logo
Inleiding
Het was in de koude winterdagen van 2007 toen de eerste plannen werden gesmeed voor een onvergetelijke vakantie. Het motto zou worden: 's ochtends niet weten waar je 's avonds slapen zal. Op de bonnevooi naar het zuiden met de auto van mams. Een cabrio dus dat zou prachtig worden. De tijd vorderde en de eerste voorbereidingen werden getroffen. Een spindle van 25 cd's werd langzaam maar zeker beschreven met funky muziek. En dan, een week voor vertrek, begint het echte werk. Inschrijven bij de ANWB en met een heel volwassen gevoel (een anwb pas in je portemonnee) de winkel verlaten. De tent opzetten om te kijken of alles compleet en heel is en natuurlijk de laatste vakantie inkopen doen. Zaterdagavond arriveert reisgenoot Marc met al zijn spullen hier in Krimpen en zondagochtend klaar voor vertrek. Waarheen? Bestemming onbekend. Het zuiden.
Dag 1: Rotterdam - Orleans
Bliep bliep bliep.. de wekker. Half zeven de wekker want we wilden uiterlijk om een uur of acht wegrijden. Even snel opfrissen, met veel moeite een broodje naar binnen werken, het hele huis nog een keer dubbelchecken, de wc's schoonmaken, koelkast leeghalen.. zit de deur wel op slot? Auto strak ingepakt want erg veel ruimte was er in de 206CC niet. Nog een laatste blik op de kaart en weg waren we. Het zonnetje scheen en we reden onze vakantie tegemoet. Zondagochtend vanzelfsprekend weinig drukte op de weg en dus konden we lekker doorknallen tot grensovergang Hazeldonk. Daar wat file en werd ik plotseling behoorlijk duizelig achter het stuur op de snelweg. Vooral schrikken want hoe moet dat de rest van de vakantie als ik na een uurtje rijden duizelig wordt? Gelukkig ging het over en konden we lekker doorrijden. Eenmaal over de grens merk je aan alles dat je in Belgie zit. Het wegdek heeft meer weg van een maanlandschap dan van asfalt, auto's rijden als malloten en de bewegwijzering lijkt door een blonde belg in elkaar geflanst. Toch zonder problemen langs Antwerpen richting Gent en Lille. Tu es foutututututu! La France! Dwars door de graanvelden van Noord-Frankrijk naar Parijs alwaar ons een hel te wachten stond. We gingen niet via de binnenste ringweg Peripherique, niet via de buitenste ringweg Francelienne maar ergens tussendoor. Werden steeds van snelweg naar snelweg geslingerd en daar sta je dan in een stilstaande file wetend dat je een baan naar rechts moet waar het verkeer met 130 km/h langs knalt of juist met 130 ineens een stilstaande file in. Drama alom maar gelukkig wel in één keer goed gereden. Na al dat gedoe had ik het snel gehad en lag Orleans mooi op de route als eerste kampeerplaats.

Orleans

De camping lag gedeeltelijk op een eiland in de Loiret, een zijtak van de Loire. Onze tent stond schitterend met zowel links als rechts binnen 3 meter een stroom van de rivier met een houten picknicktafel voor de deur. Overigens was dit gelijk de goedkoopste camping waar we gestaan hebben. Voor 11 euro nogwat waren we welkom.



De tent stond tussen twee riviertjes

's Avonds is er voor de tent natuurlijk weinig te doen en na een dag rijden hadden we wel zin om even een terrasje te pakken in Orleans. Terwijl Thunder in my heart uit de boxen knalde reden we naar de stad om daar tot de teleurstellende conclusie te komen dat op zondagavond de hele stad uitgestorven is. Achteraf wist ik dat wel want ik was er eerder op zondagavond geweest. Toch Jeanne d'Arc op haar paard zien zitten, de Notredame op de foto geklikt en een Orangina (et sa pulpe!) op een terrasje langs de Loire gedronken.


De Loire in Orleans

Terug op de camping was het inmidels een uur of negen en na douchen was het hoog tijd om de tent in te kruipen na een lange dag en nog een lange dag te gaan.
Dag 2: Orleans - Palavas
De nacht was fris en nat. Bij het ochtendgloren werd de hemel nog altijd gevuld met dikke regendruppels. Weinig andere opties dan de tent drijfnat inpakken en vol met modder in een zak in de auto gooien. Eindelijk klaar om te vertrekken zitten we droog in de auto, krijg ik het contact niet gedraaid. Gelukkig bleek het om stuurslot te gaan wat ik nog nooit eerder in de auto had gehad. Even draaien aan het stuur en off we go! Verder naar het zuiden. We hadden onszelf geen doel gesteld dus gewoon gaan met die banaan! Eerste stuk bestond uit hoosbuien. Keiharde regen, lichte aquaplaining. Drijfnat wegdek, geen zicht door een continu waterval op de voorruit. Gelukkig klaarde het na een uurtje op en konden we goed doorblazen naar het zuiden. We zouden langs twee civiele kunstwerken komen waar we als echte Civielers natuurlijk niet zomaar voorbij konden rijden. Viaduc de Garabit en Viaduc de Millau.



Viaduc de Garabit
Ooit was dit een ongekend spoorweg viaduct. Ontworpen door Eiffel (jawel.. van de Eiffeltoren) ging het in 1885 open als het grootste en hoogste viaduct van zijn tijd. We maakten er een stop en natuurlijk wat foto's van..


Viaduc de Garabit

Viaduc de Milau
Een brug van een heel ander kaliber vinden we zo'n 100 km zuidelijker. Deze is nog geen 3 jaar open en een imposant stukje civiele techniek. Een beetje Discovery Channel kijker heeft hem al regelmatig langs zien komen bij programma's als Extreme Engineering. De grootste pijler is hoger dan de Eiffeltoren. Al jaren zat er een groot gat in de A75 bij Millau. Verkeer moest de snelweg af en haarspelden naar het dorp en weer omhoog haarspelden. Sinds drie jaar is deze op één-na-hoogste brug ter wereld af en zoef je in notime langs Millau. Toevallig knalde the final countdown uit de speakers toen we over de brug reden wat het geheel nog een spectaculairder effect gaf. Ik was er al is eerder overheen geweest maar om zelf het stuur vast te houden is toch ook een unieke ervaring.


Viaduc de Millau


Millau

Palavas
Wat na Millau volgde was één van de mooiste stukken snelweg van de vakantie. Helaas is het vanuit de auto lastig fotograferen. We daalden verder af naar Montpellier, alwaar we een boodschap haalden en een camping opzochten langs de kust. Er lagen drie campings op een rij. Bij kampeerders bekend als circuscampings of kermiscampings. Gelukkig hadden we nog de meest fatsoenlijke van de drie uitgekozen. 's Avonds nog even naar Palavas geweest. Het dorp wordt gedomineerd door een verbouwde watertoren die meer wegheeft van een geland ruimteschip. Staat totaal niet en doet de stad geen goed (links op de eerste foto hierna). Het dorp lijkt zijn hoogtij dagen al lang voorbij en de vissersschepen in het centrum van het dorp geven meer stankoverlast dan een gezellig effect. Op het strand wat gedronken (alcoholvrij natuurlijk.. de bob blijft nuchter).


Palavas met links de verbouwde watertoren en rechts de haven


Op het strand van Palavas. Je gelooft het of niet, maar daarachter is inderdaad een stoeltjeslift over de haven!

Terug op de camping na een kaartspelletje en een paar biertjes de tent in gekropen. Vervolgens in slaap vallen op je luchtbedje met van links "from paris to berlin", van rechts alleen een beat en van voor "life is life". Welterusten.
Dag 3: Omgeving Palavas
Sete en Cap d'Agde
Dinsdag was de eerste echte "kustdag" en besloten we de boel eens te gaan verkennen in de omgeving. Globaal hadden we de oostelijke richting al in ons hoofd om de vakantie voort te zetten dus tijd om de afslag naar het westen te nemen. Over prachtige wegen tussen moerassen, meren en dorpjes reden we richting Sete. Marc zijn bijbel (een vakantiegids met info over heel frankrijk) vertelde dat we in Sete hongerige zeelui zouden vinden op zoek naar eten. Dus met in ons hoofd tientallen kapitein Haddocks met pijpen en T-Bone steaks liepen we het dorp in. Kapitein Haddock hebben we niet gevonden en de door meren ingesloten stad had ook weinig bijzonders. Toch leuk om even doorheen te lopen.

Terug in de auto nog verder westelijk richting Cap d'Agde. Wederom reden we over een langgerekte dijk tussen de zee en een meer. Veel campers en strandgangers. Agde zelf zijn we niet ingeweest maar we hebben wel een berg beklommen om van het uitzicht te genieten. We meenden de Pyreneeën te zien liggen, die ik eerder vanuit die regio had gezien.


Uitzicht vanaf berg nabij Cap d'Agde

Wat volgde was een dwaalrit naar Beziers. We reden steeds verkeerd omdat we persé vanaf de westkant de stad in wilden rijden en de borden nu eenmaal de snelste weg aangeven. Na vele 180's uiteindelijk toch vanaf de oostkant de stad in gereden en zelfs daar nog fout gereden. Toch na veel moeite het sluizencomplex aan de westkant van de stad weten te bereiken.

Beziers (Écluses de Fonserannes)
Eerst wat algemene ontwikkeling.. In de 17e eeuw wilden de Fransen een shortcut hebben tussen de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan want dat rondvaren rond Gibraltar was een reis van weken. Daarom werd onder andere Leonardo da Vinci naar Frankrijk gehaald om de haalbaarheid van een dergelijk kanaal te bekijken. Grootste dilemma was hoe het kanaal overal genoeg water zou krijgen. Enige optie leek daarbij gebruik van sluizen.. véél sluizen! Tegenwoordig wordt het kanaal vooral voor pleziervaart gebruikt en is herkenbaar aan kilometerslange rijen Platanen. Goed, bij Beziers komt het Canal du Midi dus aan bij de Middellandse Zee en moet het laatste echte hoogteverschil overwonnen worden. Dat is gedaan door negen sluizen op rij te bouwen. Als schipper moet je wel even geduld hebben om ze te passeren en niet bang zijn voor je privacy want de sluizen zijn een ware attractie. Ook de scheepslift die parallel aan de sluizen is gebouwd lijkt aardig in onbruik geraakt..



Les neuf écluses de Fonserannes

Beziers (centre)
Vanaf de sluizen zagen we het centrum met de kathedraal van Beziers liggen. We besloten ernaartoe te gaan lopen wat toch nog wel een flinke wandeling bleek te zijn. De stijle hellingen waren bebouwd met smalle steegjes. Het centrum zelf leek vooral een chaos van kleine éénrichtingsverkeer straatjes te zijn. Bij de kathedraal aangekomen nog even van het uitzicht genoten en een Orangina (et sa pulpe!) op een terrasje gedronken. Een wederom vermoeiende wandeling terug naar de auto volgde..


