucault. In het Panthéon slingert nu een replica van het originele experiment.


De slinger van Foucault

Maar dat waar het écht om draait ligt onder het Panthéon. In deze gewelven liggen een hoop grote Franse wetenschappers, filosofen en machthebbers. Denk aan Voltaire, Rousseau, Victor Hugo, Émile Zola, Jean Moulin, Marie Sklodowska-Curie, Louis Braille, Jean Jaurès en Soufflot, de architect zelf. Van een aantal van deze "Grand Hommes" is overigens alleen de as van het hart aanwezig. Opvallend was dat er nog plek genoeg was om de komende eeuwen de prominente Fransen te blijven bijzetten. Ook was hier nog een korte expositie over het Panthéon zelf. Er was veel informatie over de slechte constructie zelf. In het verleden waren al regelmatig grote brokken naar beneden gevallen en delen afgesloten omdat de stabiliteit niet gegarandeerd kon worden. Een aparte beslissing, om hierover te berichten. Meestal zul je in gebouwen zelf alleen aantreffen hoe groots en sterk ze wel niet zijn. Van Fransen zou je zeker niets anders verwachten. Toch werd hier vooral de zwakte benadrukt.



De gewelven met de Grand Hommes

Sorbonne
Sorbonne is een Middeleeuwse universiteit en daardoor te vergelijken met de universiteiten van bijvoorbeeld Bologna, Cambrigde en Oxford. De geschiedenis van Sorbonne is echter een roerige. Misschien wel het belangrijkst was Sorbonne als decor van de studentenrellen van mei 1968. Studenten waren in opstand gekomen tegen de bureaucratische bemoeienis. Ze waren het zat om op een autoritaire manier voorgeschreven te krijgen hoe ze wel en niet moesten leven. Ze wilden zeggenschap in bestuurlijke organisaties. Het waren eigenlijk de eerste échte grote protesten van de babyboom-generatie. In deze turbulente tijden vonden in heel Europa vergelijkbare opstanden plaats (denk aan de Praagse Lente). Sorbonne werd bezet. Het geweld en de onrust verspreidden zich over het hele land. Zo'n tien miljoen arbeiders gingen in staking. Tot uiteindelijk Charles de Gaulle zijn parlement ontbond en nieuwe verkiezingen uitschreef. De hele regering stond overigens op het randje van de afgrond. Uiteindelijk overleefde deze het wel en kwam Charles de Gaulle alleen maar sterker uit de verkiezingen.

Nu, anno 2009, is Sorbonne vooral een imposant universiteitsgebouw.





Sorbonne, laatste foto van internet.

Notre Dame en het Point zéro des routes de France
Na een broodje gegeten te hebben, kwamen we aan bij de Seine en het oudste stukje Parijs: Île de la Cité. Voor het eerst stonden we voor de beroemde Notre Dame. Maar daarin waren we niet de enige! Op het plein stond er een enorme rij om de kerk binnen te gaan. Wij voelden niet de behoefte om de zinderende hitte te trotseren in de rij en namen genoegen met een rondje eromheen lopen.



Notre Dame.

Vóór de Notre Dame ligt het "Point zéro des routes de France". Dit is het punt waarvandaan de afstanden naar andere Franse steden gemeten worden. In de verste uithoeken van Frankrijk wordt altijd aangegeven welke kant Parijs op ligt. Wanneer daar een aantal kilometers bij staat, dan is dat tot dit punt.


Point zéro des routes de France, bron: Flickr

Hier hadden we een uur later met mijn zus en vriend afgesproken, die ook in Parijs waren. In het nog te vullen uur liepen we nog verder naar de rechter rivieroever, naar Centre (Georges) Pompidou.

Centres Georges Pompidou
Centre Pompidou is een museum voor moderne kunst. De grap van dit gebouw is dat het als het ware binnenste buiten is gekeerd. Zoveel mogelijk leidingwerk bevindt zich in een wirwar aan de buitengevel van het gebouw. De kleur van de leiding geeft de functie aan. Groen is voor riolering, blauw voor ventilatie, geel voor elektrische installaties en rood voor verplaatsingselementen voor bezoekers (trappenhuizen, roltrappen en liften). Jammergenoeg zijn in de laatste jaren deze kleurcodes verloren gegaan en worden veel leidingen simpelweg wit geverfd. We gingen er nog even naar binnen, maar door onze afspraak hadden we te weinig tijd om daadwerkelijk een tentoonstelling te bezoeken.