Beziers (Geen eigen foto, geleend van internet. Toch had ik hem zelf kunnen nemen want we hebben op dezelfde plek gestaan)

Terug in Palavas
Over de autoroute terug naar Montpellier en de camping. Deze rit was nog aardig lang en we verbaasden ons over de grote afstand die we kennelijk via wegen binnendoor hadden afgelegd. Na het eten nog even naar het strand van Palavas geweest om daar van de zonsondergang te genieten.




De volgende dag zouden we onze auto weer inpakken en Palavas achter ons laten.
Dag 4: Palavas - Les Saintes Maries de la mer


Les Saintes Maries de la mer
Vandaag een relatief rustige dag. 's Ochtends in Palavas de boel ingepakt en via Grau du Roi en Aigues Mortes naar het oosten getrokken. Daarbij hadden we deze keer wel een bestemming in ons hoofd: Stes Maries de la mer. Een dorp waar ik al vaker een deel van mijn vakantie had doorgebracht en waar ik dus ook een mooie camping wist langs het strand en de monding van de Petit Rhone (één van de 2 takken van de Rhone die zich splitst bij Arles).


Geinstalleerd op de camping


Les Stes Maries vanaf de camping (links van het hek)

Stes Maries de la mer staat bekend als "de hoofdstad" van de Camargue. Over dit moerasgebied in het verslag van onze rondrit van morgen meer informatie. Volgens de legende zijn rond het jaar 40 vanuit Jeruzalem met een bootje 8 mensen vetrokken om het evangelie te verkondigen. Na een tocht over de Middellandse Zee zouden Maria Magdalena, Maria Salome en dienares Sara hier aangekomen zijn. Een oplettelende lezer herkent hier de "heilige Maria's van de zee". Nog ieder jaar komen zigeuners uit heel Europa naar dit dorp om hun heiligen (en dan vooral dienares Sara) te eren. Ieder jaar worden de beelden van deze drie heiligen uit de kerk gedragen en naar de zee gebracht.


De kerk van Les Stes Maries

Rond de kerk zijn veel smalle steegjes die in de zomer vol van vakantiegangers zijn. Vooral 's avonds lijkt er geen doorkomen aan in dit historische dorp. Toch is er absoluut geen sprake van massatoerisme. Geen gebouw is er hoger dan drie verdiepingen en de skyline van het dorp wordt nog echt gedomineerd door de kerk.

Zoals gezegd een rustige dag. 's Middags na het opzetten van de tent het zwembad in gedoken. Vervolgens een rondje door het dorp gelopen. Stes Maries lijkt het hele jaar door het decor van stierenvechten. Altijd hangen er aanplakbiljetten (tot in Arles aan toe!) voor de stierenvechten in de arena op de boulevard. Na het eten nog even een wandeling langs de monding van de Petit Rhone en over het strand.



De avond valt over de stranden van Stes Maries.
Dag 5: De Camargue

Camargue
De Camargue. Zoals eerder gezegd was ik er al eens geweest maar het blijft een heel apart stukje Frankrijk. De Rhone splitst zich dus bij Arles en tussen de twee takken ligt de Camargue, vrijwel geheel een beschermd natuurgebied met veel bijzondere diersoorten. Je vindt er grote meren en veel moerassen. Toeristen kunnen met "safari's" het gebied verkennen. Je zult er veel wilde stieren, witte paarden en flamingo's tegenkomen. Safari's kunnen gemaakt worden met een jeep, te paard of in één van de rondvaartboten vanuit Stes Maries. Toch is de camargue ook bekend vanwege de rijstbouw en zoutwinning. Historisch gezien kun je de Camargue met Nederland vergelijken. De geschiedenis wordt beheerst door overstromingen en een continu veranderend landschap. Pas eind 19e eeuw kreeg men het water enigzins onder controle zodat gewassen verbouwd konden worden. Tot slot heeft de Camargue ook een totaal eigen architectuur. Huizen zijn veelal wit met een rieten dak. Opgesomd is de Camargue dus eigenlijk een soort eiland (sommigen noemen het echt zo omdat het door twee rivieren en de zee wordt omsloten) in Frankrijk.



We vertrokken in noordelijke richting vanuit Stes Maries, een andere optie is er niet. Het dak van de cabrio stond open en dus brandde de zon lekker op onze bolletjes. Nadat we de afslag van de hoofdweg hadden genomen reden we pas echt door het natuurreservaat van de Camargue. We stopten een paar keer om uit te kijken over de moerassen en het ondiepe water vol flamingo's.


Flamingo's in de Camargue

We vervolgden onze route na het Etang de Vaccares weer zuidelijk. Daarbij kwamen we langs een zoutwinning waar we de auto weer parkeerden. Er was een winkeltje waar mooie zoutkristallen werden verkocht voor veel te veel geld. Eigenlijk liep je overal op een laag zout. Alsof je op warme sneeuw loopt. Soms kraakt het onder je schoenen maar meestal keihard. Even een stukje afbreken om 's avonds om over je ei'tje te strooien was er nauwelijks bij. In het zout lag ook een meertje met vanzelfsprekend ontzettend zout water. Een heel groot uitgestrekt gebied met grote bergen van zout, een hele maffe ervaring.



Zoutwinning in de Camargue

We reden nog verder zuidelijk naar de zee over een dijk tussen wederom meren en de zee. Waar het door kwam wisten we niet maar het water had daar allerlei vreemde kleuren. Hele meren waren roze gekleurd.


Roze water

Aangekomen bij de zee bleek de compleet uitgestorven weg plotseling te leiden naar een drukbezocht strand, alwaar de strandwacht lekker aan het barbecuen was en het strand verwende met een heerlijke lucht. Na het strand reden we terug naar Arles. Wederom had ik het idee dat ik in een auto commercial reed: Met open dak door een prachtig landschap en een stoer muziekje op.

Arlès
Arlès - de poort van de Camargue - is een oude stad met een aantal Romeinse bouwwerken. Het was zelfs de tweede hoofdstad na Rome ten tijde van het Romeinse Rijk. Toch worden de Romeinse bouwwerken niet echt als een big deal beschouwd in de stad. Veel trotser zijn ze op onze eigen Vincent van Gogh. Een Zuid-Franse stad vol met Hollands glorie. Vincent heeft een tijd in Arlès gewoond en daar zijn ze maar wat blij mee. Elke winkel heeft wel een aantal souveniers met een schilderij'tje. Na een McFlurry eens even gaan kijken naar wat die rare jongens 2000 jaar geleden gebouwd hadden. Eerst langs het Amfitheater dat tegenover onze parkeergarage lag.. Daar werd die avond een concert gegeven en dus was het gesloten voor publiek. Tussen de hekken door toch nog een kiekje weten te maken maar voor een mooi plaatje moet je toch echt een ansichtkaartje kopen in de stad.


Amfitheater in Arlès

Een halve straat verder staat een imposanter bouwwerk. Een Romeinse arena. Ook deze was niet direct toegankelijk voor publiek maar je kunt er wel mooi een rondje omheen lopen. Idioot dat het niet echt een enorm toeristisch geheel is. Tja.. zal wel komen doordat er meer steden in Zuid-Frankrijk zijn met oude arena's.


Arena in Arlès

Nog een halve straat verder even in de schaduw op een uitzichtpunt bijkomen van de hitte. Prachtig uitzicht. De Mont-Ventoux aan de horizon. Vervolgens nog even een lange wandeling langs de Rhone gemaakt. Allebei een petje gekocht voor de zon. Terug in de auto zijn we Arlès nog maar net uit of Marc besluit even rechtop te gaan zitten in de cabrio en kon achteruit zwaaien naar zijn petje. Hilariteit van mijn kant natuurlijk, maar ja onvermijdelijk zou mijn beurt nog wel komen...

Terug in Stes Maries na het eten nog even op het strand een paar biertjes gedronken bij ondergaande zon.



Het strand van Stes Maries met zonsondergang

De volgende dag zouden we onze spullen weer inpakken en verder gaan toeren. Camargue.. check!
Dag 6: Aix en Provence & Six-Fours
Nog eenmaal keken we achterom en Camargue, au revoir! We lieten een uniek stukje Frankrijk achter ons dat nog altijd een speciaal plekje bij mij heeft. Even snelheid maken op de snelweg en eenmaal een eindje op weg de tolweg omzeilen door binnendoor naar Aix te rijden. Een mooie weg waar we zeker geen spijt van hadden. Het weer was wederom schitterend en ook dag 6 leidde ons weer naar plaatsen waar we nog nooit geweest waren.

Aix en Provence
Aix en Provence. Zoals de naam al doet vermoeden ligt Aix -jawel- in de Provence. Met de auto reden we al over de laan op onderstaande foto (Cours Mirabeau) en viel het ons op dat het vooral een moderne en groene stad is met brede lanen. De auto geparkeerd en een muur van hitte kwam op ons af. Voor zover ik me kan herinneren heb ik het hier het warmst van de hele vakantie gehad. Dan is het water van zo'n fontein ineens heerlijk koud om even je armen en gezicht mee nat te maken.


De Cours Mirabeau in Aix

Aan het eind van de Cours Mirabeau (echt een beetje de Champs-Élysées van Aix zegmaar ligt een gloednieuw stadscentrum. Iets wat ik eigenlijk nog nooit in Frankrijk was tegengekomen. Een mooi winkelcentrum met de bekende winkels als Zara en C&A. Maar natuurlijk heeft Aix ook een oud centrum. De sfeer in de stad beviel ons goed. Overal in de stad vind je pleintjes met fonteinen en volle groene bomen. Eigenlijk loop je continu van pleintje naar pleintje. In het oude centurm vanzelfsprekend wel smalle steegjes. De zoektoch terug naar de auto leek een oneindig doolhof. Kriskras door Aix heen om na een half uur lopen weer op dezelfde plek uit te komen. Gelukkig doemde de Cours Mirabeau op en konden we ons weer oriënteren.


Nieuw centrum in Aix

Route de Aubagne
Na Aix reden we via Aubagne naar Toulon aan de kust. Geen foto's helaas maar het was een schitterende bergweg. Een aantal aardige haarspeldbochten maar vooral schitterende vergezichten vanuit de auto. Even in the middle of nowhere boodschappen doen en verder richting Toulon. Aangekomen bij de kust van Bandol troffen we een mooie Boulevard met veel palmen. Campings waren echter onbetaalbaar en dus zochten we verder. Uiteindelijk op een niet al te dure maar zeker niet goedkope camping gekomen in Six-Fours.

Six-Fours

Six-Fours is een randgemeente van Toulon. In mijn hele leven heb ik nog nooit zo lang bij een receptie moeten wachten voordat de campingmedewerker had uitgezocht of er een plek vrij was. Duurde eeuwig. De camping was redelijk vlak maar lag tegen een berg op. 's Avonds besloten we om naar het strand te wandelen (verwend als we waren op Stes Maries) maar dat bleek te hoog gegrepen. Onderweg kwamen we nog onderstaande situatie tegen. Let op het allerbovenste bord: Waar moeten we precies heen voor La Seyne sur Mer? Oh twee meter rechtdoor!


Duidelijke bewegwijzering daar in Toulon!

Na ongeveer een uur lopen zijn we omgekeerd en weer naar de camping teruggegaan. Daar was inmiddels het "disco-zwemmen" begonnen. Bob Sinclar knalt over het zwembad terwijl jongeren (natuurlijk in ballenknijpers, het blijft Frankrijk) het record idioot in het water duiken vestigen. En het bleef nog lang onrustig op de camping..


Gestructureerde tafelindeling 's avonds op de camping
Dag 7: Toulon & Le Lavandou
Six-Fours, een camping die we het liefst zo snel mogelijk weer vergeten. De helft van de plek bestond uit een betonnen plaat en de plek werd begrensd door twee mobile homes. Het enige positieve aan deze camping leken de pannenkoeken van de avond ervoor. Inpakken en wegwezen dus.

Van de camping af eerst nog even een klein stukje teruggereden naar waar we vandaan kwamen. Ergens stonden bordjes naar een toeristisch punt dus wij zetten de auto neer. Na een boswandeling bereikten we de top van een berg, van waar we een prachtig uitzicht hadden. Donkere grijze wolken doemden op aan de horizon wat maar op één ding kon duiden: bosbrand. De zon brandde weer eens en dus vluchtten we snel weer de auto in. We reden nog een rondje langs de kustdorpen en vervolgens op richting Toulon.

Toulon
We parkeerden de auto aan de rand van de stad en gingen te voet naar het centrum. De stad viel ons tegen na de mooie steden die we al gezien hadden. Een grote (tevens militaire) haven verraadt al enigzins dat dit een werkstad is. Natuurlijk wel met een paar mooie gebouwen maar verder weinig poespas. De bende van een groentemarkt wordt met hoge druk weggespoeld.



Toulon

Veel leuker dan Toulon zelf was Mont Faron. Een grote berg aan de rand van de stad. Met een éénrichtingsweg beklommen we de berg met de auto. De motortemperatuur liep een beetje op, maar het uitzicht was fantastisch. Zo'n hoge berg in een stad. Boven bleek er zelfs een kabelbaan omhoog te gaan en een dierentuin te zijn. Bovendien was er een soort legermuseum en diverse leger attributen die vast ooit een belangrijke functie in de regio hadden.


De Mont Faron, een foto van internet. Wij stonden er bovenop in plaats van erachter.


Een zeer smalle weg leidde ons naar de top


En op die top bleek het de moeite méér dan waard

En ik had het er al eerder over.. het petjes avontuur. Hier was het dat halverwege de steile helling naar beneden mijn pet van de achterbank de buitenlucht op zocht. Ik wens hem nog een mooi leven halverwege Mont Faron. Boodschappen gedaan in Hyères, zeker de mooiste supermarkt waar we geweest waren. In de supermarkt verbaasden wij ons over een meisje dat er oerhollands uit zag maar wij maar niet op hollands praten konden betrappen. Vele kilometers bij de supermarkt vandaan stonden we plots weer naast haar bij een verkeerslicht en inderdaad.. een Nederlands kenteken.

Le Lavandou

In Bormes les Mimosas waren volgens het campingboekje talloze campings te vinden en ongelofelijk maar waar, zelfs nog een aantal betaalbare. Spijtig genoeg bleken de echt betaalbare campings allemaal vol te zitten. Een dwaalrit langs verschillende campings volgde tot we uiteindelijk plotseling voor de poort stonden van de eerste camping waar we naar op zoek gegaan waren maar we niet hadden kunnen vinden. De camping lag eigenlijk meer in kustdorp "Le Lavandou" dan in Bormes. Daar was plaats en daar stonden we dan, naast het toiletgebouw. Handig als je naar de wc moest: buiten hing een urinoir dus je hoefde je gesprek niet te staken.


Camping in Le Lavandou

Toen de avond viel besloten we naar het strand te gaan lopen. Maar na het debacle van de avond ervoor besloten we hier al vlak na de camping terug te gaan en de auto te pakken. Het was de moeite waard: Le Lavandou was een ontzettend leuk dorp. Het leek ons dat wat Salou voor Nederlanders is, Le Lavandou voor Franse jongeren is. Veel franse jongeren, opgedirkt om te gaan stappen. Met een zak churros in onze hand sjokten we over de Boulevard langs alle karikaturenschilders, kettingverkopers en snoepkraampjes.


Een visser heeft de zon gevangen



Le Lavandou bij nacht

's Avonds na een rosé'tje bij de tent onze bedden in gekropen na een lange dag.
Dag 8: Strand in Le Lavandou
Zondag. Voor dit verslag een doodsaaie dag. Zondag lagen we namelijk lekker op het strand te bakken. We waren éven helemaal weg.. Onder de franse zon vielen we in slaap op het strand en werden we beiden wakker met aardig rode beentjes. Na het eten nog even het dorp in gelopen omdat we ook wat foto's bij zonlicht van dit leuke dorp wilden hebben.




Le Lavandou bij daglicht

Maar of we nu wilden of niet, de avond viel ook die avond weer over Le Lavandou. Voor ons voor de laatste keer, morgen vertrekken we weer met goede herinneringen.



Le Lavandou op onze laatste avond daar

Terug bij de tent de rosé opgemaakt en met brandende benen weer de slaapzak in.
Dag 9: St. Tropez & Callas
Le Lavandou lieten we 's ochtends achter ons. Een heel drama want de camping was onze koelelementen kwijt geraakt. Uiteindelijk kregen we blokken van iemand anders die in die vriezer lagen mee en wisten we eigenlijk wel vrij zeker dat onze koelementen het zelfde lot hadden ondergaan. Op het programma stond vandaag St. Tropez en dan een camping zoeken een eindje verderop. Twee wegen konden ons naar St. Tropez brengen. We kozen voor de meest doorgaande weg, richting het binnenland.

St. Tropez
File. Veel file. In Marc zijn bijbel stond al dat autorijden en parkeren in St. Tropez een hel is in de zomer. Dat hebben we geweten. Vanuit de file al uitzicht op de gigantische jachten die in de baai ronddobberden.

Een korte geschiedenisles dan maar weer.. St. Tropez is heel lang onbekend gebleven vanwege de ongunstige ligging. Het is eigenlijk het enige dorp aan de Franse zuidkust geörienteerd op het noorden. Dorpen met mooie stranden op het zuiden groeiden uit tot massale badplaatsen, St. Tropez niet. Het dorp heeft daardoor nog een enorme charme behouden. In de oorlog zijn veel panden langs het water gesneuveld tijdens operatie Dragoon (de geallieerde invasie van Zuid-Frankrijk), waarbij St. Tropez als centraal punt gold. Na de oorlog zijn deze panden weer in oude staat hersteld. Pas in de jaren 50 wordt St. Tropez ontdekt door de 'high sociëty' als Brigitte Bardot ernaartoe verhuist. Veel bekende en minder bekende, maar vooral stinkrijke mensen vieren hun vakantie in St. Tropez. Om maar een voorbeeld te noemen: toen wij er waren was ook Tara Reid in de franse badplaats aanwezig. Hadden we dat maar geweten.. haha.

Met het idee dat we het toppunt van decadentie tegemoet gingen parkeerden we de auto. Daar maakten we alvast even een kiekje van het dorp vanaf een berg.


St. Tropez. Let ook even op die zeilmast die helemaal links midden uit het dorp steekt.

Tegen al onze verwachtingen in bleek St. Tropez een bijzonder leuk dorp te zijn! Geen dikke boulevard met een flanerende upper upper class maar kleine strandjes, gescheiden door huizen. En om van strand naar strand te gaan moest je vaak door een tunneltje. We waren aardig geschokt dat we zo'n verkeerd beeld hadden van dit dorp.


De kustlijn van St. Tropez - kleine rustige strandjes

Maar natuurlijk wás die glamour wel degelijk aanwezig in de wereldberoemde haven. Een groter contrast kun je je bijna niet indenken. De allerduurste jachten ter wereld liggen in de haven van St. Tropez. De eigenaren betalen vele duizenden euro's om één nachtje in de haven te liggen terwijl de dames tien keer het liggeld uitgeven aan kleding en sierraden in het schilderachtige St. Tropez.


Enorme cruise schepen vullen de kleine haven van St. Tropez.

Na een wandeling en een vooroordeel minder stapten we weer in de auto. En wederom kilometers stilstaand blik voor ons op de weg. We namen een afslag en besloten over een zeer smal weggetje de route af te snijden. En dat hebben we geweten. Zeer smalle bergweggetjes door dorpjes die 500 jaar stil lijken te hebben gestaan in de tijd. Een prachtige weg. Opschieten deed het nog steeds niet, maar alles beter dan de file. Eenmaal op de hoofdweg werd het landschap roder en roder. We passeerden Le Muy en reden naar Callas.

Callas

Wederom zo'n dorpje uit de middeleeuwen maar met een mooie en vooral goedkope camping. Een sympathieke Fransman (zou het wel écht een Fransman geweest zijn?) begeleidde ons naar onze plek, adviseerde hoe we het beste konden staan en gaf ons nog een stapel folders over de omgeving.


Camping in Callas. Zoek de schaduw!

Een leuk dorp was niet in de directe omgeving dus bleven we vanavond bij de tent. De avond was hier in het binnenland op enige hoogte toch wel een stuk koeler dan aan de kust. Lange broek, voor het eerst.
Dag 10: Gorges du Verdon
De tiende dag van de vakantie. Een dag met veel foto's. Vandaag stond namelijk de grootste kloof van Frankrijk op het programma. Om een uur of acht werden we de tent uit gebrand. De zon brandde, schaduw was er niet en dus ging de wekker om 8 uur. Eerste instinctieve reactie na het wakker worden: ERUIT! En dus waren we ook deze dag weer redelijk bij tijds klaar met ontbijten. Na in Draguignan getankt te hebben op naar de Gorges du Verdon. We volgden de bordjes en kwamen daardoor eigenlijk aan de onhandige kant van de kloof uit. Dus dat werd een lange rit..



Gorges du Verdon
De Gorges du Verdon is de grootste kloof van Europa. 25 Kilometer lang heeft de Verdon gigantische rotswanden (hoger dan 700 meter!) uitgesleten. Opvallend is dat deze kloof eind negentiende eeuw nog niet eens 'ontdekt' was. Volgens Marc zijn bijbel wisten alleen lokale bewoners ervan af, maar erdoorheen was tot 1905 nog niemand geweest. Nu, honderd jaar later is dat heel anders. Langs beide zijden ligt een schitterende route om te rijden, speciaal aangelegd voor toeristische doeleinden. Aan de zuidkant is dat de "Corniche Sublime".

De Verdon mondt uit in een stuwmeer, dat in 1975 aangelegd is. Wij kwamen aan de kant van het stuwmeer aan en bij de klim omhoog naar de Corniche Sublime kregen we een schitterend uitzicht op het meer.


Lac Sainte-Croix


Vanaf hetzelfde punt, maar dan aan de andere kant

En dan rijd je met open dak over de Corniche Sublime. Een prachtige weg met adembenemende dieptes. Je zet de auto neer en loopt voorzichtig naar de rand. Op 2 meter van de rand begint de diepte al te duizelen en durf je eigenlijk niet verder. Op de knieën kruip je nog iets verder naar de rand en dan gaapt ineens een gat van 700 meter. Niet te beschrijven en al helemaal niet te fotograferen. Ik heb mijn best gedaan maar uit de foto's komt de diepte niet goed.