Centre Pompidou.

Voor het museum bevond zich nog een vijver. En wie kwamen we daar weer tegen? Tinguely!



Tinguely kunstwerken in de vijver.

Les Halles
Eerder heb ik het al gehad over het enorme metrostation dat hier onder de grond ligt. Maar ook boven de grond is Les Halles een bijzonder fenomeen. Traditioneel was dit dé marktplaats van Parijs, waar al het verse voedsel naartoe gebracht werd. In de jaren '70 is hier dit enorme winkelcomplex gebouwd, dat zich voornamelijk onder de grond bevindt. Het ontwerp is omstreden en er wordt de laatste jaren steeds meer gespeculeerd over een verbouwing van het complex. Omdat het een Franse feestdag was, was Les Halles gesloten.




Les Halles.

We liepen terug naar het water, langs het Plage de Paris.



LSeine met Plage de Paris.

Bij de Notre Dame ontmoetten we inderdaad mijn zus. We dronken wat op een terras in St. Michel en liepen uiteindelijk terug naar Sorbonne om daar een pizza te eten. Het werd een gezellige middag en avond. Nadat we afscheid hadden genomen namen we de metro naar Montmartre. Op de trappen van de Sacré Coeur overdachten we nog eenmaal deze fantastische vakantie.
Slot deel 2
Om ons heen de vele andere toeristen die hier Parijs op zich in lieten werken. Een prachtig uitzicht, een ondergaande zon. Slimme handelaren probeerden ons koud bier te verkopen en een band vulde het muzikale spectrum. Na de pracht en praal, armoede en heftige geschiedenis van Oost-Europa hadden we nu ook West-Europa achter ons. De hectiek in Italië tegenover de Zwitserse precisie. De broeierige hitte in dynamische steden tegenover de serene rust en frisse berglucht in de Alpen. Het tandradbaantje dat ons naar Zermatt bracht tegenover de TGV die ons in no-time naar Parijs reed. En daarover keken we nu uit. Ver weg van Berlijn, waar het allemaal begon.

Duizenden kilometers spoor hadden we versleten. Tientallen treinen. Eén boot. Tientallen metro's. Eén vliegtuig. Tien hostels. Eén Interrail-abonnement. Ontzettend veel mensen ontmoet, nog veel meer indrukken. Veel geleerd over de geschiedenis van Europa. Over bewindslieden, oorlogen en steden. Over de verschillen binnen Europa, maar ook over de overeenkomsten. Over cultuur, al is het maar de hostelcultuur. De één uitbundig en artistiek, de ander klein en gezellig. Maar ook de eet- en drinkcultuur. We hadden kroegen en restaurants gezien in heel Europa, met de lokale dranken en etenswaren. Europa vanuit alle perspectieven. Pleinen, kerken, rivieren en vergezichten. Kwaliteit en kwantiteit.

Een reis die ik iedereen kan aanraden. Zoek van tevoren even goed uit naar welke steden je ongeveer wilt en laat je daar verrassen. Laat je meenemen door de stad. Kom tot rust in de trein.

Graag wil ik nog alle volgers van het verslag bedanken. Voor de derde keer motiveerden jullie mij om door te gaan en te blijven schrijven. Een half jaar lang. Ik struinde het internet af op zoek naar informatie over de bezochte plaatsen en vulde dit aan met Peter zijn prachtige foto's en onze eigen ervaringen. Tijdens de reis ervoeren we namelijk de indrukken, maar veelal leerden we pas thuis de leuke feiten. Tezamen een vakantie om nooit te vergeten. Drie fantastische weken!
Dag 21 - Parijs > Rotterdam
We namen de volgende ochtend de RER naar vliegveld Charles de Gaulle. Daar stapten we op de TGV, die ons wederom met een noodgang naar Brussel bracht. Vanaf Brussel boemelden we met de NS-trein naar Roosendaal, waar we op NS-bussen konden overstappen naar Zwijndrecht. De hele vakantie hadden we nergens uitvallende treinen gehad, maar in Nederland moesten we met de bus. Vanaf Zwijndrecht met de sneltrein naar het voor ons meer dan bekende Rotterdam Centraal. Het begin en het eind van onze reis.

Home. Sweet Home. Want hoe ver en mooi een reis ook is, het blijft ook heerlijk om thuis te komen.

Niek.