Corniche Sublime

Grappig om te zien dat je overal dezelfde mensen tegenkomt. Je rijdt allemaal dezelfde route met hetzelfde doel. Dus bij elke parkeerplaats kom je weer dezelfde mensen tegen. De terugweg hadden we nog een smalle weg kunnen kiezen die bekend stond als de mooiste weg met heel veel tunnels en bruggen. Maar mijn hoofd werkte niet mee en het liep al tegen het eind van de middag dus we namen de doorgaande route.

Bij de afdaling kwamen we weer bij het stuwmeer. We hebben de auto nog even bij het stuwmeer neergezet en hebben daar nog even liggen zonnen. Even rust na de toch wel inspannende autorit over de Corniche Sublime.


Wederom het Lax Sainte-Croix

Op de terugweg zijn we nog een berg opgereden (de hoeveelste inmiddels al wel niet?!) om weer is naar het uitzicht te kijken over Draguignan. Prachtig uitzicht, beetje nevelig. In de verte zagen we Fréjus liggen aan de kust. Deze plaats stond voor morgen op het programma. Het uitzicht vanaf de berg doet een beetje denken aan de verpakking van homeopatische geneesmiddelen.


Wederom het Lax Sainte-Croix

Vermoeid streken we weer neer op de camping. Geen zin om booschappen te doen, geen zin om te koken. Dus haalden we op de camping een pizza. In de 'pizzeria' vlogen vliegen en we grapten erover dat die in de pizza zouden zitten. Een vieze zweterige fransman gaf ons onze pizza's en we gingen terug naar onze plek op de camping. De pizza's waren heerlijk. Maar dan, als de pizza's bijna op zijn.. Marc pakt zijn laatste stuk pizza en ziet er iets uitsteken. Het lijkt.. op een vleugel! Voorzichtig trekt hij het eruit en een complete vlieg komt te voorschijn met ogen en al!


Specialiteit: Vlieg in tomatensaus

Bah. Laat de rest van die pizza maar zitten! Geen pizza meer op de camping. Dat dit tot een groot pizza-trauma zou leiden had niemand kunnen vermoeden. De rest van de vakantie gaf elke pizzalucht ons nog een rilling. 's Avonds weer bij de tent gebleven, weer de lange broek aan.
Dag 11: Frejus
Op de eerste dag van augustus werden wij vanzelfsprekend weer uit onze tent gebrand. Vandaag gingen we naar Fréjus en zouden daar nog even het strand en verkoeling in de zee opzoeken.



We reden een bochtige weg door de bossen. Zeer mooi maar na een half uur exact dezelfde bochten en bomen begint het toch te vervelen. We namen daarbij niet de snelste weg maar een weg die ons mooi leek. We reden over een dammetje dwars door een meer heen en vervolgens weer de bergen in. Plotseling schoot tussen de bomen vandaan een hert de weg over enkele tientallen meters voor de auto. Vertederend. De berg af reden we in het wiel van twee wielrenners die net zo hard reden als ik. Pas helemaal beneden waar weer een klim zat voor de renners reed ik ze voorbij.

Barrage de Malpasset
We volgden de bordjes naar een toeristisch punt zonder zeker te weten wat het was. Marc had wel iets in zijn bijbel gelezen over een stuwdam maar we wisten niet dat dat hier was. Barrage de Malpasset is een voorbeeldje voor civielers hoe het dus vooral NIET moet.

In 1952 begon de bouw aan deze stuwdam die in twee richtingen gekromd was. Twee jaar later was de dam af en kon hij de omgeving van drink- en irrigatiewater voorzien. Na amper vijf jaar functioneren gebeurde op 2 december 1959 om 21.13 een grote ramp. De meest waarschijnlijke oorzaak is dat tijdens de bouw van de snelweg een eindje verderop het gebruik van dynamiet ervoor had gezorgd dat er rotsen in het water vielen. Hierdoor werd de waterdruk zo hoog dat de dam bezweek. Het gevolg was een vloedgolf van 40 meter hoog die met 70 km/h richting Fréjus raasde. 20 Minuten later bereikte de vloedgolf (nog steeds 3 meter hoog) Fréjus alwaar 421 mensen de dood vonden door deze ramp. De hele westelijke kant van de stad stond onder water en daardoor zijn veel Romeinse bouwwerken verloren gegaan. Nog altijd ligt het dal vol met grote betonblokken uit de dam. Waarschijnlijk te zwaar of te duur om op te ruimen. Zeer indrukwekkend.


Een plaatje gevonden op internet. De dam vóór en ná de ramp


De barrage anno 2007


Grote betonblokken liggen nog altijd verspreid door het hele dal

Fréjus
We bezochten Fréjus -niet wetend dat we hier nog drie dagen zouden gaan verblijven- en legden er weer eens een wandeltocht af die uren leek te duren. Volgens Marc zijn bijbel waren er een amfitheater en een arena. Maar meer opvallend waren de kolommen van een enorm romeins aquaduct die nog her en der verspreid door de stad te vinden waren. Het oude centrum was leuk om doorheen te lopen. De bordjes volgen naar het amfitheater was achteraf echter niet zo'n goed plan. We liepen de stad uit langs doorgaande verkeerswegen en het amfitheater kwam maar niet opdagen. Nadat we het ein-de-lijk gevonden hadden bleek het een lullig klein theatertje te zijn dat de moeite absoluut niet waard was. Een grote teleurstelling. De arena vonden we makkelijker maar ook deze stelde na bijvoorbeeld de arena in Arlès niet zoveel voor.


Een steegje in Fréjus

De enoooorme (kuch) Arena van Fréjus.

Het was na de lange wandeltoch alweer laat geworden en dus besloten we niet meer naar het strand te gaan. In plaats daarvan deden we nog snel boodschappen in een hypermarché in Fréjus en reden terug naar de camping in Callas. Een minder koele avond voor de tent. Morgen weer inpakken en verder naar het oosten!
Dag 12: Een momentje van zwakte..
Deze dag zou de rest van de vakantie en onze herinneringen aan de vakantie gaan bepalen. Alleen wisten we dat zelf nog niet. De avond ervoor had onze Belgische buurman gevraagd of wij de auto aan de andere kant van de plek wilden parkeren zodat zij hun caravan over onze plek weg konden rijden. We pakken even een oude foto erbij om de situatie duidelijk te maken:


De camping in Callas nog een keer

Een momentje van zwakte..
Ik parkeerde dus tussen de boomstronk en de struiken aan de rechterkant. 's Ochtends wilde ik wegrijden en stak achteruit. Ik draaide met mijn linker achterwiel tegen het heuveltje op waar de boomstronk op stond en dus reed ik voorzichtig weer een stukje naar voren. Daarbij vergat ik echter één ding: daar lag een steen. Gestommel en gekras volgde en de auto kwam tot stilstand. Shit. De steen lag muurvast onder de auto. Ik kon niet achteruit en de steen kon er niet onderuit. Van alle kanten stroomden hulpvaardige mensen toe. Van twee kanten kwamen mensen met een schep aanrennen die vervolgens voor ons begonnen te graven. Eindelijk de steen vrijgekregen bekeken we de schade..


De schade aan de auto

Eén slangetje met een kabel erin was dus kapot gescheurd. De kabel die erin zat was nog helemaal intact. Het enige kritieke leek de aansluiting links te zijn. De auto reed nog prima en dus maakten we ons weinig zorgen. We zwaaiden het uiterst hulpvaardige campingpubliek uit en reden verder onze vakantie in. Na een minuut of vijf rijden echter voelden en hoorden we een knal en gaf de boordcomputer een waarschuwing aan: Storing automatische versnellingsbak. We constateerden dat de auto niet meer in de vierde versnelling schoot en dus moesten we "in zijn drie" verder. Dat betekent dat onze maximum snelheid zo rond de 60/70 km/h lag. Bij een hogere snelheid ging de auto natuurlijk enorm veel toeren maken.

Peugeot dealer
We reden dus voorzichtig verder naar Fréjus waar we gisteren ook geweest waren om daar een Peugeot dealer op te zoeken. Na de weg gevraagd te hebben aan een fransman (tout droit, feu, gauche, feu, feu, droit) vonden we de garage om 1 minuut over 12. En dat is siësta tijd. We parkeerden bij de garage en ik belde de ANWB. Zij meldden mij dat ze na 14.00 de garage gingen bellen en dan zouden zij het probleem uitleggen en dan zou ik nog wel weer wat horen. En daar zit je dan, in de bloedhitte midden op de dag langs de N7 op gloeiend heet asfalt. De tijd tikte tergend langzaam voorbij. Alleen de langs rijdende TGV's gaven nog wat afwisseling. Eindelijk was het dan twee uur: vanaf nu konden we terug gebeld worden. Er zoefden nog enkele TGV's langs maar mijn telefoon zweeg. Geen garagemedewerker die even naar buiten kwam en vroeg of hij ons kon helpen. Het waren immers fransen. Half drie.. drie uur.. half vier! Mooi geweest, ik ga de ANWB bellen of er nog wel wat gebeurt. "Meneer wij hebben het erg druk en werken zo hard als we kunnen, u hoort echt zo spoedig mogelijk van ons. Een schatting? Nee die durf ik echt niet te geven. Maar loop ergens een stadje in, u hoeft niet bij de garage te blijven."


Onze verblijfplaats voor úúúren

We liepen Fréjus maar weer in en zaten weer bij de arena die we gisteren zo gezocht hadden. Toen het tegen vijven liep besloten we terug te gaan en zelf maar is naar binnen te lopen om te vragen. Met handen en voeten kregen we uitgelegd dat de automatische versnellingsbak (wat we inmiddels in het woordenboek hadden opgezocht) niet optimaal functioneerde en dat de vierde versnelling weigerde (un bon, deux bon, très bon, quatre mort). Of we wilden aangeven hoe lang we nog in Fréjus zouden blijven, dan konden ze een afspraak maken. Maar binnen twee weken ging dat niet lukken. Fijn. We besloten op zoek te gaan naar een camping en af te wachten. Mijn telefoon zweeg nog altijd.

Camping Fréjus

Camping na camping bleek vol te zijn en het liefst reed ik geen meter meer met deze auto die mijn vertrouwen op dat moment compleet verloren had. Na lang zoeken kwamen we uiteindelijk op een camping waar we meer dan de hoofdprijs betaalden: 38 EURO!!!! De nachten ervoor hadden we voor 15 euro gestaan op een best aardige camping. Nu stonden we weggestopt tussen twee stacaravans onderaan een heuvel. Een spuuglelijke camping met een toiletgebouw dat absoluut het smerigste was dat we op onze vakantie zijn tegengekomen. Vandaag nog geen 20 km gevorderd en geen flauw idee hoe we thuis gingen komen. We voelden ons klote. Zwaar klote.

Om half tien 's avonds doorbrak mijn telefoon het zwijgen. De ANWB: Ze hadden de garage niet meer kunnen bereiken.
Dag 13: Autovrij
Dag 13. Het dagnummer voorspelt alvast niet veel goeds. 38 Euro slapen verder werden we niet al te laat wakker omdat de ANWB had beloofd ons 's ochtends te bellen. We pakten onze spullen in want op deze afschuwelijke camping wilden we echt geen dag langer blijven. Voor een vergelijkbaar tarief konden we in een hotel slapen. Nadat de auto ingepakt was vertrokken we te voet van de camping om eens bij de camping 200 meter verderop te kijken. Een figuurlijk straaltje zonlicht (letterlijk was er meer dan zat) vulde de dag: deze camping kostte nog geen 15 euro en was super. Geen vaste plaatsen maar een groot veld met boompjes waar we een paar bomen aangewezen kregen om tussen te gaan staan. Een zwembad dat tot middernacht open was en waar je dus verlicht kon zwemmen 's avonds. Niet dat we dat gedaan hebben maar het was een mooi gezicht. Kortom: een prima camping. We haalden de auto van de buurcamping en zetten de boel een paar honderd meter verder op de achtste camping van onze vakantie weer op.


De tweede camping in Fréjus

Zwembadpatat en een kapotte auto
Maar goed, voor de plek stond op dat moment nog altijd een kapotte 206cc dus enig zicht op hoe het nu verder moest hadden we nog steeds niet. We besloten boodschappen te gaan doen en in de hypermarché belde de ANWB: "Hoe is het nu afgelopen met de auto?". Afgelopen??! Júllie zouden nu voor ons bezig moeten zijn! De man zou rond gaan bellen naar garages in de omgeving of we ergens terecht konden.

Wij wilden niet nog een dag volledig laten verpesten en doken dus het zwembad op de camping in. Een zwembadpatatje met mosterdmayonaise. De ANWB weer aan de telefoon: ze hadden een garage gevonden in de buurt die direct naar onze auto wilde kijken en wist dat we eraan kwamen. We droogden ons snel af en omdat de kans vrij groot was dat we de auto tijdelijk of definitief achter gingen laten haalden we op de camping alvast alle spullen eruit en gooiden de tent vol.

Wederom handen- en voetenwerk bij de garage. Geen engels, natuurlijk niet. De auto ging op de brug en een fransman kwam de showroom waar wij wachtten in met de mededeling: "mort". Shit. De baliemedewerkster belde de ANWB en legde de situatie uit waarna ik de hoorn overnam. "Dat klinkt niet zo mooi hè". Nee dat kun je wel zeggen. "In principe heb je recht op vervangend vervoer maar ik zie hier dat je 18 jaar bent.." Twintig jaar. "Hmm oke twintig.. maar dat verandert helaas niks aan de zaak. Het probleem is dat alle verhuurbedrijven alleen verhuren aan 23 jaar en ouder." We zagen onszelf al met de trein of het vliegtuig naar huis gaan. Einde vakantie. "Nee ik wil niet dat jullie je vakantie onderbreken, dat vind ik wel erg sneu. Ik ga mijn best voor jullie doen!" Ik leverde de autosleutels en papieren in. Een vreemde gewaarwording om je auto met sleutels en papieren bij een onbekende fransman in te leveren. Een lange voettocht terug naar de camping zou volgen.

Terwijl we onderweg bij de McDonalds een McFlurry zaten weg te werken belde wederom de ANWB: Ze hadden een fantastische oplossing maar daar hadden ze wel onze medewerking voor nodig. In de buurt van Nîmes zou een auto van de ANWB klaar staan met nederlands kenteken. We moesten wel met het OV naar Nìmes reizen maar dan konden we de auto zonder problemen meenemen. Ik noteerde het adres en dus liepen we in plaats van naar de camping eerst maar het dorp in op zoek naar een internet café. Na een half uur zoeken vonden we uiteindelijk een nogal louche internet café. We zochten op waar we naar toe moesten. Niet echt in de buurt van Nîmes, maar tussen Marseille en Avignon.

Terug op de camping overviel ons een vreemd gevoel. De nacht in zonder dat er een auto voor de plek stond. Waren we twee weken lang uiterst onafhankelijk en zelfstandig, nu waren we zo afhankelijk als we maar konden zijn. Wat voor avontuur zouden we morgen tegemoet gaan?
Dag 14: Op zoek naar een nieuwe auto
Een spannende dag. Een avontuur eigenlijk wel. Wat stond ons vandaag te wachten? De wekker ging vroeg. We wilden in ieder geval niet te laat vertrekken. Onze bestemming: Cavaillon. Onze missie: Een nieuwe auto ophalen. Houd je vast voor de langste dag van de vakantie met de meeste tekst.

Camping - Fréjus
In de vroege zonnestralen liepen we vol goede moed de camping af. Een wandeling van ongeveer een uur. Als echte backpackers liepen we met een rugtas en zonder auto langs een drukke autoweg naar het station. Daar arriveerden we om 8.45 en het station opende om 9.00. Op de trap wachtten we dus geduldig af tussen de toch iets ongeduldigere fransen. Zij stonden dan ook bij opening voor ons in de rij om een kaartje te kopen. Om 9.12 rolde een trein het station binnen. Hoe laat de volgende tein ging? 12.10!

We vroegen de snelste weg naar Cavaillon. De uiterst behulpzame loketbediende begon in onnavolgbaar tempo op haar toetsenbord te tikken en op het scherm verscheen al spoedig dat we om 17.05 aan zouden komen in Cavaillon. Shit, dat is te laat. Om 18.00 sluit de garage en dat redden we never nooit. Ik opperde: "En als we nu eerst naar St. Raphaël gaan?" Dat is dus -even voor de duidelijkheid- de andere kant op. Alsof je in Utrecht staat en via Rotterdam naar Zwolle gaat. En inderdaad, dan hadden we een betere aansluiting. Maarrr.. we kwamen uiteindelijk nog steeds om 17.05 aan. Dus ik ging verder: En als we via Avignon reizen? Alsof je in Utrecht staat en via Rotterdam en Groningen naar Zwolle gaat. En ongelofelijk maar waar: met dit alternatief waren we om 15.00 in Cavaillon. Aardig wat overstappen maar we hadden geen keus.

Fréjus - St. Raphaël


Fréjus en St. Raphaël liggen tegen elkaar aan. Fréjus is de plaats met het historische centrum, St. Raphaël is de badplaats. Een ritje van ongeveer 5 minuten met de trein dus. Daar moesten we echter wel eerst ruim een uur voor wachten in Fréjus.


Station Fréjus

Beide plaatsen schelen eigenlijk niet eens zoveel in grootte maar het station van St. Raphaël is wel vele malen groter omdat er TGV's stoppen. Een mooi station kun je het niet noemen maar duidelijk op veel meer reizigers gericht. Omdat we in St. Raphaël wederom een uur moesten wachten wandelden we maar even het stadje in.

St. Raphaël
Gedurende onze reis waren de steden hoe oosterlijke we kwamen steeds sjieker geworden. Zo ook St. Raphaël. Dure hotels en een lange palmenrij domineen de boulevard. Het strand lag er tjokvol. Zonder dat ik het door had blokkeerde ik op de boulevard alle zon voor een vrouw die een paar meter lager lag te zonnen. Ze draaide zich verstoord om.


De boulevard van St. Raphaël

Het dorp zelf was veder weinig bijzonder. Leuk om eens te zijn maa geen speciale plaats om eens naar terug te keren. Snel weer terug naar het station want het volgende deel van de reis wilden we echt niet missen!

TGV: St. Raphaël - Avignon


Op het station duude het nog even voordat de TGV kwam en dus waren we wederom aan het wachten. Eenmaal in de TGV een geschreeuw van een madame voor ons die een 4-zit wilde hebben en nu 2x2 had. Poe hé, drama! Voor ons ook spannend. We gingen met een flinke snelheid bij onze spullen - het enige dat we nog hadden - weg in de hoop dat we een auto meekregen waar we ook niet echt zekerheid over hadden. Op het moment dat de TGV weg reed voelde het alsof we in een flashback door onze vakantie terug gingen.

Nadat het station van Fréjus waar we deze ochtend nog een uur gewacht hadden voorbij geflitst was zoefden we langs de Peugeot dealer Gemy waar we eergisteren een hele dag hadden zitten wachten. Le Muy (waar we langs gereden waren) schoot langs ons voobij en zo ook een uur lang meer landschap dat ons zeer bekend voor kwam. En daar sta je dan, na een uur weer in het centrum van Toulon. De stad waar we op 2 verschillende campings gestaan hadden. De stad waar we zo'n enorm eind gelopen hadden van de parkeerplaats naar en door het centrum. De stad waar de auto temperatuur nog opliep toen we tegen een berg opreden en tot slot de stad waar we een schitterend panorama van hadden gemaakt. Niet gedacht hier weer te komen.



Een blik in de TGV

Intussen liepen de irritaties over de madame voor ons steeds verder op. Ze moest en zou het rolgordijn omlaag doen zodat kindlief niet tegen de zon in zat te kijken. Dat kindlief het gordijn zelf steeds omhoog deed leek haar niet te interesseren. Het gevolg was dat ook wij amper naar buiten konden kijken.

Tussen Toulon en Marseille schoot weer een prachtig landschap aan ons voobij maar nog altijd met normale treinsnelheden. Na een stop in Marseille hielden we ons dus vast voor het echte werk. Vanuit het station een lange tunnel in onder de hele stad door en dan.. buiten de stad.. gas! Al snel knalden we richting de 300 km/h. In een ogenblik zagen we nog een oud romeins viaduct, maar het was zo weer weg.

De LGV Méditerranée (LGV = Ligne a grande vitesse, dus het spoor waarover de TGV met hoge snelheid kan rijden) is in 2001 geopend. Het tracé verbindt Valence met Marseille en is het verlengstuk op de bestaande LGV-tracé tussen Parijs en Valence. Daarmee is Marseille in 3 uur bereikbaar vanuit Parijs (750 km!). Wij konden dus van het grootste gedeelte van deze nieuw spoorlijn genieten.

We stopten er niet maar kwamen ook nog langs het station van Aix en Provence. Wederom een stad met heel wat verse vakantieherinneingen. Halverwege zijn we als het goed is ook nog langs Cavaillon gereden. Een paar honded meter van de garage waar we naartoe onderweg waren. Waren we James Bond maar, dan waren we er wel uitgesprongen.

Avignon
En als de Mt Ventoux ineens heel dichtbij lijkt sta je in Avignon. Waar dan? Avignon was nergens te bekennen. Vergeleken met Valence en Aix en Provence schijnt het station bijzonder dicht bij het centrum te liggen (ik las dat het station zijn populaireit dankt aan de nabijheid van het centrum). Wij zagen echter geen Avignon en alleen maar landbouw. Desondanks een schitterend station. Wie Mr. Beans holiday heeft gezien zal het wel herkennen.



Het schitterende TGV station van Avignon.

En in Avignon ging onze reis weer verder. Inmiddels al vele uren onderweg en het reisdoel was er zeker het laatste uur niet dichterbij op gekomen. De bus tufte door de chaos van Avignon heen en prikte door de oude stadsmuur heen. Net binnen de muur parkeerde de bus en we liepen naar het oude station van Avignon waar hopelijk weer een trein stond te wachten die ons laatste OV-deel van de reis ging verzorgen. Niets van Avignon gezien, maar daar kwamen we ook niet voor.


Het oude station van Avignon in het centrum van de stad.

Avignon - Cavaillon

We waren het gewend. Wederom lange tijd wachten voordat de trein kwam en toen die eenmaal kwam lange tijd in de tein gewacht. Een trein waar we in Nederland nog heel veel van kunnen leren. Een werkelijk prachtige light-rail trein met bijvoorbeeld 220 volt stopcontacten bij iedere plaats. Tafeltjes en stoeltjes, TFT informatie. Onze RandstadRail toestellen (van dezelfde fabrikant) kunnen daar nog een puntje aan zuigen. Duidelijk een goedkoop alternatief. Maar goed, al die hightech maakte de reis niet sneller. Een stoptrein die in ieder gehucht stopt. Niemand wil erin, niemand wil eruit. Kilometers spoor schieten onder ons door tot we in Cavaillon zijn.

Cavaillon

Even geen OV meer. Na vele uren in het OV te hebben doorgebracht weer eens ruim een uur lopen. Eerst maa is op een kaart kijken. Cavaillon is een standaad frans stadje. Lelijk en niks bijzonders te zien. En dus liepen we na een tijdje al weer buiten het stadje onderweg naar een industriegebied buiten de stad. Plotseling stonden we dan boven het TGV spoor waar we een paar uur geleden overheen geknald waren. Een heel vreemd idee om te beseffen dat je op exáct die plaats een paar meter lager een paar uur geleden al was. En dat terwijl je zoveel uren reizen erop hebt zitten. We liepen weer rustig verder langs drukke verkeerswegen, op zoek naar Garage Midi.

Garage Midi
Garage Midi was niet zo lastig te vinden. Een hulpvaardige fransman echter weer wel. Het hek werd niet voor ons open gedaan en dus "communiceerden" we door het hek heen met een fransman die wederom niet van plan was ons te helpen. Uiteindelijk wel naar binnen waar nog iemand zich met ons begon te bemoeien. Een blik in de garage leerde ons dat er een stuk of 6 auto's met Nederlands kenteken stonden. Vooaan een VW Polo, zoals ons beloofd was. Maar omdat we onszelf wederom niet duidelijk gemaakt kregen belden we maa wee eens met de ANWB. Die onderhandelden op hun beurt weer met de garage en uiteindelijk keeg ik de telefoon weer. "De garage heeft het contract niet gekregen van ons dus wij gaan het opnieuw faxen. Of jullie even buiten willen wachten want het is druk binnen ofzo." Druk? Bedoelden ze die andere klant? "Goed, wij gaan naar buiten. Tot ziens." Waarom was dat contract niet binnen? En nu? Gisteren had de man mij nog gehaast gezegd: "Ik ga nu eerst de auto blokkeren want anders is er straks al iemand mee weg." De wanhoop nabij? Welnee joh.

En ja hoor, daar zaten we weer. Te wach-ten. Wachten wachten wachten. We konden niet gaan zitten, het asfalt was te heet. We konden niet stilstaan, de warmte brandde door je zolen heen. Dus we gingen ergens in het gras tegen een loods aan zitten. De tijd tikte weer tergend langzaam verder. Na twintig minuten wachten nog steeds geen signaal vanuit de garage. Dus we gingen maar weer voor de poort staan. Daar zagen ze ons ongetwijfeld staan maar lieten ons gewoon weer 10 minuten heen en weer lopen. Ik besluit de ANWB weer te bellen. Of het komt doordat ze zagen dat ik ging bellen weet ik niet (garages zijn erg bang van instanties als de ANWB) maar er kwam iemand naar buiten met het contract. Even tekenen en de auto checken en binnen 10 minuten reed ik weg in een gloednieuwe VW Polo!


Een gloednieuwe VW Polo voor ons!

Even kijken. Datum van eerste afgifte Nederland: 2 juli 2007. Nog geen maand oud! 1722 km op de teller. Dat is waarschijnlijk één keer van Nederland naar Frankrijk of andersom. Bizar! De auto rook nog gloednieuw en dus moesten we er maar zuinig mee zijn.

Cavaillon - Fréjus


Samedi Noir. Zwarte Zaterdag. Beroemd vanwege de honderden kilometers file op de Autoroute du Soleil. En laat dat nu precies de weg zijn die wij moesten hebben terug naar Fréjus. Ik was al minstens een jaar niet meer gewend om te schakelen. Leverde natuurlijk geen serieuze problemen op maar wennen was het zeker. De ons beloofde kilometers file stonden er inderdaad. Een mooie oefening voor optrekken en schakelen. Zeker een uur reden we stapvoets naar het zuiden. Pas toen we de afslag Marseille voorbij waren konden we weer gas geven. Dit stuk bleek aardig tegen te vallen. Het was echt nog een enorm eind rijden terug naar Fréjus. De zon kleurde de hemel oranje en we duwden het droge asfalt achter ons weg. The road ahead is empty.

In Fréjus even boodschappen gedaan en uiteindelijk op de camping een verdiend biertje gedronken. Wat een dag. Wat een ongelofelijke dag. Maar de rest van de vakantie leek weer dichter bij dan ooit. We hadden weer een auto onder onze kont!
Dag 15: Nice & Monaco
De zon leek vrolijker op te komen dan de dagen hiervoor. Wederom natuurlijk een strakblauwe hemel en een mooie laatste vakantieweek voor de boeg. Een week waarin we nog veel zouden gaan zien en tegenkomen. Vandaag op het programma: De échte cote d'azur. De meest mondaine badplaatsen van Frankrijk: Cannes, Antibes, Nice en natuurlijk Monaco. Veel voor voor één dag maar we wilden toch ook zo zoetjes aan wel weer naar het noorden trekken. Het resultaat is veel ervaringen, veel informatie en veel foto's (13 stuks).



Corniche de l'esterel
We reden vol goede moed in onze gloednieuwe Polo door de straten van Fréjus en St. Raphaël. We floreerden over de boulevard waar we gisteren in ons avontuur nog een uur de tijd hadden gedood.

Ten oosten van St. Raphaël begint het Massif Esterel. Een prachtig vulkanisch berggebied met schitterende kustwegen. Het gebied wordt gekenmerkt door rode bergruggen en diepe ravijnen. Ertussendoor zijn op ingenieuze wijze wegen en spoorlijnen verweven. Net als bij de Gorges du Verdon is deze Corniche de l'Esterel (de kustweg) alleen maar voor toeristische doeleinden aangelegd. Snel van St. Raphaël naar Cannes doe je wel over binnendoorwegen. De hoogste berg is 618 meter hoog en het grootste deel van het gebied is een officiëel natuurreservaat. Prachtig om te rijden. Terugkijkend op de foto's een unieke ervaring om daar het stuur vast gehad te hebben. Misschien wel mooier dan de Gorges du Verdon.

Helaas hebben we er zelf geen goede foto's van kunnen maken. Alle parkeerplaatsen en uitzichtpunten stonden bomvol en we hadden natuurlijk geen cabrio meer dus vanuit de auto ging ook niet meer zo goed. De volgende foto's komen dus van internet.



Het Massif Esterel. Op de laatste foto is goed te zien hoe de autoweg en spoorweg zich door het gebied weven


Cannes en Antibes
Omdat de dag een beperkte lengte had en Cannes buiten het filmfestival niet zo heel bijzonder is hebben we van Cannes weinig meer gezien dat de 2x2-strooks boulevard. We reden natuurlijk langs de sjieke hotels zoals het befaamde Carlton hotel. Hoeveel beroemde filmsterren zullen daar geslapen hebben? Verder deze festivalstad dus eigenlijk overgeslagen en hetzelfde geldt voor Antibes. Ik was in 2004 al eens in Antibes geweest maar was op dat moment even vergeten dat Antibes een heel leuk middeleeuws dorpje is. Geen drukke boulevard maar een stadsmuur in de zee. Helaas deze vakantie dus niet gezien.

Nice
Nice moesten en zouden we wel echt bezoeken. Nice is met bijna een miljoen inwoners veruit de grootste stad aan de Cote d'Azur. De naam Nice komt van Nikaia of Nicaea, wat weer verwijst naar de Griekse godin Nikè: de godin van de overwinning. Gesticht dus door de Grieken nadat ze de Liguriërs in het gebied hadden verslagen. Een roerige geschiedenis volgt. Conflicten met (en overheersing door) de Romeinen, de Spanjaarden, piraterij, de stad Genua en de franse koning drukken hun stempel op de stad. Doordat het station op een leeg veld buiten de stad gebouwd werd verplaatste de nieuwbouw zich daarnaartoe en bleef het oude centrum goed behouden (voor zover dat nog over was na alle oorlogen). Nice werd meer en meer een befaamd toeristisch oord en veel Europese adel bracht zijn vakantie in de badplaats door. Door deze verschuiving wijzigde ook de industrie en trok de stad meer en meer gastarbeiders aan. En dat zie je nog steeds terug op straat. Ondanks het feit dat deze stad midden in de duurste regio van Frankrijk ligt beheersen vaak de minder bedeelden het straatbeeld. In 1979 kwamen er tot slot 23 mensen om het leven toen de stad werd getroffen door een tsunami.

Kortom: Een grote stad met al de eigenschappen van een grote stad in het hart van de Cote d'Azur. Nice kent de grootste autodichtheid van heel Frankrijk. Een groot verkeersviaduct loopt dan ook dwars door de stad. Net als veel andere Franse steden investeert Nice op zéér grote schaal in tramsporen en daardoor staat heel Nice op zijn kop. Veel drukke straten zijn afgesloten en de middenstand ziet haar inkomsten teruglopen door slechte bereikbaarheid. Intussen rollen er aardig wat koppen op hogere functies vanwege grote fraudezaken rondom dit project. De bouw heeft vaak stil gelegen en steeds was de vraag of de tram er ooit wel zou rijden. Wanneer er voor het eerst trams rijden op dit ambitieuze project is nog steeds de vraag. Overigens wordt geen gebruik gemaakt van bovenleiding, geen derde rail maar batterijen.



De ambiteuze tramlijn en opgeknapte pleinen in Nice

Maar natuurlijk bezochten we ook het oude centrum. Talloze smalle steegjes waar je gemakkelijk in verdwaalt. Vaak een drukte van belang en ontzettend veel eetgelegenheden. Deze bestonden natuurlijk niet uit grote terrassen maar uit kleine loketten op straat waar lange rijen voor stonden en een paar plastic stoeltjes tegen de muur. De fransen hadden honger.


Zomaar een steegje in het oude centrum van Nice

En -voor de verandering- beklommen we weer eens een berg in het centrum van de stad. Van daar hadden we uitzicht over de hele kustlijn van Nice. Geeft een mooi beeld van de stad. Helemaal aan de horizon ligt het vliegveld van Nice, 10 meter boven de zeespiegel. Na de vliegvelden van Parijs is dit het drukste vliegveld van Frankrijk. Om de minuut raast er dan ook een vliegtuig over de boulevard heen. We genoten van het uitzicht terwijl we langzaam een dure Magnum Classico naar binnen werkten.



De haven van Nice


De drukke boulevard

En dan nog een foto die ik je niet wilde onthouden. Even om aan te tonen hoe vol het strand van Nice ligt op een zomerse dag.


Een mierennest op het strand van Nice

Monaco
Tussen Nice en Monaco lopen drie wegen. Alledrie prachtig. Op de camping in Callas hadden we ons laten vertellen dat de "Moyenne Corniche" (de middelste) de mooiste was. We besloten deze dus inderdaad te rijden naar Monaco. En onze buurvrouw op de camping had niets teveel gezegd. Inderdaad wederom een schitterende weg. Het begint bijna te vervelen. Schitterende vergezichten, strakke haarspelden, etc.



Met de Polo ergens in de bergen boven Monaco

En dan kom je in Monaco. Slechts de kentekens op de auto's verraden dat je officiëel niet in Frankrijk bent. De dwergstaat is het dichtstbevolkte land te wereld. Het grootste gedeelte van deze bewoners is Frans (28%). Monegasken en Italianen zijn elk goed voor 17%. Daarnaast is 6% Brits en de overige 32% komen uit 120 andere landen. Ondanks het feit dat Monaco geen lid is van de Europese Unie valt de militaire verdediging wel onder de verantwoordelijkheid van Frankrijk. Natuurlijk is Monaco bij het grote publiek vooral bekend vanwege de jaarlijkse Grand-Prix in de Formule 1.

Monaco wordt gekenmerkt door wolkenkrabbers, infrastructuur en luxe. Als eerste de wolkenkrabbers: We vroegen ons af: Je hebt een gigantisch land met grote relatief vlakke stukken. Ergens in de verste uithoek is de kust rotsachtig en lastig begaanbaar. En juist dáár zet je het liefst in en op elkaar gigantische torenflats. De bergtoppen zijn amper zichtbaar door de wolkenkrabbers. Gekke jongens, die fransen. Infrastructuur en luxe komen samen in de vele tunnels onder en langs de stad. Maar ook traplopen is op veel plaatsen uit den boze. Op publieke plaatsen worden roltrappen aangelegd zodat je niet de berg op hoeft te lopen. Op sommige plaatsen zijn zelfs liften aangelegd. Gemak dient de mens.

Maar natuurlijk ontbreken ook de vele souvenir-shops met GP-artikelen niet. Monaco lijkt meer om het circuit heen gebouwd dan andersom. De befaamde tunnel in het circuit (die overigens onder een hotel door gaat, geen berg) kent meer voetgangers dan welke andere verkeerstunnel ook. Een paar straten hoger ligt het zeker zo beroemde Monte Carlo Casino. Aangezien elke vorm van roulette in Frankrijk eind 19e eeuw verboden was werd het casino al snel de grootste inkomstenbron van Monaco. Tegenwoordig is er ook een theater aanwezig en is het casino vaak het decor van dure modeshows en gala's voor de high sociëty.


Torenflats domineren het straatbeeld van Monaco


De tunnel. Knallen ze hier werkelijk met honderden kilometers per uur doorheen?


Typisch monaco. Een stukje circuit, een stukje infrastructuur, een stukje luxe, wolkenkrabbers en bergen.


Het fabelachtige casino. Als je niet beter weet zou je denken dat deze foto uit Disneyland komt.

Vermoeid na een lange dag met veel bijzonderheden op ons netvlies reden we over de snelweg terug naar de camping. Volgens Marc zijn bijbel het mooiste stuk snelweg van Frankrijk. En tja.. het was inderdaad mooi. Maar we waren door al die ervaringen niet zo snel meer onder de indruk. Morgen zouden we Fréjus verlaten en weer richting het noorden gaan trekken. Vaarwel Middellandse Zee.
Dag 16: Route Napoleon
We besloten er een lange terugweg van te maken. Direct naar het noorden knallen betekende zo definitief het einde van de vakantie en verlies van 2 dagen. Daarom wilden we ook van de terugweg gewoon vakantie maken. Vanuit Fréjus hadden we 2 snelle opties. Optie 1 was via Avignon terug naar de Autoroute de Soleil. Tussen al het andere blik terug naar het noorden brommen. Optie 2 was via Italie en Zwitserland. En dat betekende weer een autobahn vignet van tientallen euro's voor Zwitserland. Dus kozen we niet voor een snelle optie maar voor een mooie optie. Optie 3: De Route Napoleon.

Eerst vanaf de camping over de snelweg terug naar Aix-en-Provence. Een stad die we eerder bezocht hadden en waar we twee dagen terug nog langs gereden waren. Vanaf daar namen we een snelweg naar het noorden. Een doodlopende snelweg dus bijzonder rustig maar natuurlijk weer erg mooi. We kwamen relatief dicht langs de Gorges du Verdon. Krezip knalde uit de speakers en de Middellandse Zee kwam steeds verder achter ons te liggen. De bergen om ons heen werden hoger en hoger en aangekomen in Gap begonnen de echte alpen. Einde snelweg.

Route Napoleon
Op 1 maart 1815 stapte Napoleon Bonaparte aan wal in de baai van Cannes. Hij had opgesloten gezeten op Elba en was nu vastberaden om Parijs weer te heroveren. Het leek hem niet verstandig via het Rhônedal te reizen omdat daar veel koningsgezinde dorpen waren. Dus nam hij een minder voor de hand liggende route: Dwars door de bergen. In 1932 wordt de toeristische "Route Napoleon" officieel geopend. Een gevreesde weg, op vele plaatsen verboden voor caravans, campers en vrachtwagens.

Een paar jaar terug had ik een groot deel van de route ter hoogte van Cannes al gereden. Nu pikten we de route op bij Gap en volgden hem tot aan Grenoble. Een slingerweg die natuurlijk totaal niet opschoot maar móói! Ook van dit stuk was een groot deel niet toegestaan voor vrachtwagens vanwege het grillige verloop. We reden regelmatig tussen pieken van 3000 meter. Niet vreemd, als je bedenkt dat Les Deux-Alpes op een steenworp afstand ligt van de Route Napoleon. Helaas weer weinig stopmogelijkheden voor mooie foto's.


De Polo in de Alpen

Erg mooi om te zien hoe plotseling de bouwstijl volledig omslaat. Vanaf het moment dat je de uitlopers van de Alpen inrijdt kom je alleen nog maar chalets tegen. In grote tegenstelling tot de grauwe bouwstijl in het Zuiden van Frankrijk en de toeristische bouwstijl langs de kust. Op de borden worden skiliften en langlauf stations aangegeven. We waren toch op zomervakantie?

Aan het einde van de Route Napoleon volgt een zeer gevreesde afdaling. Vrachtwagens die er nog nét wel toegestaan zijn kruipen er met 5 km/h tegenop. Men hoort op de motor te remmen maar zonder de voetrem te gebruiken zou je echt de auto opblazen. Kortom veel kokende motors op deze afdaling. Een Google Earth plaatje geeft een beetje een impressie van deze afdaling.


De afdaling van Vizille an het eind van de Route Napoleon in Google Earth

Vervolgens reden we de snelweg op. We passeerden Grenoble. De Route Napoleon was erg mooi maar had veel tijd van onze reis opgeëist. We reden nog ongeveer 100 km door en draaiden uiteindelijk bij Annecy de snelweg af.

Annecy


Annecy is een zeer toeristisch dorpje aan het meer van Annecy. Langs dit meer liggen talloze campings en bezienswaardigheden, maar ook het dorp zelf is de moeite waard. In het verslag van morgen meer informatie hierover.

Wij zagen namelijk maar weinig van het leuke Annecy. We stonden muurvast in de file. Niemand gaf elkaar ook maar een centimeter ruimte en dus waren we wel weer een uur kwijt voordat we enigzins fatsoenlijk door de stad heen waren. We hadden ons er op voorbereid dat in dit toeristische gebied campings peperduur zouden zijn. En.. dat waren ze ook. En niet alleen duur, ook stampvol. Campingmedewerker na campingmedewerker schudde zijn hoofd als we vroegen of er nog een plaats was. Inmiddels waren we aardig ver van de stad en het meer verwijderd, maar nog steeds geen plaats. Eén campingbaas verwees ons naar een camping een paar kilomter verderop. We volgden een verlaten bergweggetje en kwamen uiteindelijk bij een zogenaamde "Camping à la Ferme". Kamperen bij de boer!


De receptie van de camping: een boerderij dus


Het uitzicht vanaf onze plek als we de tent open ritsten.

Een schitterende camping met een boomgaardje en een weiland. Een moestuintje voor bloemen en groenten. Een boerin kwam ons gedag zeggen en ik schreef mijn naam in een schriftje. We zochten een plek uit en bouwden ons kamp op. Eenmaal opgebouwd en verzadigd met eten begon het voor het eerst deze vakantie te druppelen. Het was na de lange vermoeiende reis en de eeuwige trektocht langs talloze campings hoog tijd om ons bed op te zoeken. Morgen de omgeving verkennen.
Dag 17: Het meer van Annecy



Op een dampende alpenweide werden we wakker. Het gras was verhuld in een laag dauw. Wolken bepaalden het uitzicht over het dal. Even opfrissen en dan de omgeving verkennen. Zoals we al vreesden had het toiletgebouw alleen hurktoiletten. Lekker de kuiten trainen dus.



Lac de Annecy
We reden eerst terug naar het meer. Wederom de smalle bergweg. We besloten linksom het meer te rijden zodat we uitkwamen in Annecy. Het meer van Annecy is in grootte het tweede meer van Frankrijk en wordt gevormd uit smeltwater uit de alpen. We reden door allerlei toeristische dorpjes. De bergen waren nog altijd verhuld in een laag mist. Soms ontzettend mooi uitzicht op het meer. Een enkele keer een blik op een kasteel. Waarschijnlijk met mooi weer een ontzettend leuk gebied om te verblijven maar nu was het voornamelijk grauw en grijs. Desondanks gaf het weer soms wel spectaculaire effecten in samenwerking met de bergen en het water voor foto's.




Uitzichten over het Lac de Annecy

Annecy
Aan het einde van ons rondje kwamen we in Annecy uit. Een hele oude stad met een centrum dat doet denken aan legpuzzels. Veel water, bloemetjes en huizen. Het dorpscentrum is geörienteerd rond de monding van een riviertje. Een heel leuk dorpje met een bakker die hele lekkere broodjes verkoopt.



Annecy

Volgens Marc zijn Bijbel was er nog ergens een hoog punt waar we naar toe konden rijden. Ons werd uitzicht op de Mt. Blanc beloofd. Ik zag het echter niet zo zitten om naar 1600 meter te rijden met overal zulke wolken tegen de berghellingen aan. Bovendien was er weinig hoop dat we met dit weer daadwerkelijk de alpenreus konden zien liggen. We gingen dus maar terug naar de camping en daar leek voor het eerst deze vakantie de verveling toe te slaan. Schuilend voor de regen lagen we in de tent een boekje te lezen. Dit ging al snel over in een diepe slaap voor ons allebei.

Versufd werden we een paar uur later wakker en besloten boodschappen te gaan doen en eten. We wilden McDonalds gaan eten. Niet in de regen koken. We reden naar Albertville. Albertville ligt zo'n 40 km zuidelijker. Een afstand die je in Nederland nooit zou afleggen om ergens te eten maar in Frankrijk verandert heel je besef van afstand. Zeker met zoveel kilometers op de teller. En dan zijn er niet eens snelwegen.

Albertville
In Albertville werden in 1992 de Olympische winterspelen gehouden. En dat voel je. Overal bewijst de stad dat het 15 jaar geleden enorm gebruist moet hebben maar daarna 15 jaar stilgestaan. In een winkelruit vind je nog wel eens een verkleurd aanplakbiljet uit 1992. In de plaatselijke kroeg waar we langs liepen zullen de stamgasten er nog vaak over praten. Albertville bleef met een schuld van 280 miljoen franse francs zitten. De overheid betaalde dit. We bezochten het Olympisch dorp. Een zeer treurige omgeving. Wegen worden geblokkeerd met hekken, betonblokken en hopen zand. Tennisbanen bevatten gaten, de netten zijn verdwenen. De grote hal ligt weg te roesten en het is er stil. Heel stil.


Het olympisch dorp van Albertville, 15 jaar na de Spelen

In Albertville was geen fastfood. Dus aten we een pizza in het kille centrum. De regen dreef ons van het terras naar binnen. Een hoosbui die de rest van de avond niet meer zou stoppen. De weg terug was een hel. Veruit de engste rij-ervaring die ik heb gehad. De wegen waren natuurlijk onverlicht. Op de wegen lag som een laag van 10 centimeter water. Een heel beangstigend gevoel om de auto soms een tel onbestuurbaar te voelen. De voorlichtingscampagnes schoten door mijn hoofd: gas loslaten en stuur recht houden. Intussen bulderde de regen nog altijd op de voorruit en konden de ruitenwissers het niet meer aan. Alsof de donder en bliksem niet eng genoeg waren reden we af en toe ook nog door zeer dichte mist. Een ambulance kwam met gillende sirene voorbij. Ook hij kon niet veel harder. En dat alles op smalle bochtige alpenweggetjes. Bij de tent aangekomen zat ik nog steeds te shaken. Wát een rit.
Dag 18: Annecy - Luxemburg
Wederom een dampende alpenweide om ons heen. De helse rit van gisteravond nog vers in het geheugen. Twee dagen lang hadden we gehurkt boven een gat onze behoefte gedaan en op deze laatste ochtend bleek er een gewone wc te zijn. We reden de groene camping af. Op naar onze laatste stop.

We besloten over een route national te rijden in plaats van de snelweg. Dit was een stuk korter, of het ook sneller was zullen we nooit weten. Een mooie weg maar niet al te bijzonder. Na een uurtje rijden draaiden we de "Autoroute Blanche" op. De Autoroute Blanche verbindt Chamonix (Mont Blanc) met de Autoroute de Soleil. Een hele mooie weg tussen en door de alpenreuzen. Soms liggen de beide rijbanen boven elkaar, soms honderden meters van elkaar verwijderd. Maar overal over schitterende viaducten en lange imponerende tunnels. Door werkzaamheden aan de tunnels was het vaak langzaam rijden of stilstaan. Dat gaf ons de tijd om het schitterende uitzicht te bekijken.



De Autoroute Blanche. Foto's van de franse Wikipedia pagina

Wat volgde was een relatief saai stuk snelweg. We reden langs Dijons, Nancy en Metz richting Luxemburg.

Consdorf (Luxemburg):


In Luxemburg wist Marc een camping. Wat is dat een raar landje. De bewegwijzering is zo bizar slecht. Plotseling begint er een afrit. Je denkt: hmm een afrit? Wij moesten toch ook ergens eraf hier? Ietwat onzeker rijd je verder tot het einde van de afslag. Daar staat plotseling op 20 cm hoogte een bordje OP de splitsing waar de afslag heen ging. Te laat.

De camping lag in een groene omgeving met een mooi bos aan de rand van de camping. Maar de camping zelf was een Nederlandse enclave. Van de campinggasten was waarschijnlijk minstens 80% Nederlands. Verder waren er nog een paar Belgen te vinden maar dan hield het rij'tje met nationaliteiten wel op. Nederlanders bij de campingsnackbar: "Een frikandel, twee hamburgerts, een kroket en vijf patat. Of nee, doe maar een cheeseburger in plaats van die frikandel." De alleen Duits sprekende snackbarmedewerker heeft er niets van begrepen: "Bitte?! Langsam!"

We liepen nog even de camping af het bos in. Het bos lag tegen een helling en er stroomden beekjes door. Maar vooral mooi waren de rotsen. Soms overhangend, soms met diepe spleten.


Het bos naast de camping in Consdorf

Na nog even geschommeld te hebben in de speeltuin en een biertje gedronken te hebben bij de tent werd het tijd om te gaan slapen. Morgen de laatste echte vakantiedag.
Dag 19: Trier & Luxemburg

Kwart over acht stond de boulanger of bäcker op de camping. Vroeg uit de veren dus. Het was nog altijd vochtig in het groene glooiende landschap van Luxemburg. Vandaag stond na Nederland, België, Frankrijk, Monaco en Luxemburg het zesde land op de planning: Duitsland. Eerst even tanken in de dichtstbij gelegen stad: Echternach. Wat een genot! Een halve euro goedkoper dan in het zuiden van Frankrijk!

Trier
De dramatische bewegwijzering begeleidde ons met horten en stoten richting Trier. Dit is de plaats waar voor het eerst een stel duitsers dacht: "Kom, we bouwen een stad!" Deze oudste stad van Duitsland ligt aan de oever van de moezel en heeft ongeveer 100 000 inwoners. Ten tijde van het Romeinse Rijk was Trier hoofdstad van het westelijk deel van het rijk. De stad kreeg de bijnaam "Roma Secunda", ofwel: "Het tweede Rome." Hadden we zoiets ook niet al van Arlès gehoord? Begin 3e eeuw ontwikkelde zich hier een centrum voor het vroege christemdom. Een golf van veroveringen en heroveringen volgde.


De Grote Markt in Trier

We liepen eigenlijk direct de Grote Markt (Hauptmarkt) op. Het kruis op de voorgrond is ook weer ruim een millennium oud en staat symbool voor de marktrechten die ze toen kregen.


De Porta Nigra

Het bekendste bouwwerk van Trier is ongetwijfeld de Porta Nigra. Ooit was dit een poort in de stadsmuur van Trier. Doordat het gemaakt is van zandsteen is het in de loop der eeuwen lelijk en zwart geworden, vandaar de naam. Ik vond er persoonlijk weinig aan. Zelfs getwijfeld of hij wel een foto waard was.

We liepen nog een rondje door de rest van het centrum. Langs de kerk, thermen en andere oude bouwwerken. Het centrum zelf was bijzonder klein voor zo'n bekende stad. Toch heel leuk om te zien. Heel erg Duits. Weer eens een totaal andere bouwstijl deze vakantie. Tevreden en verzadigd met een heerlijk broodje stapten we weer in de auto terug naar Luxemburg.

Luxemburg Stad
De hoofdstad van Luxemburg telt met al zijn randsteden een totaal aantal inwoners van ongeveer 76 000. Drie keer niks dus voor een hoofdstad. Dit jaar ook nog eens culturele hoofdstad van Europa. Zoals we gewend waren was de bewegwijzering weer drama en dus konden we de parkeergarage niet vinden. Uiteindelijk een eindje uit het centrum aan de andere kant van een dal (jawel, er lopen dalen door de stad) geparkeerd. Nog niet aan de overkant van de brug waren we al helemaal verregend.



Luxemburg Stad. Spijtig om het verslag met deze twee regenachtige foto's te beëindigen.

Doorweekt bereikten we het centrum. Een treurige aanblik in deze hoosbuien. Op zich wel mooi om te zien maar de regen verpestte een hoop. We hebben er dus rond gelopen en weinig bijzonders gezien. We bedachten dat er vast een snellere weg terug naar de auto was. Uiteindelijk liepen we in een bos vol modder over smalle paadjes een berg op. Op het moment dat we bijna op wilden geven en teruggaan doemde voor onze neus ineens de parkeergarage op.

Onze conclusie was dat Luxemburg maar een raar landje is. Je hebt er geen flauw idee welke taal je spreken moet. In België is het grotendeels vrij duidelijk in welke taal je je duidelijk kunt maken. Wel, in Luxemburg niet. Frans en Duits worden overal door elkaar heen gesproken. De bakker heette "bäcker", maar sprak louter Frans. Een croissant verkocht ze dan weer niet, slechts Duitse broden. Een hoofdstad met amper inwoners. Een nageaapte vlag. En een groot gebrek aan nationale symbolen. Noem eens iets typisch Luxemburgs? Of een bekende Luxemburger? Gelukkig is het een mooi land voor Nederlanders die niet te ver willen rijden en het gezellig vinden in een Nederlandse enclave te staan.

Eindelijk temperaturen waarbij we voedsel konden bewaren. Op de laatste avond kookten we dus voor het eerst een fatsoenlijke maaltijd met écht vlees. Natuurlijk regende het nog altijd dus kookten we in de tent. Heerlijke kiplucht in de tent.
Dag 20: Terug naar huis
Wederom om kwart over acht bij de bakker. De dag van de terugweg. Er leek geen einde te komen aan de doodsaaie weg tussen Luxemburg en Brussel. Gelukkig was het weer opgeklaard. Zoals iedere Nederlander die wel eens in België geweest is weet: hobbelen over gaten en scheuren in het asfalt. Alsof er overal wegwerkzaamheden bezig zijn maar ze de bordjes vergeten zijn neer te zetten. Maar.. vanaf de Nederlandse grens wachtten vier rijstroken met zwart glanzend asfalt ons op. We waren echter ook weer in het land van Koos Spee en het kinderachtige snelheidsbeleid. Kortom: Een wit rond bord met een dikke rode rand en centraal met zwarte letters het getal 100. We kropen onze laatste kilometers vakantie over glanzend asfalt tussen groene weilanden. Nederland.
Slotwoord
20 Dagen, 10 campings, 2 auto's, ruim 5000 km op de teller, 2 petjes, 30 cd's, een stuk of 80 flessen water, 15 zakken met chocoladebroodjes, imponerende bergruggen, diepe ravijnen, schitterende stranden en heel vaak een felle zon. Een vakantie om nooit - en dan bedoel ik ook echt nóóit - te vergeten. Met dit reisverslag in de kast moet dat zeker lukken.

De Polo leverde ik twee dagen na thuiskomst in in Rotterdam. De 206cc arriveerde een paar dagen later bij onze lokale garage. Een reparatie van niets. Slechts één slangetje was vervangen door wat tape en een thermometer was kapot. Over de motorkap van de auto liep echter een flinke kras. Schade van het transport. De proforma factuur heeft ons inmiddels geleerd dat de reparatie van deze schade ruim 1000 euro's kost. Natuurlijk gaat de ANWB of de transporteur dit betalen.. het zal echter nog wel even duren voor alles rond is en de reparatie daadwerkelijk wordt uitgevoerd.